Gepubliceerd op 22 maart 2018

Toekomstgericht bouwen vergt intensieve ketensamenwerking

Samenwerking tussen ketenpartners is een voorwaarde voor toekomstgericht bouwen. Dat was een van de conclusies van het tafelgesprek over dat onderwerp. Acht deelnemers uit de bouwwereld gaven acte de présence. Het gesprek vond plaats in het kantoor van woningcorporatie Vivare op bedrijventerrein IJsseloord II in Arnhem.

De noodzaak voor toekomstgericht bouwen is groot. Grondstoffen raken op waardoor duurzaamheid en circulair bouwen onontkoombaar worden in de Nederlandse economie. Maar deze manier van denken en doen is nog betrekkelijk nieuw. Hoe pak je het als ondernemer aan en waar begin je? Dave Mateman is opleidingscoördinator bouwkunde bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. 
De opleiding heeft duurzaamheid verankerd 
in de opleiding. Studenten worden ingezet voor onderzoek naar circulair bouwen. 
Dave Mateman: “Duurzaamheid proberen we in de genen van onze studenten te krijgen. Vanaf het begin dat je bij ons komt denk je niet alleen duurzaam, maar ben je het ook vanuit jezelf. Dat hoort in je gedrag te zitten. Daar denk ik dat het moet gaan beginnen, bij jezelf, voor je toekomstgericht kunt gaan bouwen. Bij het bouwen komen de maatschappelijke problemen bij elkaar. Daar zullen we vorm aan moeten geven in de beperkte ruimte die we in Nederland nog hebben. We kunnen nog veel leren. Enerzijds wijzen we een natuurgebiedje aan, anderzijds staat er nog zoveel vierkante meter bedrijfs- en kantoorruimte leeg. En dat terwijl er enorme behoefte is aan woonruimte. We moeten slimmer gaan bouwen. Flexibel en op maat.”

Dat laatste hebben ze goed begrepen bij D+B Architecten. Pieter van Dijk is er architect. Hij vertelt: “Wij hebben een conceptwoning bedacht die vrij indeelbaar is. De eerste bewoner kan zijn of haar indeling bepalen, maar mocht het gebruik veranderen dan kan het hele gebouw opnieuw ingericht worden. De woning kan voor een gezin dienst doen, maar ook, op een later moment, voor een alleenstaande oudere die beneden gaat wonen en boven verhuurt. Daarnaast profileren we ons als duurzaam en bio-ecologisch. 
Wij proberen duurzaamheid in de gebouwen in te brengen en biobased materialen toe te passen. Omdat we dat uitstralen, weten klanten ons op dat thema te vinden.”

“Laat mensen holistischer kijken. Daar begint toekomstgericht bouwen”

Initiatieven
Pieter Duif is directeur vastgoedregie bij Vivare. Hij komt het thema duurzaamheid steeds meer tegen in zijn werk. De hele maatschappij staat onder druk om verantwoord om te gaan met de beperkte ruimte en grondstoffen in Nederland. Er is volgens hem nog onvoldoende besef van de noodzaak om toekomstgericht te gaan bouwen: “Ik mis een besef dat over de héle linie duurzaamheid betracht moet worden. Een energiezuinige woning heeft weinig zin als je drie keer per jaar naar Barcelona vliegt en kilo’s vlees eet. Er moet verstandig worden omgegaan met ruimte, grondstoffen en mensen die we hebben. We voelen wel dat alles met elkaar te maken heeft, maar het blijft bij individuele initiatieven. Hoe gaan wij ecologisch denken en doen communiceren naar een groot deel van de bevolking?” Pieter van Dijk denkt dat het belangrijk is om mensen vroeg bij bouwprocessen te betrekken: “Wij zijn nu met vijf ontwikkelaars bezig in de Schuytgraaf, een ecowijk in Arnhem. We zijn eerst bewoners gaan zoeken. Die hebben we bij elkaar gebracht en samen met ons de wijk laten ontwikkelen. Zo betrek je ze bij de opzet en maak je ze bewust van ruimtegebruik. Tegelijkertijd kweken we sociale cohesie. Ze duiken dus niet meteen weg achter voordeuren en schuttinkjes maar gaan socialer met elkaar om. Daardoor vergroot hun binding met de wijk en hebben ze ook de neiging er langer te blijven wonen.”

Milieubelasting
Duif trekt het thema duurzaamheid breder: “Hoe kan de consument verantwoord kiezen uit dat gecompliceerde palet van wind- en zonne-energie, wel of geen gas? Je moet bij elke aanschaf naar de totale milieubelasting van een apparaat kijken voor zowel productie, gebruik en de afbraak. Veel van die factoren worden buiten beschouwing gelaten.” 
Daar is Ingo Bouman, vestigingsdirecteur van bouwbedrijf Van Wijnen Arnhem het roerend mee eens: “Ik strijd tegen alles wat niet echt duurzaamheid is maar wel als zodanig wordt gepresenteerd. Zonnepanelen en windmolens zijn niet duurzaam als je ook de productie en afbraak erbij betrekt. We leven in een wegwerpcultuur. Zodra iets afgeschreven is, gaat de stekker eruit en is het klaar. Op naar het volgende project. Een circulaire economie in de consumptiemaatschappij is gedoemd om te mislukken.”

Ludwig Smits is aandeelhouder bij aannemerscombinatie De Variabele en houdt zich bezig met innovatieve ketensamenwerking en relatiemanagement. Ludwig Smits vult Bouman aan: “Op 
1 augustus vorig jaar was overshoot day, 
dat betekent dat we meer verbruiken dan 
de aarde aan ons terug kan geven. 
Laat mensen holistischer kijken. 
Daar begint toekomstgericht bouwen.” Smits ziet dat duurzame ontwikkelingen niet vanzelfsprekend zijn: “Laat ik een voorbeeld uit mijn vak geven. Wij zouden morgen een gevelsluitend element kunnen bedenken dat een positieve ecoprint aanlevert. Dus gemaakt van hout, CO²-opname in plaats van uitstoot, korte vervoerscyclus, alles klopt. Dan moeten we beseffen dat we daarmee disruptief zijn. Want de stalen kozijnen drukken we daarmee uit de markt. De markt heeft anticipatietijd nodig om te kunnen inspelen op de nieuwe duurzame ontwikkelingen. Ik denk dat er een overheid nodig is om die ontwikkelingen in goede banen te leiden.” Zowel Kraaijenhagen als Mateman veren overeind als het gaat over duurzaam innoveren. Ze wijzen erop dat daar voldoende vakkrachten voor nodig zijn. 
De sector techniek verdient een uitgekiende PR-strategie om meer jongeren te interesseren voor techniekopleidingen.

Bestaande woningvoorraad
Pieter Duif weet uit zijn praktijk dat toekomstgericht bouwen niet alleen over nieuwbouw gaat. Ook de bestaande woningvoorraad moet verduurzaamd worden. In het geval van Vivare gaat het om huizen van een niet kapitaalkrachtige doelgroep. Er wordt volgens hem wel eens vergeten dat het geld van de woningbouwcorporaties niet van de overheid komt, maar echt van de huurders. 
Die moeten mee in het proces van bijvoorbeeld de overgang van gas naar elektrisch. Dat vraagt om inzet van alle betrokken partijen, zoals de markt, techniek, overheid en onderwijs.

Carel Kraaijenhagen is commercieel manager bij Nathan Systems voor hoogwaardige duurzame klimaattechniek. Hij omschrijft zijn werk als ‘alles wat met de van-het-gas-af energietransitie te maken heeft’. Veel oplossingen komen met behulp van warmtepompen. Kraaijenhagen ziet enerzijds een versnelling in het duurzaam denken maar anderzijds huiver bij de consument omdat die de (vaak financiële) consequenties niet kan overzien. “Voor de crisis waren we bezig met geld verdienen, tijdens de crisis gingen we klantgericht bouwen en we zijn de crisis nog niet uit of klantgericht bouwen wordt vergeten en we zijn weer uitsluitend bezig met geld verdienen. 
Daar moet echt iets veranderen. We moeten als branche goed kijken wat de klant wil. 
De klant wil verduurzamen. Op basis van een beter milieu en op basis van portemonnee. Maar dan moeten we wel goede informatie verschaffen. En meedenken over technische oplossingen.” Kraaijenhagen ziet nog te vaak dat aannemers de minimale prestatie eisen voor ogen houden maar niet bereid zijn om verder te kijken.

Vakgebied
Nico Budel is directeur van aannemersbedrijf BUMÉ BV. Het bedrijf is momenteel bezig om duurzaamheid en circulariteit te versleutelen in een nieuw te bouwen bedrijfspand. 
Hij steekt de hand in eigen boezem en erkent dat uitsluitend het commerciële belang vaak nog bovenaan staat in de bouwwereld. Maar de klant vraagt om duurzaamheid en daarmee is het onderdeel van het commercieel belang. Hij zou graag zien dat toekomstgericht bouwen breed wordt opgepakt: “Ieder heeft zo zijn ideeën op het eigen vakgebied maar we moeten er met z’n allen naartoe. De rol van de overheid is heel belangrijk om toekomstgericht bouwen te stimuleren. In de ons omringende landen zoals Duitsland en Zweden zijn ze verder omdat de overheid haar rol pakt.”

Tot het zover is ziet Bouman diverse kansen 
op kleinere schaal. Een voorbeeld: 
“De corporaties en de woningbouw-
verenigingen kunnen energieleveranciers worden. Dat kunnen ze door daken te beleggen met zonnepanelen. Als je de opbrengst deels gebruikt voor huurverlaging dan krijg je de bewoners mee. En als ze alle daken verder verduurzamen dan kan zelfs energie geleverd worden aan koopwoningen in de wijk.”

Grondstoffenpaspoort
Er zijn partijen die pleiten voor een grondstoffenpaspoort. Bij alle nieuwbouw moet al het materiaal beschreven worden, zodat het gemakkelijk gerubriceerd kan worden bij sloop en hergebruik. Op die manier wordt afgeschreven materiaal de bouwsteen voor de toekomst.

Bouwkolom
Rob Withaar is commercieel directeur bij Talen Vastgoedonderhoud B.V. en medeverantwoordelijk voor het commercieel beleid. Het familiebedrijf heeft ketensamenwerking en duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Kritisch kijkt hij naar het grondstoffenpaspoort. 
Sloopmateriaal binnen de bouwkolom wordt nu al in ruime mate gescheiden en voor 98% hergebruikt. Hij denkt dat het grondstoffenpaspoort vaak ingezet wordt als “een commercieel belang dat vaak geënt is op subsidiemogelijkheden.”

Rob Withaar: “We kunnen het grondstoffenpaspoort wel gebruiken als instrument om ons te bezinnen. Om toe te werken naar een andere mindset. In dat opzicht is het goed. Maar laten we ons goed realiseren dat veranderen tijd kost. Er moet nog heel veel gebeuren. Ik ben me zeer bewust van de urgentie van deze

taakstelling.” Ingo Bouman: “Er was onlangs een discussie bij de provincie of er voor hen een rol is weggelegd bij het verduurzamen van vastgoed van particulieren. Toekomstgericht bouwen is voor hen ook een zoektocht.”

Bewustwording
Volgens Rob Withaar staat de maatschappij aan de vooravond van een totaal nieuw, circulair en duurzaam tijdperk. “Ik vind het inspirerend om bij te dragen aan deze bewustwording en uitvoering. Hoe krijgen we de schakels in de keten constructief aan elkaar gekoppeld, zodat de opgave een gezamenlijk belang wordt? Ik ken een voorbeeld van een gemeente met een grote duurzaamheidsopgave. De netwerkbeheerder kon daar geen strategisch advies op geven omdat verantwoordelijkheden zich richten op individuele belangen. 
Wie neemt zijn verantwoordelijkheid? 
De juiste insteek is volgens mij: we zitten hier aan tafel en hoe komen we met elkaar tot een volwaardige ketenvorming?” Hier en daar ziet hij dat al gebeuren. Vivare heeft gekozen voor vaste ketenpartners, weet Withaar, 
“dan mag je ook iets verwachten.”

Ingo Bouman: “Dan moet je elkaar wel fouten toestaan. De maatschappij is vooral gericht op fouten. Dat zit ook in de Arnhemse cultuur. Er is een mentaliteitsverandering nodig. Er gaan namelijk veel dingen goed en dat moeten we omarmen. Haal de foutenmaker er weer bij en leer er van.”

Nico Budel houdt het simpel: “Als je niet meedoet, dan kan je niets veranderen. Alleen al door hier, in klein comité, aan 
tafel te zitten, zet ik verandering in gang.”

Ludwig Smits: “De cirkel van betrokkenheid en de cirkel van invloed probeer je steeds groter te krijgen. Dat doe je door samenwerken. Ketens te organiseren. 
Er zijn veel partijen nodig.”

Bouman denkt dat ketensamenwerking toekomstgericht bouwen kan bevorderen. Als hij niet telkens op projectbasis hoeft te acquireren, ontstaat er ruimte voor vernieuwing. Bij Vivare ziet hij die ontwikkeling al. “Als we naar een procesbedrijf in plaats van een projectbedrijf kunnen gaan dan kunnen we elkaar helpen.” «

Tekst: Paul de Jager / Fotografie: Ivar Verspuij

 

Onze partners