Invordering Belastingdienst verhardt

De laatste jaren was er al een tendens waarneembaar dat er minder snel onvoorwaardelijk uitstel van betaling wordt verleend voor betwiste belastingschulden. Met onvoorwaardelijk uitstel bedoel ik dan uitstel van betaling zonder dat voor het (gehele) bedrag van de aanslag zekerheid hoeft te worden verstrekt. Datzelfde geldt voor de gelijktijdig vastgestelde boete- en belastingrente(beschikking).

De Ontvanger (die zorgdraagt voor de inning van belastingen) gaat er veelal vanuit dat aanslagen juist zijn vastgesteld en zelfs als evidente fouten in de aanslagregeling worden aangestipt, meent de Ontvanger of Directeur veelal dat dat ‘enkele’ feit niet hoeft te worden meegewogen in de slechts marginale toetsing die de Ontvanger voorstaat.

De ervaring leert dat aanslagen niet altijd of tot het volle bedrag in stand blijven, zeker niet indien aanslagen tot geschatte bedragen worden vastgesteld en de Inspecteur meent op basis van de ingeroepen omkering en verzwaring van de bewijslast zich te kunnen beperken tot een schatting op basis van iedere bijschrijving op de rekening van een belastingschuldige zonder te hoeven duiden waarom deze bijschrijving inkomen (in box I) vormt.

Vroeger kon nog een dialoog worden aangegaan over eventuele voorwaarden waaronder uitstel al dan niet kon worden verleend. Die tijd is gepasseerd. Indien niet direct aan gestelde voorwaarden wordt voldaan, wordt het verzoek om uitstel al afgewezen. Een belastingschuldige is dan aangewezen op de weg van het administratief beroep bij de Directeur in Utrecht. Een dergelijk beroep moet worden ingesteld binnen tien dagen na dagtekening van de afwijzing, de enige beslissing die niet wordt voorgedateerd en meestal pas dagen na dagtekening van de afwijzing binnenkomt.

Belastingschuldigen staan vaak niet stil bij de gevolgen indien niet (adequaat) wordt opgekomen tegen de beslissingen van de Ontvanger. De gevolgen nadien herstellen is dan niet of slechts met extra inspanningen mogelijk.

Aangezien de Ontvanger zelf de executie ter hand kan nemen zonder tussenkomst van een rechter, kunnen gevolgen desastreus zijn. Als uiteindelijk onherroepelijk invorderingsmaatregelen zijn getroffen, is herstel naar de oorspronkelijke toestand niet meer mogelijk.

Tot eind vorig jaar schorste een verzet(dagvaarding) tegen een executieverkoop de verkoop, totdat de civiele rechter op het verzet had beslist. Tot een behandeling kwam het dan niet altijd omdat partijen elkaar alsnog vonden. De schorsende werking is echter begin dit jaar opgeheven. Deze moet een belastingschuldige zelf bewerkstelligen. Is dat nu een goede zaak?

Bij de zogenoemde patseraanpak vindt de burger dat een harde aanpak is aangewezen. Als zij zelf hard worden aangepakt, wordt daar veelal anders over gedacht. De belastingschuldige verwacht een redelijk handelend overheid. Behoudens het voorbeeld dat uitstel vaak al wordt afgewezen voordat iedere vorm van overleg (in persoon of telefonisch) heeft plaatsgehad, is de Ontvanger ook niet altijd volledig in de informatievoorziening. Als advocaat treed je partijdig op namens jouw cliënt, de belastingschuldige. Om de belangen van de cliënt te dienen, bedien je je van alle mogelijke rechtsmiddelen.

De ‘tegenstander’ in de persoon van de Ontvanger is een andere professionele partij met wie de degens kunnen worden gekruist. De laatste tijd bemerk ik geregeld dat de Ontvanger zich niet altijd opstelt als we wellicht zouden mogen verwachten. Informatie over wat er wordt gedaan en/of het bepalen van een nieuwe verkoopdatum wordt de belastingschuldige ten behoeve van tot verkoop wordt ingegaan soms niet geïnformeerd, maar erger nog derden aan wie roerende zaken toebehoren worden in het geheel niet door de Ontvanger geïnformeerd.

Het aantal administratief beroepschriften dat is ingediend de afgelopen periode is als wij behandelend ambtenaren namens de Directeur in Utrecht mogen verstaan, verdubbeld. Aan de opstelling van de belastingschuldige kan zulks moeilijk worden toebedicht. Dat zij opkomen tegen invorderingsmaatregelen is bovendien hun goed recht. De uitspraken die namens de Directeur worden gedaan zijn wisselend. Indien de Directeur na toetsing aan het uitstelbeleid, waarin op veel plaatsen is bepaald dat de Ontvanger zekerheden kan verlangen, de beslissing van de Ontvanger in stand laat, kan de belastingschuldige nog slechts de weg van een verzoek aan de Tweede Kamer of een klacht bij de Nationale ombudsman indienen.

Echter ook deze colleges hebben slechts een beperkte capaciteit onderzoek te doen. In sommige gevallen leiden signalen uit de praktijk tot algemene rapporten of herbezinnen, temeer indien de geluiden uit het veld eenzelfde beeld laten zien. Laat dit een oproep zijn voor een algemene beoordeling van de huidige standaard van de Ontvanger of misschien kan de Ontvanger zich over de eigen positie buigen en eens kritischer kijken naar de onderbouwing van een betwiste schuld en/of de vraag of zekerheid nu wel echt nodig is en tot het volledige bedrag.

Een ding is van wezenlijk belang: schakel snel en daarmee tijdig de bijstand in van een deskundige in het Invorderingsrecht. De termijnen zijn al kort.

Mr. Priscilla de Haas
partner De Haas Advocaten| advocaat-belastingkundige

www.dehaasadvocaten.nl

Onze partners