Gepubliceerd op 15 augustus 2019

Betaal voor gebruik, niet meer voor bezit

Hoe verstandig is het tegenwoordig nog kantoormeubilair te kopen, zodat je er jaren aan (en in) vast zit? Personeelbestanden bestaan voor een steeds groter deel uit tijdelijke medewerkers; vaste werkplekken transformeren in flexplekken en dan zijn er nog de strenger geworden Arboregels voor ergonomisch meubilair. Om precies die redenen kiezen bedrijven al jaren voor het leasen van hun wagenpark in plaats van hun kapitaal te bevriezen in bedrijfswagens. Hoogste tijd hetzelfde te doen met uw kantoormeubilair.

De kantoorstoel was vele tientallen jaren een werkmiddel én een statussymbool. Directeuren hadden comfortabele zetels met hoge ruggen die hun gewicht makkelijk droegen en hun autoriteit versterkten. Promotie maken heette in kantoortaal dan ook ‘een stoel opzijschuiven’. Een trouwe boekhouder die in de wandelgangen vernam dat het hoofd boekhouding drie maanden eerder met pensioen ging, kon thuis trots vertellen dat er  voor hemzelf ‘in wezen al een halve stoel vrijkomt’. De wereld was voorspelbaar en statisch. De onveranderlijkheid van stoelen en tafels getuigde daarvan.

Kapitaalvernietiging

Maar de wereld van de éénentwintigste eeuw is het tegendeel. Bedrijven en carrières zijn dynamischer dan ooit. Interim-managers komen en gaan, flexwerkers worden per project aan het bedrijf verbonden en bijna niemand van het vast personeel blijft nog veertig jaar lang op dezelfde afdeling. Dan is er nog de evolutie van het thuiswerken en het volledig afschaffen van de vaste werkplek. Dat heeft allemaal gevolgen voor het kantoormeubilair. Bureaus, kasten en stoelen moeten veel vaker dan vroeger worden verplaatst, aangepast of verwisseld. Wie zijn kantoormeubilair koopt doet daarmee in toenemende mate aan kapitaalvernietiging. Een stoel moet al weg nog voor ze is afgeschreven, een bureau worden aangepast, wat de uiteindelijke kostprijs alleen maar verhoogd. Dat moet toch anders kunnen?

Grotere financiële armslag

Dat kan inderdaad anders. Kantoormeubilair is bij uitstek geschikt voor leasen of huren. U betaalt als ondernemer of facilitymanager nooit meer dan een vooraf vastgesteld maandbedrag. Nog belangrijker dan deze financiële overzichtelijkheid is de grotere financiële armslag. Uw kapitaal zit niet ‘vast’ in laden, rugleuningen en tafelpoten. Dat kunt u in andere, meer renderende toepassingen investeren. Aanpassingen leveren geen kopzorgen meer op. De leverancier regelt dat.  U gaat betalen voor gebruik en niet langer voor bezit.

Van duurzaam naar circulair

Maar waarom zouden die leveranciers u die zorgen uit handen nemen? What’s in it for them? Het is altijd raadzaam zichzelf die vraag te stellen. Dat heeft alles te maken met de evolutie van het kantoormeubilair zelf. Steeds meer meubelen worden ontworpen volgens de principes van cradle to cradle. Dat wil zeggen, dat het volledige meubilair kan worden gedemonteerd en hergebruikt en dat het niet langer ‘slechts’ duurzaam is ontworpen maar circulair – een stap verder.

Het verdienmodel dat bij cradle to cradle hoort is niet langer eenmalig verkopen maar verhuren of leasen. Vergelijk het met een televisietoestel. Traditioneel betaalt u voor het bezit en belandt het toestel na zoveel jaar op de schroothoop. Circulair betaalt u voor zoveel duizend uur televisiekijken. Reparaties en onderhoud zijn voor de leverancier en na afloop haalt deze het toestel bij u op en bezorgt u een nieuw, met een nieuw contract. Apparaten zijn nog niet zover, kantoormeubelen al wel. Des te meer reden voor u daarin mee te gaan en uw kantoormeubilair in het vervolg te huren of te leasen.

Tekst: Jeroen Kuypers