Spiering uitgooien om kabeljauw te kunnen vangen

Flexibiliteit, goede scholing en innovatie. Dat zijn de trefwoorden die tijdens het gesprek steeds weer naar voren komen. Niet zo zeer omdat ernaar gevraagd wordt, maar omdat de ondernemers aan tafel er dagelijks mee bezig zijn. Inspelen op nieuwe ontwikkelingen en kansen zien. Het lijkt zo eenvoudig, maar is het dat ook?

In een van de vergaderruimtes van het bedrijfsverzamelgebouw aan de Voorsterweg zit een divers gezelschap van vertegenwoordigers van bedrijven en organisaties aan tafel bij gastheer Martin Daniëls van het DYNTES Tech Park. Een scala aan onderwerpen komt voorbij. Natuurlijk gaat het daarbij om zaken als flexibiliteit en innovatie. Maar ook de positieve ontwikkeling van Lelystad Airport en de daarmee gepaard gaande kansen komen aan bod, evenals het belang van financieringsmogelijkheden, veiligheid op het werk, onderwijs en arbeidsmarkt, de potentie van Flevoland en ‘de verkwanseling’ van de Zuiderzeespoorlijn. Als de gespreksdeelnemers zich voorstellen, wordt meteen duidelijk dat er ondernemers aan tafel zitten die flexibiliteit met een grote F schrijven en voortdurend inspelen op nieuwe kansen. “Ik had het akkerbouwbedrijf van mijn vader overgenomen, maar we gingen rond de eeuwwisseling door een periode met weinig perspectief in de landbouw. We zijn toen naarstig op zoek gegaan naar een nieuwe poot onder het bedrijf en dat werd de huisvesting van arbeidsmigranten”, vertelt Martin Daniëls.

Inspirerende omgeving

“We waren de eerste in Nederland die de boerderij ombouwden tot een appartementengebouw met honderd woonplekken. Inmiddels is dat uitgegroeid tot vijfhonderd woonplekken op vier locaties. Dan kom je in een andere wereld met andere contacten. Dus ook met de eigenaar van het voormalige Geomatics Business Park in Marknesse, die afscheid van het pand moest nemen. Hij vroeg of ik interesse had om het bedrijfsverzamelgebouw over te nemen. Aanvankelijk denk je dat is ‘mijn pakkie an’ niet, maar dan loop je hier wat rond en ziet dat het heel veel mogelijkheden biedt en ga je nadenken over de kansen. Vooral in combinatie met de omgeving, zoals de aanwezigheid van het NLR (dé Nederlandse kennisorganisatie op het gebied van lucht- en ruimtevaart), andere high tech bedrijven en de bijzondere natuur hier. Ik ben er inmiddels van overtuigd dat je juist enorm veel energie op kunt doen als je na een ochtendje werken even door een mooi bos kunt lopen. Zo’n inspirerende omgeving wordt voor veel bedrijven steeds belangrijker.”

“Je doet enorm veel energie op als je na je werk even het bos in kunt lopen”

Inmiddels staat DYNTES Tech Park op de gevel van het gebouw, wat staat voor een DYNamische plek waar bedrijven met TEchnologieS bezig zijn. “Er staan weliswaar veel kantoorpanden leeg in Nederland, maar er is een flinke behoefte aan goed geoutilleerde bedrijfsverzamelgebouwen. Zeker voor kleine startende bedrijven”, zegt Gert Bulthuis van MKB & Technofonds Flevoland. “Het voordeel van zo’n pand is dat je gemakkelijk de samenwerking kunt zoeken en je de benodigde bedrijfsruimte flexibel kunt wijzigen als je bedrijf groeit of kleiner wordt”, vult Daniëls aan.

Advies en snel leveren

Ook voor Boy Jansen van Switchtron uit Dronten is flexibiliteit de belangrijkste bestaansreden voor zijn bedrijf. Hij levert niet alleen, maar produceert, als een van de weinige bedrijven in Nederland, ook zelf, met name ledverlichting. “We bieden altijd maatwerk en kunnen de spullen snel leveren. Dat is ons grote voordeel. We leveren vooral aan installateurs. Ze komen regelmatig met een bouwtekening bij ons en vragen ons dan voor de invulling van de verlichting te zorgen. Het meeste maken we dan prefab klaar in ons eigen pand. Als we dan aankomen op locatie kunnen we het snel voor elkaar maken. Goed advies en prefab aanleveren zijn enorm belangrijk. Daarin proberen we ons steeds weer te verbeteren.”

Hoe sterk is het management?

Verbazing is er als Gert Bulthuis uitlegt dat twee van de tien bedrijven die door MKB & Technofonds Flevoland worden gefinancierd toch failliet gaan. “Er gaan altijd bedrijven failliet of door de markt of door mismanagement of door omstandigheden die niet te voorzien waren. Daarom kijken we vooral naar hoe sterk het management is bij de vaak innovatieve ondernemingen. We zijn redelijk succesvol, terwijl we ons natuurlijk op een hele lastige markt begeven. Sommige bedrijven springen er echt uit qua rendement en van de overige bedrijven hopen we vaak dat we onze investering terugkrijgen. Het gaat om blanco financieringen waar geen enkele dekking tegenover staat. Gaat het fout, zijn we ons geld kwijt … maar gaat het goed dan hebben we een dijk van een rendement.”

Geloof in ondernemerschap

Piet Hoekstra is 25 jaar geleden samen met zijn broer Elektroservice Urk (ESU) gestart. “Je speelt steeds weer in op mogelijkheden die zich voordoen. Momenteel werken we in de automatisering, industrie, luxe jachtbouw en komen we met innovatieve oplossingen voor de scheepvaart. Dat we onlangs meededen aan een nieuw innovatief project, heeft ons wat beter op de kaart gezet. Je kunt zelf van alles gaan roepen in de media, maar de mond-tot-mondreclame werkt nog steeds het beste. Omdat we in het ondernemerschap zijn blijven geloven, hebben we toch een paar flinke stappen kunnen maken. Je moet steeds alert zijn en inspringen op de geluiden die je om je heen hoort.” ESU heeft inmiddels vijftien medewerkers.

“We werken duurzaam, zowel als het gaat om relaties als met betrekking tot de producten en diensten die we leveren. De klanten vragen ernaar en de techniek gaat ook door op dat vlak. We zijn daar heel actief in, bijvoorbeeld op het gebied van zonnepanelen en warmtepompen”, zegt Remko Bosma van Wouda Techniek. Daarmee aangevend dat ook zijn bedrijf meegroeit met de markt en zich dus flexibel en innovatief opstelt. “We doen zelf niet echt aan productontwikkeling, maar we volgen nieuwe initiatieven op de voet. Zodra we zien dat het de goede kant op gaat, pakken we dat gelijk op.”

Het wordt duidelijk dat bedrijven – om zich te onderscheiden van de concurrent – flexibel moeten omgaan met klantwensen. “Maar je moet als bedrijf die slag wel kunnen maken”, zegt Piet Hoekstra. “Om in visserijtaal te spreken: je moet een spiering uitgooien om een kabeljauw te kunnen vangen. Je mensen moet je echt achter je hebben. Het schip is zo sterk als de bemanning. We hebben moeilijke tijden gehad en dan kun je overuren uitbetalen, maar je kunt je mensen ook vragen of ze het op een minder drukke dag in vrije tijd willen compenseren. Kijk, dat willen ze best wel als ze daardoor hun baan behouden. Het is over en weer geven en nemen. Je zoekt steeds de middenweg, waarbij het ook belangrijk is om te vertellen hoe het gaat met het bedrijf en waarom je bepaalde beslissingen neemt.”

Het plan komt niet uit

Ook voor Gert Bulthuis is de combinatie van ondernemerschap en flexibiliteit een vanzelfsprekendheid. “We zien vaak dat ondernemers met een prefect doordacht en goed doorgerekend plan bij ons komen, maar dan zeg ik altijd tegen ze ‘Het is een mooi plan, maar ik weet zeker dat het niet uitkomt.’ Het komt vooral aan op de flexibiliteit van de directie of het managementteam. Wij zorgen daarbij voor coaching en begeleiding. Vaak kost de uitvoering van het plan meer en duurt het langer. We kijken daarom met name naar de mensen die daar mee om moeten gaan als we gaan financieren. Dus flexibiliteit is enorm belangrijk.”

Dan komt het onderwerp innovatie voorbij. Daarbij gaat het veelal niet om spectaculaire nieuwe vindingen, maar bijvoorbeeld om het aanboren van andere marktsegmenten of inspelen op ontwikkelingen in de markt. “Wij moeten elke dag innoveren. Want steeds komt er wel wat nieuws op de markt, waar we misschien gebruik van kunnen maken. Dat houden we heel goed in de gaten”, stelt Boy Jansen. “Elke dag zijn we aan het testen. Dat doe ik zelf, samen met mijn medewerkers uit de productie. We krijgen natuurlijk ook updates van toeleverende partijen. Het mooie is dat we meteen tegen de klant kunnen zeggen wat wel of niet kan, omdat we altijd weten wat er in de markt speelt.”

Terugbetalen

Subsidies worden afgebouwd. Daar is geen van de gespreksdeelnemers rouwig om. “Er komen andere financieringsvormen voor terug. De ondernemer kan daar z’n innovatie mee doen. Slaagt die innovatie, dan moet die investering worden terugbetaald en kunnen weer andere ondernemers vooruit worden geholpen”, stelt Gert Bulthuis. “Het is belastinggeld, het is geld van een ander. Dus als een investering slaagt, zou je het sowieso terug moeten betalen.” Remko Bosma: “Het uitgeven van subsidies kost net zoveel als de beheerstromen er rondom heen.” De ervaring van eenieder is inderdaad dat er altijd (te) fors gecontroleerd wordt. Volgens Gert Bulthuis is wel subsidie nodig voor fundamenteel onderzoek door kennisinstellingen. “Dat is essentieel en daarvan kan ook het mkb profiteren.”

Gekwalificeerde mensen?

Kunnen de gespreksdeelnemers aan voldoende gekwalificeerde mensen komen? Dat levert een pittige discussie op over scholing, de mentaliteit van de jongeren en de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. “Iemand die goed met z’n handen is, moet de mogelijkheden krijgen daar wat mee te doen. Die moet je niet uit een boek laten leren, wat tegenwoordig wel veel gebeurt”, aldus Piet Hoekstra. Gert Bulthuis: “We hebben een aantal ICT-bedrijven in onze portefeuille die zitten te springen om personeel. Ze struinen de hogescholen af om studenten meteen in te kunnen zetten.”

Remko Bosma: “De beroepskeuze wordt steeds verder uitgesteld. Jongens van een jaar of zestien hebben nu een basale opleiding. Dus dan begint het pas. Je ontkomt er niet aan om als bedrijf zelf die opleidende rol op je te nemen. We hebben structureel vier, en dat worden er binnenkort misschien wel vijf of zes, leerlingen lopen in een BBL-traject (vier dagen werken en een dag naar school). Ze zijn dan een jaar of twintig voordat ze hun eerste diploma hebben.” In de installatiesector wordt de begeleiding en opleiding van deze leerlingen verzorgd door Installatiewerk. De leerlingen komen daar in dienst en worden bij bedrijven gedetacheerd. “Het is belangrijk om mensen op jonge leeftijd aan de sector te binden. Daar ligt een deel van je eigen verantwoordelijkheid.” Ook bij Switchtron worden de mensen door het bedrijf zelf opgeleid. “Wel staat een goede verkoper hoog op ons verlanglijstje”, aldus Boy Jansen.

Studiepunten in de praktijk

Kees Stolwijk, directeur Onderwijs van hogeschool Windesheim Flevoland in Almere hecht veel belang aan de relatie van het onderwijs met de beroepspraktijk. “Studenten van al onze hbo-opleidingen halen de helft van hun studiepunten in de praktijk met projecten, stages en comakerships. Deze comakerships zijn echte opdrachten en projecten voor bedrijven of (zorg)instellingen die studenten in enkele maanden tijd uitvoeren. (Ook bij mkb-bedrijven in de regio.) Zij gaan aan de slag met vraagstukken die bedrijven willen oplossen of beter willen laten onderzoeken. Vraagstukken waar medewerkers van het betreffende bedrijf geen tijd voor hebben of waarvoor de expertise niet in huis is.” Stolwijk vertelt dat studenten onderzoek doen en uiteindelijk een product of een dienst opleveren. “Denk aan een marketingplan, een procesbeschrijving, een technisch ontwerp of een softwaretoepassing. De allerlaatste theoretische kennis en inventieve ideeën van studenten komen zo bij bedrijven terecht. Dat vraagt natuurlijk wel om inhoudelijke begeleiding, maar hiermee investeren bedrijven in hun toekomstige medewerkers. Twee keer per jaar organiseren we een Comakership Meetingpoint, waar we bedrijven en studenten ‘matchen’ voor praktijkopdrachten. We zijn altijd op zoek naar bedrijven met technische of economische vraagstukken.” «

Tekst: Willem Bakering / Fotografie: Gerrit Boer

 

Onze partners