De maakindustrie is te kwetsbaar geworden

8 juli 2020 10:14

De maakindustrie is te kwetsbaar geworden

Made in The Netherlands. Die tekst staat in de nabije toekomst op steeds meer producten. De trend van het terughalen van maatwerk was er al, corona geeft een extra zetje in de goede richting.

Vliegtuigen en schepen die de wereld doorkruisen met spullen, zo goedkoop en massaal mogelijk in elkaar gezet. Sinds een jaar of veertig is dat het systeem dat we allemaal kennen: kosten als enige drijfveer. Dat daaraan een einde aan het komen was, werd al steeds duidelijker. Moeder Aarde is er wel klaar mee, met die diepe voetafdruk. Consumenten willen het in steeds mindere mate. Zij zien meer in specifiekere producten, weg van goedkoop massagoed.

Dat er nog meer haken en ogen zitten aan het systeem van global manufacturing en global sourcing, werd de afgelopen maanden pijnlijk duidelijk. Corona zet een rem op de aanvoer van producten, materiaal en halffabricaten uit het verre buitenland. Zonder aanvoer lopen productieprocessen spaak, wereldwijd. Tekorten ontstaan, prijzen stijgen.

Moeten we het dan maar weer allemaal zelf gaan doen? Tot op zekere hoogte wel, zegt Hans Praat. Hij is Business Developer Smart Industry bij de NOM en schreef vorige maand een column over de toekomst van de maakindustrie in Nederland. De column werd onwaarschijnlijk vaak gedeeld via LinkedIn. ,,Blijkbaar raakt het een gevoelige snaar. De maakindustrie zoals wij haar kennen is te kwetsbaar geworden en de organisatie eromheen te slecht voor de wereld. Corona heeft dat even heel duidelijk gemaakt.’’

Strategische capaciteit

We zijn op zoek naar antwoorden. Voor een deel zijn die al gevonden. In zijn column verwijst Praat naar een artikel in het Financieele Dagblad waarin Technologies Added als voorbeeld wordt genoemd van hoe het kan. Hoe het móet misschien wel. Daar kan directeur van de smart factory in Emmen Rob Goossens het niet mee oneens zijn.

,,Je ziet een paar ontwikkelingen. Ten eerste dat de wereldwijde logistiek ineens tot stilstand kan komen. En wie zegt dat dit het laatste virus is? Om te kunnen blijven draaien zoeken producenten en de handel leveranciers die dichter bij huis zitten. Neem mondkapjes als voorbeeld. Je zou kunnen kiezen voor het aanleggen van megavoorraden voor je-weet-maar-niet. Stel dat je ze niet meer nodig hebt, dan is dat van alle kanten zonde. Je kunt ze ook zelf maken, op zo’n manier dat je snel kunt opschalen als het nodig is. Van strategische voorraad naar strategische capaciteit. En dat is precies wat wij in Emmen doen. In ons geval gaat het trouwens niet om mondkapjes, maar om chirurgische schorten.’’

Dicht bij huis produceren heeft meer voordelen. Evident is dat het de aarde wat schenkt in de vorm van minder uitstoot door transport. De arbeidsomstandigheden zijn beter gewaarborgd, de milieueisen worden beter nageleefd. Maar ook belangrijk: de consument wil het. Goossens: ,,We gaan toe naar een wereld waarin klantspecifieke producten normaal zijn. Als koper wil ik de eigenschappen van mijn product zo veel mogelijk zelf kiezen. Dat is precies waar wij goed in zijn, in de productie zo bedenken dat dat kan en schaalbaar is.’’

Bijschaven

Dat superflexibele systeem waarin samenwerking met leveranciers en een uitgekiend digitaal proces centraal staan, is niet alleen voor consumenten fijn. De makers van nu werken graag met een Minimal Viable Product (MVP). Ze zetten hun product in de markt voordat het volmaakt is, bekijken welke reacties er zijn en blijven dan aanpassen en bijschaven. Dat werkt heel lastig als die aanpassingen steeds in de fabriek in China moeten gebeuren. Dan kun je het beter in de buurt doen.

Hans Praat: ,,Wat dat betreft zitten we hier perfect. Midden in de markt, namelijk West-Europa. En Nederland is daarin nog eens extra trendgevoelig, dan is een faciliteit als Technologies Added ideaal, een gemeenschappelijke fabriek die voor beginnende producenten ook mogelijkheden biedt. Binnen West-Europa zitten we ook nog eens in een regio met relatief lage kosten. Kijk, er blijven altijd heel specifieke producten die van elders komen. iPhones, ASML-machines, dat soort hoogwaardige spullen. Maar dan blijft er een boel over dat best dichterbij gemaakt kan worden. Niet per se tegen hogere kosten.’’

Kosten zijn steevast het onderwerp bij een ander voorbeeld van groeiende vaderlandse productie: die van sociale werkvoorzieningen. Dat dat zeker niet altijd terecht is, bewijst Empatec in Sneek. Daar werken 1200 medewerkers, van wie een deel in de productie. Bijzonder: bijna de helft van de inkomsten (vorig jaar 22 miljoen euro) komen ‘gewoon’ uit de markt. En van kunstmatig verlaagde prijzen vanwege subsidieregelingen is geen sprake.

Kijk terug:

Small Giants: Deuren openen zonder huidcontact kan met Open Arm van Empatec

Afscheid

,,Dat is één van de eerste dingen die ik heb gedaan toen ik hier drie jaar geleden binnenstapte’’, vertelt directeur Harry de Wit. ,,Onze prijzen marktconform maken. Dat betekende zelfs dat ik van één of twee opdrachtgevers afscheid heb genomen. Ik draai het om: onze mensen voegen juist waarde toe. We dragen bij aan het label van maatschappelijk verantwoord ondernemen van onze klanten. Dan moet er ook een marktconform tarief betaald worden.’’

Dat werkt. De Wit ziet dat bedrijven actief zoeken naar maakbedrijven, juist in Nederland, als het kan met zo’n maatschappelijke component. Net als bij Technologies Added gaat de samenwerking met de opdrachtgever daarbij ver. ,,Bij een grote metaalproducent in Sneek hebben onze mensen een eigen fabriekshal. Ze doen gewoon mee, je ziet dat we onderdeel van het proces zijn daar.’’

Is dít dan de toekomst? De Wit: ,,Wij zijn daar absoluut onderdeel van. Het mes snijdt aan meerdere kanten. Onze mensen zitten anders thuis, onze klanten krijgen producten van hoge kwaliteit, precies zoals zij het bedacht hebben.’’ De twee stromen – industrie 4.0 en het werkvoorzieningsschap – zitten elkaar ook geenszins in de weg. Empatec is goed in seriematig produceren, Technologies Added is ook toegerust op kleinere series die snel kunnen worden opgeschaald.

Corona dus. De crisis kan de stap naar meer productie dicht bij huis weleens sneller dichterbij halen. Toch was het ook in Noord-Nederland vooral even slikken. Empatec verloor grote opdrachten van exporterende Nederlandse bedrijven, Technologies Added had te maken met een stokkende aanvoer van materialen.

Creatieve raderen

Ze komen allebei snel weer erbovenop. In Emmen wordt bijvoorbeeld hard gewerkt aan het naar Nederland verplaatsen van de supplychain van bepaalde producten. In Sneek gingen de creatieve raderen aan het draaien. De metalen deurknopdrukker waarmee je niet meer met handen aan de kruk hoeft te komen, is het gevolg. De Wit: ,,Die loopt heel goed.’’

Regionaal, duurzaam, flexibel. De maakindustrie staat voor een flinke verandering. De roep van de consument duwt haar in die richting, de omstandigheden in de wereld soms ook, de toestand van de aarde evenzeer.

Hans Praat: ,,Ik ben ervan overtuigd dat het die kant op gaat en ben daar blij mee. Een vraag zou nog kunnen zijn: hoe kunnen we het verder stimuleren? De overheid kan aan een paar knoppen draaien natuurlijk, maar het zal vooral uit de markt moeten komen. Ik verwacht nog wel wat van financiers ook. Die worden terughoudend om bedrijven te financieren wier verdienmodel afhankelijk is van productie in goedkope landen ver weg. Dat zal bedrijven motiveren om weer dichter bij huis te gaan produceren.’’

Bron: www.noordz.nl

terug

Reacties op dit bericht

Reactie plaatsen? Log in met uw account.