Gepubliceerd op 19 juni 2018

Techniek als gereedschap voor Industry 4.0

Industry 4.0 is procesoptimalisatie met behulp van de nieuwste digitale technieken. Acht direct betrokkenen bespraken bij Synerlogic in Duiven nut en noodzaak ervan voor het regionale midden- en kleinbedrijf. “Bezieling is elementair”.

Ondernemersorganisatie voor de technologische industrie FME vindt dat het Nederlandse bedrijfsleven energiek met Industry 4.0 aan de slag moet. Ze maakt de verbetering van de productieprocessen mogelijk met behulp van automatisering en processortechniek. Wie kan daar op tegen zijn?

“Industry 4.0 gaat over techniek, maar is wel mensenwerk”

Maurice Ditewig is als operationeel manager medeverantwoordelijk voor de business unit industriële automatisering bij Hellebrekers Technieken uit Nunspeet. De business unit is een system integrator, sterk in het ontwerpen en realiseren van besturingssystemen en softwareapplicaties die de procesautomatisering optimaliseren. Ditewig vindt Industry 4.0 een te verwelkomen ontwikkeling, maar hij plaatst kanttekeningen. Hij constateert namelijk dat in de praktijk toeleveranciers van bedrijven in de maakindustrie elk op hun eigen manier met Industry 4.0 aan de slag gaan. “Elke toeleverancier ontwikkelt zijn eigen toepassingen van sensortechniek, data verzamelen en vertalen naar algoritmes. Klanten raken overrompeld, niet alleen door het enerverende toekomstbeeld dat Industry 4.0 inhoudt maar ook door de verscheidenheid in toepassingen die worden aangeboden voor verschillende fasen in het productieproces. Die diversiteit schept verwarring en maakt klanten terughoudend; ze leidt ertoe dat bedrijven geen goed overzicht hebben over de voor hen relevante automatiseringstoepassingen. Bovendien hebben bedrijven elk hun legacy, hun investeringen van de afgelopen tien tot vijfentwintig jaar in computersystemen die nog steeds worden gebruikt, en die kunnen ze niet zomaar overboord gooien. Bedrijven, vooral de kleinere mkb’ers met maximaal honderd werknemers, weten daarom niet waar ze moeten beginnen met Industry 4.0.

Wij zien dat klanten zoekende zijn”, vertelt hij. Ditewig pleit voor een stevig gemeenschappelijk statement van de Nederlandse toeleveranciers: “Daarin zou geformuleerd moeten zijn wat we precies onder Industry 4.0 verstaan. Ik ben op zoek naar een blauwdruk waarin alle toeleveranciers hun kennis en expertise kwijt kunnen. En een stappenplan waardoor bedrijven zichzelf kunnen plaatsen. Waar sta ik en welke stappen moet ik nog nemen om Industry 4.0 zinvol toe te kunnen passen binnen m’n bedrijf? Hoewel Nederland de kennis en infrastructuur in huis heeft voor geavanceerde ICT-oplossingen, heeft onderzoek uitgewezen dat we internationaal achter lopen voor wat betreft Industry 4.0. Willen we dat Nederland haar mondiale concurrentiepositie versterkt, dan zullen we Industry 4.0 voor de Nederlandse industrie inzichtelijk en implementeerbaar moeten gaan maken.”

Robot
José van Gerven komt vanwege haar werk als innovatiemakelaar bij het Regionaal Centrum voor Technologie Gelderland bij veel bedrijven. Ze ziet opmerkelijke verschillen. Sommige bedrijven hebben de hele wand bij hun machines nog vol hangen met orders op papier. Andere bedrijven zijn al wat verder maar worstelen bijvoorbeeld met het gebruik van een Cobot, een robot voor simpele werkzaamheden, die met de mens kan samenwerken. “Het is knap lastig om zo’n Cobot in te passen. Want het vraagt een bepaalde standaardisatie van je productieproces. Daar begint het al. En laatst was ik bij een kansrijk bedrijf waar Industry 4.0 niet een technologisch vraagstuk, maar een organisatorisch vraagstuk blijkt te zijn. Je hebt bepaalde leiderschapskwaliteiten nodig, zowel op directieniveau als bij het middenmanagement, om mensen mee te krijgen bij het verbeteren van processen. Dat moet je eerst aanpakken.”

Maurice Ditewig: “Herkenbaar, die worsteling met de vraag ‘Waar begin ik?’. Het is voor bedrijven van fundamenteel belang dat Industry 4.0 intern (uit)gedragen wordt door de directie. Deze ontwikkeling vergt van zowel directie als medewerkers immers toewijding en een verandering van mindset. Daar moeten managers het voortouw in nemen. Veel bedrijven slaan stappen over, hun directe focus is op automatisering. Dat is de reden waarom wij vaak zeggen: kijk eerst eens in hoeverre de organisatie klaar is voor Industry 4.0, van welke werkprocessen nu sprake is en op welke wijze deze verder kunnen worden gestroomlijnd. Pas als de huidige situatie in kaart is gebracht kan de stap naar automatisering ofwel Industry 4.0 worden gezet.”

Eric Sülter is managing director van TEVEL Techniek BV uit Westervoort. TEVEL ontwerpt en bouwt machinebouwcomponenten en systeemoplossingen. Hij vult aan: “Als je de mensen niet mee krijgt in een andere manier van denken heeft het helemaal geen zin. Het begint bij de mens.” Sülter denkt dat Industry 4.0 start bij het management dat bepaalt in welke niche, welk specialisme het bedrijf het wil gaan maken. Vanuit die keuze wordt het bedrijf klaar gemaakt voor de toekomst. “De techniek is daarbij een tool, een stuk gereedschap, een onderdeel van het creatieproces”, vindt Sülter.

Directieniveau
Bert Maat is directeur operations bij het Duivense Synerlogic. Het bedrijf ontwikkelt, produceert en distribueert al meer dan 110 jaar ingrediënten, voedingsadditieven, chemie en reinigings- en desinfectiemiddelen. Hij vindt de discussie herkenbaar en vertelt uit de eigen praktijk: “We hebben ervoor gekozen om als eerste stap onze werkprocessen beter te stroomlijnen. Daartoe hebben we stroomdiagrammen gemaakt, waarin de verbindingen tussen de afdeling in kaart is gebracht. Laten we dat eerst op orde krijgen. Wat gaat lean, waar zit verlies? Aan het einde van dit jaar zijn we naar verwachting zo ver dat we kunnen gaan automatiseren. Daarnaast zijn we op directieniveau bezig om een visie te ontwikkelen en vast te leggen in een masterplan. Hoe moet de fabriek er straks uit zien?”

“Een mooie, doelgerichte aanpak”, vindt Maurice Ditewig: “Je moet eerst een stap terug doen en naar je waardenstroom kijken, en die vervolgens optimaliseren.” Maat vindt het wel lastig om een goed overzicht te krijgen van alle nieuwe technieken. Medewerkers van Synerlogic bezochten daartoe onder andere een beurs en werken samen met TU Eindhoven.

Data
Oscar Klein is directeur-eigenaar van Klein Mechaniek uit Westervoort. Klein Mechaniek houdt zich bezig met het ontwikkelen van kunststofproducten. Dat is begonnen met spuitgieten in kleinere series. Ontwerpbureau, gereedschapsmakerij en spuitgieterij opereren daartoe onder één dak. Inmiddels voert Klein Mechaniek ook grotere producties uit. Hij ziet dat er veel te winnen is met het verzamelen van data om die bijvoorbeeld te gebruiken in smart maintenance. Hij weet: “De vuilverbranding heeft digitaal een turbine nagebouwd met een heleboel sensoren erop. De data kan je verzamelen en uiteindelijk heel veel over de performance zeggen. Schitterend om te zien. Ik onderzoek nog wat ik er als klein bedrijf mee kan.” Klein ziet voorts dat Industry 4.0 veel data oplevert en hij vraagt zich hardop af wie die informatie in de cloud beheert en de privacy waarborgt. Gertjan van Doesburg is directeur van Doeko BV uit Weurt. Het bedrijf maakt stempels, matrijzen en fijnmechanica. Zijn stelling is dat Industry 4.0, smart industry, van alle tijden is: “Als ik 40 jaar geleden niet begonnen was met het introduceren van computers dan hadden we nu niet meer bestaan. We hebben al veel geïmplementeerd, zo werken we met CNC-machines en robots. Binnen nu en een paar maanden werken we papierloos, gestuurd met een ERP-orderverwerkingssysteem. Waarom moderniseren we voortdurend? De achterliggende reden is dat de machines zeer kapitaalintensief zijn en uren moeten maken. Onze mix van enkelstuks en kleine serieproducties vraagt verder om nauwkeurigheid en effectief omgaan met complexiteit.”

Signaleren
Jan van Haren is managing director bij Modderkolk Projects & maintenance B.V. uit Wijchen. Het industrieel technisch installatiebedrijf heeft drie grote klantgroepen: watermanagement, industrie, zorg. Modderkolk werkt met een celstructuur, kleine zichzelf bedruipende werkeenheden rond de klant. Daardoor kan het bedrijf heel klantgericht werken en hebben de medewerkers zelf grip op de bedrijfsresultaten. Modderkolk beschikt over een eigen bedrijfsschool. Het aantrekken van nieuw personeel is een zorg voor Van Haren. Industry 4.0 begint voor hem bij de mens: “We trainen onze eigen medewerkers. Zodat ze problemen op dezelfde manier aanvliegen, meer in systemen gaan denken. Onze bedrijfscultuur moet in hun DNA komen te zitten. Verder willen we weten welke talenten we in onze organisatie hebben en hoe we die het beste kunnen inzetten. Soft assessment kan tot verrassende inzichten leiden. Je staat er soms versteld van dat iemand binnen het bedrijf niet goed functioneert of niet meer mee kan komen maar erbuiten heel actief en vernieuwingsgericht is. Die menskant wordt nog wel eens overgeslagen en dan loop je het risico dat je nieuwe systemen introduceert die niet aansluiten bij de menskracht en de verwachtingen.” José van Gerven ervaart dat medewerkers vaak zelf wel aanvoelen dat ze niet meer op de juiste plek zitten. Dat bevordert de bereidheid om van plek te veranderen. “Maar het vraagt wel wat van de leidinggevende om het te signaleren en het gesprek aan te gaan. Je houdt een niet optimaal functionerend systeem in stand als je het niet bespreekbaar maakt.”

Data analyse
Eric Sülter vertelt dat TEVEL onder externe begeleiding een traject heeft opgezet naar ISO-certificering voor alle medewerkers. Dat leverde verhelderende inzichten op. Zo bleek de afdeling verkoop heel anders tegen werkprocessen aan te kijken dan de engineers. Maar naast de kennis van de medewerkers is Sülter geïnteresseerd in de kennis van automatiseringssystemen. Hoe kunnen we als regio machine learning versnellen, vraagt hij zich hardop af. Sülter: “TEVEL ontwikkelt test- en meetsystemen. Daar worden data mee gegenereerd. We maken productkwaliteit meetbaar voor de klant. Maar kan je ook binnen de systemen conclusies trekken, zodat niet de laborant of de operator erbij hoeft te komen om de analyse uit de data te halen en de vervolgstappen te bepalen? Als je dat zou kunnen bewerkstellingen in je systeem dan wordt de machine intelligenter. Naar dat proces gaan we wel toe. Zouden opleidingsinstituten, RCT’s of innovatie HUB’s bij de ontwikkeling ervan behulpzaam kunnen zijn?”

Slagkracht
Léon Lucas is voorzitter van de centrale directie van het Candea College in Duiven. Dat is een brede middelbare school met vmbo, mavo, havo en vwo. Hij is aangeschoven omdat hij wil weten wat er beweegt in bedrijven en hoe de school daarop aan kan sluiten. Lucas ziet het als speerpunt om onderwijs deels vorm te geven buiten de school. Met als doel om de aansluiting tussen school en bedrijfsleven beter te maken en meer leerlingen te interesseren voor techniek. Hij voelt de druk om leerlingen klaar te stomen voor Industry 4.0. “We hebben een scherp beeld van de ontwikkeling die we de komende jaren willen maken. Maar het is ingewikkeld en vergt sterk leiderschap. Je hebt een beperkte slagkracht om die stappen te maken. Mede ook omdat je going concern hebt; de ouders verwachten van ons dat hun kinderen snel een mooi diploma halen, dat we hoge slagingspercentages hebben. Die halen we, maar ons succes is ook een beetje onze valkuil. Je hebt tegelijkertijd urgentie nodig om tot ontwikkeling te komen. De balans tussen productie leveren en de tijd die je kunt vrij maken voor innovatie is in het onderwijs een beetje zoek. Op dit vlak mag het onderwijs wat mij betreft best wat meer risico nemen.” Intern is er ook nog het een en ander te verhapstukken, want Lucas ziet dat docenten soms terughoudend zijn voor nieuwe ontwikkelingen terwijl de ouders zeggen: meteen doen. Lucas pleit voor uitdagend onderwijs, met aandacht voor twentyfirst century skills zoals creatief en analytisch denken, ICT-vaardigheid en goed kunnen samenwerken.

José van Gerven vindt het nieuwe multidisciplinair werken goed, maar er zijn volgens haar ook genoeg ondernemers die verlangen naar de gedegen onderwijsbasis die de oude mts bood. Van Gerven: “Zorg dat de basis goed is. Nieuwe technologie leren wij ze wel, menen die ondernemers. Voor beide meningen valt wat te zeggen.”

Toestroom
Alle gespreksgenoten willen graag meer toestroom van leerlingen naar de techniek. “Industry 4.0 gaat over techniek, maar is wel mensenwerk”, onderstreept Oscar Klein. “Zeker”, beaamt Ditewig. “Nieuwe aanwas van technici is broodnodig, gezien de krappe arbeidsmarkt in de techniek en ICT. Onvoldoende nieuwe aanwas zal uiteindelijk remmend werken op de strategische stappen die toeleveranciers en industrie kunnen zetten richting Industry 4.0.” Bedrijven kunnen de belangstelling voor techniek bevorderen door hun bedrijf regelmatig open te stellen voor aankomende studenten en hun ouders. Synerlogic nodigde trendwatcher en futurist Richard Hooijdonk daartoe uit, vertelt Bert Maat. Die bleek de jongeren te kunnen boeien met zijn verhalen en gadgets. Modderkolk zet de deuren ook regelmatig open, vertelt Van Haren: “We doen dat ’s avonds, in het weekend, dat is allemaal geen probleem. En ik vind het interessant om die jongeren dan een opdracht te geven. Juist die creativiteit van ze, moet je zien te ontplooien. Bezieling, daar zit het hem in.” «