Gepubliceerd op 10 juli 2017

Samen circulair dansen als opdrachtgever goede muziek opzet

Kunnen jullie productdesigners andere flacons ontwikkelen, zodat we meer PET-flessen kunnen recyclen? Die vraag stelde de in Spijk gevestigde PET-flessen recycler Wellman aan Heinz. De huidige aanvoer varieert sterk van kleur, kwaliteit en samenstelling, waardoor nu slechts een fractie geschikt is voor nieuwe PET-flessen en groentebakjes. 
De twee bedrijven praten nu over nieuwe mogelijkheden.

Een mooi voorbeeld van ketensamenwerking in een circulaire economie. Willem Huntink (provincie Gelderland): ”Veel bedrijven zijn wakker geschud, weten dat circulaire economie serious business is, echter tot daadwerkelijk stappen ondernemen komt het vaak nog niet. Hier heb je je toeleverancier en afnemers voor nodig.” Maar wie zet de eerste stap? Zeven experts tonen de noodzaak aan van circulair ondernemen.

Stelling: Wil je als bedrijf futureproof zijn, moet je nú starten met circulair ondernemen.

Wuestman (Stichting Circulaire Economie) knikt instemmend: “Omdat je er anders keihard omzet aan zult missen en niet meer voor vol wordt aangezien. Je krijgt straks bij banken geen geld meer en maakt geen aanspraak op een groeiend aantal projecten. Als je niet exact in kaart hebt waar jouw producten uit bestaan, zullen ketenpartners jou niet meenemen. Dus als je niet meegaat met paspoorten maken voor grondstoffen en het organiseren van retourstromen, mis je keihard de boot. We moeten samen circulair leren dansen, maar dat verlangt dat de opdrachtgever de goede muziek opzet.

De rijks inkoper kantoormeubilair koopt bijvoorbeeld nu alleen nog maar honderd procent circulair in.” Bastiaan Vriezen werkzaam bij THO, dat behalve nieuw meubilair als specialisme gebruikt/refurbished kantoormeubilair heeft: “Wij passen goed in het plaatje: we helpen onze klanten de levensduur van hun meubilair te verlengen. Zo beperken we het gebruik van nieuwe grondstoffen.” THO gaat nog een stap verder. “We hergebruiken het meubilair van de klant niet alleen, maar we refurbishen het ook nog eens. Zo is het weer helemaal up to date.”

Naast bestaand meubilair een nieuwe plek geven bestaat er een andere wereld, aldus Wuestman. “De wereld van nieuw, waarbij er vanuit wordt gegaan dat zodra het product echt niet meer functioneel is, je het in mono stromen uit elkaar kunt halen en grondstoffen alsnog een goede toepassing krijgen.” “Ik ben vooral op zoek naar: waar ligt de prikkel voor ondernemers om het daadwerkelijk anders te organiseren? Volgens mij gebeurt dit alleen als er een prijsprikkel is, grondstoffen schaars zijn of opraken, of als klanten alleen zaken met je willen doen als je kunt garanderen dat je zo werkt”, vervolgt Huntink.

Die prijsprikkel is volgens Rob Westerdijk (HAN) onontbeerlijk. “Geen ondernemer gaat zo maar circulair ondernemen. Het draait om continuïteit en geld verdienen.” “Dat vind ik te scherp gesteld”, reageert Jan-Willem Vos (RCT Gelderland). “Er is nu ook het besef dat naast people, profit ook planet een rol speelt.” Dat ondernemers daarin geïnteresseerd zijn, gelooft Westerdijk, maar dat is niet dé prikkel. Volgens hem zijn er twee: je kunt er geld mee verdienen, of je loopt kans op schade als je niet circulair onderneemt. “Volgens EU-regels ben je als bedrijf met vijfhonderd of meer medewerkers nu verplicht verantwoording af te leggen welke schadelast jij veroorzaakt in je omgeving.” Dit is achteraf redeneren. Aan de voorkant circulair bezig zijn gebeurd helaas te weinig, ziet hij. “Als je niet nadenkt over de risico’s c.q. kansen, ben je morgen ter ziele. In deze transitietijd waarin we ons bevinden is dit aan de orde.”

Chris Lorist (VNO-NCW Midden): “MVO was de voorloper, dat was greenwashing. Planet en people hebben nu waarde gekregen.” Informatietechnologie heeft de verandering op gang gebracht. “Iedereen kan alles opvragen over jouw product of dienst. Als informatie zo snel en breed voorhanden is, heb jij als bedrijf de plicht met circulaire economie bezig te zijn. Heb je kinderen uitgebuit, bossen gekapt of palmolie-bomen geplant? Afnemers stellen steeds meer vragen. Dat vertaalt zich op een dag vanzelf in euro’s.”

Stelling: Je kunt pas circulair ondernemen als je de circulaire economie door hebt.

Richard van Gemert (Driven by Values) beaamt dit: “Wanneer iedereen zijn eigen belang nastreeft is het algemeen belang gediend, was de gedachte van de neoklassieke economie, gebaseerd op de ‘onzichtbare hand’ van Adam Smith. Volgens Smith zorgen mechanismen ervoor dat een deel van de winsten terugvloeien naar de maatschappij. Dat is niet meer zo vanzelfsprekend. 
Het gezamenlijk belang en samenwerken horen bij de economie waarin mensen delen, waarin men kiest voor functionaliteit in plaats van dat product en hergebruik worden nagestreefd. Het verdienmodel is anders: 
door samenwerken waarde creëren.” 
De tafelgenoten knikken instemmend. 
De circulaire economie werkt echt heel anders, blijkt ook uit Wuestmans voorbeeld. Het draait niet langer om de middelen, maar het doel. “In onze inkoopadvisering kantelen we de uitvraag: we stellen geen minimumeis, maar vragen: ‘Welke ondernemer gaat met mij mee om op excellentie-niveau een prestatie neer te zetten?” Zo is niet langer de prijs de doorslaggevende factor. “Dat vraagt om een andere manier van kijken. Ben je gewend jezelf als individuele ondernemer te beschouwen, of als partners die met elkaar zo maximaal mogelijk opbrengsten genereren en schadelast beperken?”, vult Westerdijk aan. Huntink: “Het verschilt niet van innoveren, je moet het samendoen.” Gelderland is overigens de eerste en enige provincie die een plan heeft voor circulaire economie, voegt hij met gepaste trots toe. “Wij gaan van een lineaire economie, van ik naar wij”, zegt Lorist. 
Vos: “Zet je eigen ego opzij en ga samenwerken. Het resultaat telt.” Samenwerken is best moeilijk, weet hij. Onderwijs, overheid en ondernemers hebben compleet verschillende culturen; de neuzen dezelfde kant op krijgen is een fikse klus, ervaart hij.

Waar een aantal deelnemers aan het gesprek veel verwacht van het inkooptraject of ketens, wil Huntink tevens de noodzaak benadrukken van prikkels. “Het gaat niet vanzelf. Iemand moet de regie voeren. Als provincie stellen we al de nodige eisen aan leveranciers. We hebben nu een ambitieweb, een wiel waarmee we anders en integraler tegen producten en diensten aankijken. Niet alleen de prijs, maar ook onder meer werkgelegenheid, materialen en sociale component tellen mee. Je moet naar de lange termijn kijken en naar de gehele levensduur.”

Volgens Lorist wordt al wel degelijk vaker verder gekeken dan sec de prijs. Bij de wegaanleg van Dieren naar Apeldoorn, wordt met de provincie een kosten/batenanalyse gemaakt. Omdat deze weg door Loenen gaat, wordt er voor een aantrekkelijker weg gekozen vanwege de toeristische waarde. De weg omleggen, zodat er geen vrachtwagens door dorpen rijden is een ander punt. Wuestman nuanceert: “Toch zullen veel partijen vooral naar geld kijken. Maar als je daarin de langere termijn van beheer en onderhoud vooraf in je overwegingen meeneemt, ben je in totaal voordeliger uit.”

Uiteindelijk gaan we naar een economie waar functionaliteit leidend is. “Je betaalt voor een dienst, niet voor een product, die kant gaat het op”, zegt Vos. “Je bent niet langer de lampenleverancier die licht levert, maar degene die zorgt dat mensen goed kunnen lezen.” Wuestman richting Vriezen: “Men is straks geen eigenaar meer van het meubilair.” Zo simpel werkt het nog niet, stelt Vriezen: “We zijn een relatief kleine onderneming. Centraal staat dat wij geld verdienen, zodat onze werknemers hun gezinnen goed kunnen onderhouden.” Het een hoeft het ander niet in de weg te zitten, stelt Wuestman. Dat begrijpt Vriezen: “Maar voor ons is het nog te vroeg.” Het is wel degelijk mogelijk, vervolgt Wuestman. “Het vraagt om een andere manier van organiseren binnen je bedrijf en daarbij zou Circles van dienst kunnen zijn door te helpen met een lange termijn-businessmodel.’’

Een goed voorbeeld van een bedrijf met een nieuw businessmodel is Auping. Deze beddenleverancier verkoopt geen bedden aan hotels, maar ontzorgt recreatieondernemers twintig jaar met slapen. Voor de leverancier een extra prikkel om zijn uiterste best te doen op kwaliteit. Dit leveren van producten als een dienst heet ‘as a service’. Beide partijen profiteren. “Auping is straks per nacht net zo spotgoedkoop als Chinese meuk. Het heeft zijn logistiek op orde, haalt na twintig jaar een nog steeds goede bedbodem op en het hotel kan zeggen: “Bij ons slaapt u op een Auping.” 
Voor kleinere bedrijven is dit even eenvoudig, aldus Wuestman. “Kleintjes gaan elkaar verbinden en kunnen als een grote indruk maken, maar dan wel met de wendbaarheid van actieve ondernemers.” Dit samen kijken vergt een omschakeling stelt Lorist. “Het was ieder voor zich, er heerste wantrouwen. Het moet gaan richting ‘aanbesteding met het touwtje uit de brievenbus’.” Kennisinstituut HAN draagt graag bij aan die businessmodel-omslag. Westerdijk: “Wij krijgen de mogelijkheid om met lectoren en studenten technische, maatschappelijk en economische vragen op te lossen zoals die van THO. 
Onze uitdaging is meedenken in deze transitie.” “Wij staan hier zeker voor open”, aldus Vriezen.

Huntink denkt toch dat vooral economische prikkels aanzetten tot transformeren. “Als grondstoffen schaars worden, moeten bedrijven alternatieven gaan zoeken.” Westerdijk voegt toe dat als verzekeringsmaatschappijen en banken andere eisen gaan stellen en dat arbeidsmarktverhoudingen meespelen 
dit ook prikkels geven tot transitie. 
Vos: “Van Gemert heeft wel een punt. Een bedrijf denkt wel na over hoe ze energie die over is kunnen gebruiken in de woonwijk, maar over hun grondstof, metaal, wordt niet gesproken, want dat is er nog genoeg.

Een ander bedrijf heeft veel energie over en gebruikt dat voor verwarming van zijn kantoren, maar wat gebeurt er met het staal? Met die vragen moet je verder.”

Uiteindelijk moet er heel anders gekeken worden. Lorist: ”Zal ik het effect wegnemen, of de bron veranderen?” Westerdijk: “Bedrijven moeten nu de vragen stellen om op lange termijn te kunnen acteren, omdat wet- en regelgeving er liggen en klanten/consumenten veel niet meer pikken, bijvoorbeeld een lozing van afval. We moeten dus leren aan vragen te denken die je nooit stelde: ’Waarom gebruiken we dit materiaal?’

Regels prikkelen ondernemers dus ook. Huntink: “Wij willen de eerste afvalvrije provincie zijn. Wij maken ondernemers bewust van de impact en mogelijkheden en bieden gelegenheid met andere partijen het gesprek aan te gaan. Daarom ondersteunen wij Circles.” Vriezen denkt dat ondernemers circulair ondernemen verder doorzetten zodra er door de overheid of anders instanties verplichtingen worden opgelegd. “Dan klopt het wel heel erg aan onze deur en moeten we aan de achterkant ook wat gaan doen.” Dus zodra er eisen gesteld worden, gaan ondernemers wel mee, stelt Wuestman. Vriezen: “Net als dat er nu normen voor vrachtwagens in de binnenstad zijn.” Wuestman: “Precies.” Lorist trekt het breder: “Zodra bedrijfsvoering wordt beïnvloed, wordt iets in gang gezet.”

Eigenlijk moet het MT maandelijks over kansen en bedreigingen praten, maar vijftig procent van de ondernemers doet dat niet, stelt Westerdijk. Zo zou hij graag met THO praten. “Van harte welkom”, aldus Vriezen: “Ik wil graag weten wat wij kunnen veranderen.” Wuestman draagt ideeën aan. Hij kent een bedrijf in kantoormeubelen dat outdated meubilair oppimpt tot lockerkasten en loungebanken. Hierdoor besparen ze veel CO2 en het levert financieel veel op. Een ander optie is producten ‘as a service’ leveren.

Bij welke instantie moet de ondernemer met zijn circulaire vraagstukken zijn? De weg wordt hem gewezen, leggen de experts uit. Vos: “Voor ons is het belangrijk de goede vragen te stellen en wij zeggen wel bij wie je terecht kunt. En als je de ondernemer vervolgens op een begrijpelijke manier kunt laten zien wat het oplevert, dan heb je kassa.”

Toch zul je mee moeten, je businessmodel aanpassen aan de circulaire economie. 
Anders loop je hetzelfde risico als winkeliers. Lorist: “Het ontkennen van een verandering in de digitale revolutie, heeft sommige ketens het verlies gebracht. Dat zal met circulaire economie niet anders zijn. Zorg dat het je niet overkomt. Wees zelf degene die verandering in gang zet.”

De markt heeft het wel in zich en komt met circulaire producten, maar het ontbreekt nog aan vragers ofwel launching customers, aldus Huntink. “Er is veel meer mogelijk dan we nu beseffen. En veel ligt voor de hand. Zoals dat van Wellman Recycling en Heinz.” Westerdijk vervolgt: “Bij de infrastructuur om nieuwe oplossingen te creëren, zullen we zaken anders moeten organiseren.” En de daarvoor benodigde kennis ontbreek vaak, constateert hij. Vriezen concludeert: “Er is nog een hoop te leren.”

Vos concluderend: “De andersoortige economie waar wij naartoe gaan, vraagt een andere manier van denken. Waarbij we veel meer rekening houden met de toekomst. Het gaat er niet alleen om wat ze je leveren, maar ook om wat je anderen levert en welke gevolgen dat heeft. Daarvoor moeten we mensen opleiden en met elkaar bouwen. Samenwerken is de basis.” «

Tekst: Fernande Leeflang / Fotografie: Liesbeth van Asselt