Gepubliceerd op 1 juni 2018

Duitsers zijn anders, qua voetbal maar ook fiscaal

Vergelijking tussen Nederlands en Duits belastingrecht

Nederlanders en Duitsers hebben van oudsher een bijzondere relatie met elkaar. Alhoewel we behoorlijk van elkaar verschillen, vullen we elkaar in de samenwerking meestal wel goed aan. De Duitsers letten op de details en wij Nederlanders houden de grote lijnen aan. Als wij de oostelijke grens overgaan om zaken te doen, zijn we ook snel genegen om ook hier de grote lijnen aan te houden. Alleen… dan lopen we tegen de details aan. Details op het gebied van de normale wetgeving, maar ook – ons eigenlijke onderwerp – de fiscale spelregels.

De fiscale wetgeving verschilt in hoofdlijnen eigenlijk niet zoveel van elkaar. Ook wel verklaarbaar omdat onze inkomstenbelasting als een Besluit Inkomstenbelasting in  1941 begonnen is. Wij hebben echter in 1964 en 2001 de wet gemoderniseerd. De Duitsers lopen nog een beetje achter en discussiëren bijvoorbeeld nog steeds graag over aftrekbare kosten. Dit begrip hebben wij al afgeschaft.

Verschillen zitten telkens weer in de details. Terwijl wij een bijtelling privégebruik auto hebben van 4% en 22%, hebben de Duitsers 1% bijtelling per maand. Dat lijkt dus 12%, maar…woon-werk verkeer wordt gezien als privégebruik en daar krijg je een aanvullende heffing over. En men heeft vervolgens weer een reiskostenaftrek. Elektrische auto’s hebben momenteel ook een bijtelling van 1%, maar de Duitse regering wil dit naar 0,5% terugbrengen. Dit zou ook voor hybride auto’s gelden, waarbij de Duitsers hier ook plug-in onder lijken te verstaan.  De Outlander PHEV kan wellicht alsnog een populaire leaseauto in Duitsland worden, terwijl wij deze auto alweer in de ban gedaan hebben.

De belastingtarieven lijken in Duitsland lager. De vennootschapsbelasting is er 15% terwijl wij beginnen bij 20% en eindigen bij 25%. Maar de details leren ons, dat men nog een solidariteitsheffing heeft en ook nog een gemeentelijke ondernemingsbelasting. Samen komt dat meestal op net geen 30% neer. Wij schrijven hier “meestal” omdat deze gemeentelijke ondernemingsbelasting vaak per gemeente verschilt. Dit kan al snel 5% of meer aan belastingdruk uitmaken. Het is dan ook van belang om binnen Duitsland de vestigingsplaats goed uit te zoeken. Het scheelt echt. Hierdoor kent Duitsland net als in Nederland brievenbusfirma’s, maar dan voor nationale belastingplanning.

De inkomstenbelasting en loonbelasting hebben in Duitsland een toptarief van 42%. Uiteraard is er weer een uitzondering voor grootverdieners. Vanaf € 250.000 inkomen geldt een tarief van 45%. Een detail. Wij hebben een toptarief van 52%. Je zou dus zeggen, dat je in Duitsland meer netto overhoudt van het salaris. Echter, de Duitsers hebben een stevige premiedruk die over werknemer en werkgever wordt omgeslagen. Dat maakt dat – na de Belgen – voor een werkgever de loonkosten in Duitsland het hoogst binnen de OECD landen zijn. Bij de inkomstenbelasting is het netto wisselend en afhankelijk van de gezinssamenstelling. Men heeft een hoge belastingvrije som van € 8.000 en gehuwden hebben een substantieel belastingvoordeel. Het Duitse Kindergeld is fors hoger dan de Nederlandse kinderbijslag.

Conclusie? Als je als Nederlands bedrijf over de grens kijkt , is het verstandig om verder te kijken dan de hoofdlijnen. Wij Nederlanders weten ondertussen uit allerlei seminars wel dat taal en cultuur verschillen. Duitsers bereiden hun plannen meestal “gründlich” voor en beginnen dan. Wij Neder-landers beginnen vaak en zien dan wel gedurende de rit hoe we zaken oplossen. Door de Duitse “details” is dat echter niet aan te raden.

Dit artikel is geschreven door Mr. drs. Sanne van den Elst van Jongbloed Fiscaal Juristen N.V. – uw fiscaal adviseur voor internationale fiscale advisering.(Links)

We hebben dit artikel geschreven  in samenwerking met Mr. Eric van Nugteren, belastingspecialist in Nederland-Duitsland zaken. (Rechts)

 

Meer informatie:

www.jongbloed-fiscaaljuristen.nl

www.vannugteren.nl