Gepubliceerd op 13 december 2018

Bestrijdt niet alleen verwijtbaarheid, maar ook de vastgestelde belastingschuld

Of het nu gaat om een strafrechtelijke vervolging voor het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte of een beschikking aansprakelijkstelling als bestuurder: met het bestrijden van de verwijtbaarheid kan de vervolging stoppen of wordt een beschikking vernietigd. Zonder straf immers geen schuld.

Dat lijkt in sommige gevallen ook de goedkoopste oplossing, omdat daar minder voor nodig lijkt dan bij het opnieuw doornemen van de administratie. Maar niets blijkt minder waar.

In het huidig tijdgewricht lijkt met een (door de Belastingdienst vastgestelde onjuistheid) opzet al een gegeven. Dit ten onrechte en daarom moeten wij (zowel de verdachte of boeteling als de gemachtigde) dat blijven bestrijden. Indien dat echter niet lukt en het gaat om een aanzienlijk vermeend belastingnadeel dan kunnen de gevolgen hard zijn. Gevangenisstraffen liggen op de loer en het als bestuurder moeten betalen van een naheffingsaanslag vanuit privé kan ook aanzienlijke gevolgen hebben.

Het loont meer dan de moeite een deskundige in te schakelen, die op het gebied van het belastingrecht kennis van zaken heeft. Die kan allereerst nagaan of alle formele wegen juist zijn behandeld. Is een aanslag juist bekend gemaakt? Zonder aanslag geen belastingschuld en daarmee geen bestuurlijke boete en geen bestuurdersaansprakelijkheid op grond van de Invorderingswet. Is er wel sprake van een nieuw feit en zijn de beginselen van behoorlijk bestuur nageleefd? Ook dan is een boete of aansprakelijkheid niet aan de orde.

Maar belangrijker nog: alles er goede materiële argumenten zijn aan te voeren ten aanzien van een navordering of naheffing en deze om die reden moet worden teruggebracht tot nihil of tot een veel lager te betalen bedrag, heb je daarmee een dubbelslag te pakken: de grondslag voor de boete of aansprakelijkheid gaat daarmee naar beneden en het kan voor een strafzaak bijvoorbeeld het verschil maken of een gevangenisstraf is aangewezen of niet, maar het zet ook de verwijtbaarheid zelf in een ander daglicht. Kennelijk was er geen onjuistheid, maar zelfs indien er wel een (gedeeltelijke) onjuistheid overblijft, was er dan niet toch veel te zeggen voor het standpunt van de verdachte, boeteling of aansprakelijk gestelde? Met een pleitbaar standpunt is er namelijk geen opzet.

De Haas Advocaten
Priscilla de Haas | advocaat-belastingkundige
Bahialaan 100 Rotterdam
www.dehaasadvocaten.nl
info@dehaasadvocaten.nl