Een vonnis? De klok tikt verder!

Het leven – ook het zakelijke – bestaat uit termijnen. Als ondernemer dient u op tijd uw product of dienst bij uw 
klant af te leveren. U dient ook op tijd te betalen. Als iemand uw bedrijf schade berokkent, dan dient die schade 
te worden vergoed.

Indien u er niet uit komt met die andere partij kunt u de zaak aan de rechter voorleggen. Zoiets kan je niet al te lang laten liggen. Een verplichting tot betaling van een geldsom (of dat nu gaat om een contractuele verplichting of om schadevergoeding) verjaart vijf jaren nadat die geldvordering opeisbaar is geworden, zoals dat heet. Vanaf het moment dat je de andere partij in een procedure hebt betrokken door een dagvaarding, wordt die zogenaamde verjaring gestuit. De termijn van vijf jaren staat gedurende die procedure bij het gerecht als het ware stil.

Na een procedure van bijvoorbeeld twee of drie jaar win je met behulp van een uitstekende advocaat de zaak. Goed nieuws, de rechter heeft namelijk bepaald dat ‘jouw wederpartij’ een stevig geldbedrag aan jouw onderneming moet overmaken, te vermeerderen met rente. Het is in de tussentijd met jouw wederpartij niet zo heel goed gegaan, hij kan op dat moment het verschuldigde bedrag nog niet overmaken. Geen nood, je hebt ergens gehoord dat een gerechtelijke uitspraak heel lang geldig blijft, 
wel twintig jaar! Jouw tijd komt nog wel en intussen ‘rent de vordering lekker op’.

Klopt dat wel? Niet helemaal, zo blijkt uit een recente uitspraak van de Hoge Raad van 18 november 2016, de hoogste rechter van ons land.

Hoofdregel is inderdaad dat de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een rechterlijke of arbitrale uitspraak verjaart na verloop van 20 jaren na de uitspraak. Dat lijkt een veilige marge te bieden. Het addertje onder het gras is artikel 3: 324 lid 3 BW. De verjaringstermijn bedraagt 5 jaar of korter voor al hetgeen ingevolge die uitspraak ‘bij het jaar of een kortere termijn’ moet worden betaald. Laat dat laatste zinnetje nu gelden voor de wettelijke of contractuele rente die per dag, per maand of ten hoogste per jaar moet worden betaald, in beginsel nooit langer.

In het door de Hoge Raad berechte geval speelde dat in een bepaald vonnis niet een concreet geldbedrag was genoemd in het vonnis, het ging om ‘een nog vast te stellen bedrag aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover’. De schuldeiser vond – nu geen concreet bedrag was genoemd – voor dit alles, dus ook de wettelijke rente, de ruime termijn van 20 jaren gold. De Hoge Raad verwierp die stelling. Het betekende in dit concrete geval dat de schuldeiser niet meer de rente over de schade van de schuldenaar kon opeisen, dat stukje van het vonnis was dus verjaard! Au, oppassen geblazen dus!

Hoe voorkom je zoiets? Een lopende verjaring kan je vrij eenvoudig stuiten door op tijd een (aangetekende) brief te sturen naar jouw debiteur, waarin je ondubbelzinnig aangeeft dat je aanspraak blijft maken op zowel het schadebedrag maar ook de rente. Dan begint een nieuwe termijn van 5 jaar te lopen. «

Roel Hart
, Partner bij Marree en Dijxhoorn Advocaten
www.mend.nl

Onze partners