De risico’s voor bestuurders bij turboliquidatie van een BV

16 april 2019 13:38

De risico’s voor bestuurders bij turboliquidatie van een BV

De turboliquidatie van besloten vennootschappen staat de laatste jaren in de schijnwerpers. En niet voor niets. Ongeveer 90% van alle ontbindingen van vennootschappen gebeurt door middel van een turboliquidatie. Maar wat is precies een turboliquidatie en wat zijn de risico’s ervan?

Ontbinding, vereffening en faillissement

Als de activiteiten van een besloten vennootschap (BV) zijn gestaakt, kunnen de aandeelhouders van de BV een besluit nemen de BV te ontbinden. Er wordt dan een vereffenaar benoemd (dat is meestal één van de bestuurders van de BV) die de BV gaat liquideren. Dat betekent dat de activa worden verkocht, debiteuren worden geïncasseerd, etc. Met de opbrengst daarvan worden de schuldeisers van de BV betaald. Een eventuele restant opbrengst wordt aan de aandeelhouders uitgekeerd.

Het kan ook zijn dat de vereffenaar constateert dat de lasten de baten van de BV zullen gaan overtreffen. In dat geval is de vereffenaar verplicht het faillissement van de BV aan te vragen.

Turboliquidatie

Maar er is dus ook een turboliquidatie. Als bij het besluit tot ontbinding van de BV wordt vastgesteld dat de BV geen baten meer heeft, dan houdt de BV direct op te bestaan, ook als er nog wel schulden zijn. De BV wordt vervolgens uitgeschreven uit het handelsregister en daarmee is de ontbinding en vereffening een feit. Anders dan bij de ‘gewone’ ontbinding wordt er geen rekening en verantwoording afgelegd. Vanwege deze snelle route wordt deze wijze van ontbinding ook wel turboliquidatie genoemd.

Turboliquidatie gevoelig voor misbruik

Turboliquidatie is gevoelig voor misbruik vanwege het ontbreken van rekening en verantwoording. Zo kan de BV eerst worden leeggehaald en vervolgens via een turboliquidatie worden ontbonden. De schuldeisers blijven dan met lege handen achter.

De mogelijkheid van het gebruik van een turboliquidatie is in de wet opgenomen. In zoverre is de turboliquidatie dus geoorloofd. De vraag zou kunnen worden gesteld of het niet beter zou zijn om het faillissement van de BV aan te vragen indien er bij de ontbinding van de BV nog wel schulden zijn. De Hoge Raad heeft echter al eens geoordeeld dat in dat geval de weg van de turboliquidatie moet worden gevolgd en niet die van het faillissement. Het aanvragen van een faillissement in een dergelijk geval kan zelfs tot persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders van de BV leiden.

Risico’s turboliquidatie

Maar ook het gebruik van turboliquidatie is niet zonder risico’s. Schuldeisers van de BV kunnen de rechtbank vragen de vereffening te heropenen indien er mogelijk nog sprake is van een bate,  bijvoorbeeld  een mogelijke aanspraak op de bestuurders van de BV in verband met bestuurdersaansprakelijkheid. Een schuldeiser moet wel aannemelijk maken dat er een mogelijke bate is. Dat is niet altijd eenvoudig.

Mocht er nog een mogelijke bate zijn, dan wordt aangenomen dat de BV altijd is blijven bestaan en dus niet is ontbonden. Dat betekent dat de bestuurders van de BV gedurende die periode ook aan hun verplichtingen moeten hebben voldaan, zoals het voeren van een deugdelijke administratie, deponering van de jaarrekening, etc. Als zij dat niet hebben gedaan, kan dat leiden tot aansprakelijkheid voor zover alsnog het faillissement van de BV wordt uitgesproken. De bestuurders zijn dan aansprakelijk voor het zogenaamde tekort dat bestaat uit alle schulden van de BV en de bijkomende faillissementskosten. Dat tekort is vaak aanzienlijk.

Schuldeisers van de BV, die via een turboliquidatie is ontbonden, kunnen de bestuurders van de BV mogelijk aanspreken voor de niet-betaling van hun vorderingen indien de bestuurders onrechtmatig ten opzichte van hen hebben gehandeld. Daarvan is bijvoorbeeld sprake indien er vermogen van de BV is weggesluisd, eventueel actief aan de aandeelhouders van de BV is uitgekeerd of indien bepaalde schuldeisers wel en bepaalde schuldeisers niet zijn betaald. Een ander voorbeeld voor mogelijke aansprakelijkheid is dat de bestuurders van de BV verplichtingen zijn aangegaan waarvan zij wisten dat de BV die niet kon nakomen en ook geen verhaal zou bieden.

Overigens gelden deze risico’s niet alleen bij een turboliquidatie maar ook in geval van een faillissement van de BV en ook indien de BV haar activiteiten niet zou beëindigen.

Conclusie

Bij een turboliquidatie van een BV houdt deze na het besluit tot ontbinding direct op te bestaan zonder dat een vereffenaar wordt benoemd. Het is dus snel en goedkoop en er hoeft geen rekening en verantwoording te worden afgelegd. Het gebruik van een turboliquidatie is echter niet zonder risico’s indien de BV is blijven voortbestaan omdat er nog sprake was van een bate. Ook kunnen schuldeisers de bestuurders van de BV aanspreken indien zij onrechtmatig hebben gehandeld.

Hebt u vragen over een turboliquidatie neemt u dan gerust contact met ons op.

Martijn Kerkdijk

MAkerkdijk@benthemgratama.nl

038 428 00 77

terug

Reacties op dit bericht

Reactie plaatsen? Log in met uw account.