Gepubliceerd op 15 december 2019

Inclusief ondernemen doe je samen

Als instellingen en bedrijfsleven nauw samenwerken dan kunnen nog veel mensen met een arbeidsbeperking aan een baan geholpen worden. Dat is de overtuiging van de deelnemers aan het tafelgesprek over inclusief ondernemen. Het gesprek vond plaats bij het Werkgevers Service Punt in Velp.

De economie draait zo goed dat er op veel fronten een tekort aan werknemers is. Ook bij de gemeentelijke sociale diensten is dat goed te merken. Veel werkzoekenden vonden een baan. Wilfred Hekkers is manager bij RSD de Liemers (de regionale sociale dienst van de gemeenten Duiven, Westervoort en Zevenaar). Hij constateert dat vijf jaar geleden werkgevers nog met een boog om hem heen liepen omdat hij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bemiddelde. Wilfred Hekkers: “Maar nu, met de krappe arbeidsmarkt, merk je dat mensen me bellen of ik iets voor ze kan betekenen. Ik zou graag willen dat we bij werkgevers tussen de oren krijgen dat het heel mooi kan zijn om met deze doelgroep aan de slag te gaan. Het biedt nieuwe energie. Mensen met een arbeidsbeperking worden vaak op handen gedragen binnen een bedrijf. Ze zijn heel erg gemotiveerd. En ja, ze hebben wel een gebruiksaanwijzing. Daar zijn jobcoaches voor, die doen dat prima. Amerika heeft een ander sociaal stelsel en daar zie je deze mensen gewoon in bedrijven rondlopen. Waarom moeten er hier allerlei regels zijn om dat mogelijk te maken? Inclusief ondernemen komt vanuit het hart, is mijn stelling.”

Marcel Hielkema, directeur van arbeid ontwikkelbedrijf Scalabor, vraagt zich af of het aan ondernemers ligt dat mensen met een arbeidsbeperking nog steeds moeilijk aan een baan komen: “Momenteel hebben we meer banen dan mensen. Ik kan een heleboel banen gewoon niet invullen. Op de website van Scalabor staan zestig vacatures voor mensen met een arbeidsbeperking. We hebben net met de schoonmaakbranche een convenant afgesloten voor 70 banen die beschikbaar zijn maar de aanmeldingen komen mondjesmaat binnen. Voor een traject in de zorg, samen met ROC, hebben we moeite om het eerste klasje van twintig mensen bij elkaar te krijgen. En dan gaat het om een opleiding met door de branche gegarandeerde banen! We hebben met elkaar afgesproken dat werkgevers banen zouden creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat lukt ons in deze regio bovengemiddeld. Als ik kijk naar de cijfers dan lopen we 20 procent voor op de doelstelling van 31 december.”

Wim Muilenburg, voorzitter van de Raad van Bestuur van zorginstelling Driestroom, constateert dat vraag en aanbod op de arbeidsmarkt momenteel niet op elkaar afgestemd zijn. “Gelukkig maar”, vindt hij. “Ik zit al 35 jaar in de wereld van de sociale dienst en het is 25 jaar trekken en duwen geweest om mensen aan het werk te krijgen. Nu zitten we een keer in een situatie waarin er binnen drie minuten een werkgever reageert op een werknemersaanbod. Ik vind dat wel ontspannend na al die jaren.”

Onderwijs denkt vanuit wat iemand wel kan. Ontwikkelt het talent

Crisis

Bas Coenen, general manager van verpakkingsbedrijf Na-Nomi, twijfelt aan de motivatie van bedrijven om nu met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in zee te gaan. Ze zijn nu nodig, maar in crisistijd staat deze groep als eerste weer op straat. Bas Coenen: “Ik vraag me af of de ondernemers die nu met de handen in het haar zitten en aankloppen bij de sociale diensten, de juiste omgeving kunnen bieden voor deze mensen. En als het economisch weer slechter gaat, dan zetten deze ondernemers ze als eerste weer op straat. Ik denk dat je de doelgroep in het hart moet sluiten. Het zou bij het DNA van bedrijven moeten passen om onvoorwaardelijk voor mensen met een arbeidsbeperking te gaan. Ook in crisistijd. Als het weer beter gaat dan heb je ze toch weer nodig. Juist deze doelgroep heeft behoefte aan inzetbaarheid in slechtere tijden.” Wim Muilenburg toont zich sceptisch: “Ik ben een positief mens, maar crisissen hebben altijd weer geleid tot een enorme arbeidsuitstoot aan de onderkant van het gebouw. Ik zou van m’n stoel vallen als het de komende crisis niet zo zou zijn.”

Kansen

Die nieuwe economische crisis is er nog niet. En dus ziet Wido Steeg, manager bij Siza gehandicaptenorganisatie die ook actief is op het gebied van activering en re-integratie, kansen: “Bedrijfseconomische redenen zorgen nu voor een grotere vraag en aan ons de taak om de meerwaarde van de doelgroep te laten zien. Die gaat namelijk ook over sfeer, bewustzijn, respect en waardering, niet alleen over tijd en geld.”

Chantal Fijen, regiomanager bij RIBW Arnhem Veluwe Vallei, sluit zich aan: “Ik hoor terug bij ondernemers dat ze onder druk van de krapte gebruik maken van de doelgroep, maar dat het tegen de verwachting in goed bevalt. We moeten van het momentum gebruik maken om werkplekken te creëren voor de doelgroep.”

Wat is nu de beste strategie om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bij elkaar te brengen, vraagt Marcel Hielkema zich af: “We zijn in het verleden uitgegaan van de kwaliteiten van de kandidaten. Op dit moment zijn we echt vanuit vacatures aan het zoeken. Het is economisch van belang dat we in deze regio 10.000 vacatures in gaan vullen. Die vacatures zijn er. En dus zien we werkgevers die breed kijken. Ze zeggen: wij helpen mee. Is er in de schoonmaak, de zorg, het groen, scholing nodig? Dan bieden we – samen met de ROC’s – leer-werkplekken aan. Kom maar op. Daar moeten we gebruik van maken. Samen aan de slag.”

Beroepsonderwijs

Jeroen Maree, is bij ROC Rijn IJssel directeur van het cluster zorg en welzijn. Hij verbindt inclusief ondernemen nadrukkelijk met beroepsonderwijs: “Onderwijs denkt vanuit wat iemand wél kan. Ontwikkelt het talent. Dat is de business van onderwijs. Opleiden is een aspect van inclusief ondernemen, hoor ik zeggen. Maar er is meer. Onderwijs kun je koppelen aan locaties. Studenten kunnen worden opgeleid om samen met ondernemers Arnhemse wijken ‘een lift’ te geven. Hele wijken of buurten worden leeromgeving en bedrijven maken daar deel van uit. Samen betekenisvolle dingen doen. Gelukkig lukt dat ook.” Wim Muilenburg weet dat hele wijken door inzet van jongeren uit het speciaal onderwijs een upgrade krijgen. Dat kan al klein beginnen, door het opknappen van tuinen en openbaar groen.

Wido Steeg ziet daar wel wat in: “Ik heb vaak het idee dat hoe kleiner het initiatief is, hoe kansrijker. Bij Siza zijn we begonnen met een woonhulpopleiding voor tien mensen waarbij we vijf baangaranties afgaven. Toen we het groter, met andere partijen, wilden aanpakken werd het ingewikkeld. We hebben het dus in eerste instantie in eigen hand gehouden. Anderen kunnen later aansluiten. Laten we maar gewoon ‘klein’ gaan beginnen.”

Bas Coenen: “Kleine initiatieven zijn een goed begin. Daag elkaar maar uit: is die baan wel één baan? Of kun je er twee of drie banen van maken of competenties in onderscheiden waardoor mensen een kans krijgen. Kan je door om- of bijscholing uitgaande van de passie of competentie van de medewerkers die baan wél invullen? Generaliseren kan niet. Je moet echt per branche of bedrijf de ontwikkelingen in kaart brengen en bekijken hoe je op een duurzame manier je vraag naar arbeidskrachten in kunt vullen, gericht op de toekomst.”

Beroepsoriëntatie

Chantal Bruil is directeur personeel en organisatieontwikkeling en mede-eigenaar van Nederrijn schoonmaak. Ze waardeert de beroepsoriëntatie die het Werkgevers Service Punt biedt: “Ieder jaar komt een hele bus met studenten van het speciaal onderwijs en de praktijkschool bij ons kijken wat de schoonmaakbranche inhoudt. Dat blijkt dus niet alleen suf met een doekje schoonmaken. We werken met schoonmaakmachines en hoogwerkers. Er is vakkennis nodig. We vinden het ontzettend leuk als er aan het eind van de dag een paar jongeren enthousiast melden dat ze later bij ons komen werken.”

Wilfred Hekkers: “Wij als sociale dienst moeten de wens van de cliënt vertalen in de kansberoepen die er beschikbaar zijn. Dat proberen we af te stemmen. Soms moeten we realiteitszin bijbrengen. De oud-medewerker die zit te wachten tot V&D weer open gaat, kan lang wachten.” Chantal Fijen: “Inclusief ondernemen is samen ondernemen en denken in kansen. Het begint ermee dat je samen iets wil. Mensen met een psychische aandoening willen via een IPStraject aan de slag. Wat is iemands droom? Begrafenisondernemer worden is misschien te hoog gegrepen. Maar we kunnen er wél voor zorgen dat die kandidaat aan de slag gaat in de begrafenisbranche. Ervaring leert dan wat het betekent om het vak uit te oefenen. Goede matching is enorm van belang. Mensen zijn soms ook stigmatiserend naar zichzelf toe. Ze denken dat ze niks meer kunnen. Ervaring op doen kan dat beeld bijstellen. Als ondernemers zich willen verbinden aan een dergelijk traject, dan kan er iets moois ontstaan.” Angèle Welting, directeur van het Werkgevers Service Punt (WSP) Midden-Gelderland, ziet dat statushouders soms een prachtige baan hadden in het land van herkomst, maar nu moeten accepteren dat ze hier veel lager moeten insteken. Wim Muilenburg kent dat verschijnsel. Hij vertelt van een Eritrese schooldirecteur. Hij bleek uitstekend op zijn plaats als begeleider van Eritrese scholieren die orde en regelmaat nodig hadden om een scholingstraject te kunnen volbrengen.

Samen aan de slag

Marcel Hielkema: “We hebben de banen, de leerwerkplekken, de expertise en vooral ook betrokken werkgevers. Laten we nu gebruik van de situatie maken. Mensen werkfit maken, daarin investeren. In de werkvoorziening ging het vaak over budget en beleid. Nu gaat het heel praktisch, van a naar b, over eenvoudig werk aanbieden als opstap naar een betaalde baan. Ik vind dat een verademing.” Wido Steeg: “Veel mensen weten wat ze willen maar er zijn ook mensen die dat niet weten. Voor hen is er in de gemeente Arnhem het Centrum Activerend Werk, daar hebben ze de mogelijkheid om zich te oriënteren binnen allerlei branches.”

Duurzame inzetbaarheid

Angèle Welting denkt dat het niet moeilijk is om mensen te plaatsen, maar wél om ze te behouden: “De begeleiding van iemand die lang niet gewerkt heeft, kan te wensen over laten. De juiste ontvangst op de werkvloer is ontzettend belangrijk. Interne jobcoaching kan hier zeker bij helpen. Duurzame plaatsing valt of staat met kennis van iemands ‘gebruiksaanwijzing’. Zorg dus dat collega’s weten hoe ze om moeten gaan met iemand met een arbeidsbeperking. We bieden daarom trainingen aan werkgevers aan. Verder vinden we het als WSP belangrijk dat bedrijven stagiaires de kans geven om iets te leren. Maak het normaal dat er continu een plek is om iets te leren binnen een bedrijf.” Chantal Bruil onderstreept het belang van goede begeleiding op de werkvloer: “In goede begeleiding gaat veel tijd zitten. We zijn niet blij als het mislukt. Door samenwerking op te zoeken vergroot je de slaagkans. Maar het is leuk als het slaagt. Als we mensen zien groeien. We zoeken de samenwerking met andere partijen op om er een succes van te maken. We kunnen het niet alleen.” Bij ROC Rijn IJssel gaat de aandacht voor duurzame inzetbaarheid verder dan de diploma uitreiking, vertelt Jeroen Marée. “Het klinkt raar, maar sommige studenten met een diploma hebben een groot risico op uitval. Ze gaan op zichzelf wonen, krijgen te maken met werkdiscipline, beschikken opeens over meer geld. Er verandert zo veel dat menig afgestudeerde dat niet aan kan. Daarom pakken we ze op tijdens het laatste jaar van hun studie en blijven ze samen met de werkgever gedurende het eerste jaar na afstuderen begeleiden. Dat is een mooi voorbeeld van samen verantwoordelijkheid nemen, die verder gaat dan de standaard grenzen aangeven.”

Slaagkans

Een groot percentage werkzoekenden in de kaartenbakken van de sociale diensten heeft volgens de gesprekspartners nog kansen op de arbeidsmarkt. Maar dan moeten de gemeenten hun klantenbestand wel inzichtelijk maken. Dat betekent cliënten één-op-één spreken en vervolgens problemen aanpakken. Voor langdurig werklozen is het wennen om opnieuw aan de slag te gaan. Werkgevers willen best hun steentje bijdragen, maar zijn niet toegerust om de problemen thuis aan te pakken, aldus Angèle Welting. Alle aanwezigen tonen zich optimistisch, maar pleiten wel voor een overheidsbeleid waarbij leidend is wat iemand nodig heeft om mee te kunnen doen op de arbeidsmarkt, en niet onder welke regeling iemand valt of uit welk potje iets betaald kan worden.

Onze partners