Gepubliceerd op 14 mei 2020

Steunmaatregelen van de Duitse regering

Als reactie op de coronapandemie heeft de Duitse regering een aantal financiële maatregelen voor het bedrijfsleven besloten.

Alle maatregelen op een rijtje gezet:

  1. Noodfondsen

Subsidies van maximaal € 9.000 voor bedrijven met maximaal vijf werknemers en € 15.000 met maximaal tien werknemers (op basis van fulltime krachten) zijn beschikbaar voor alleen kleine bedrijven en zelfstandigen. De bedrijven die deze subsidie aanvragen, mogen voor maart 2020 niet in moeilijkheden hebben verkeerd en zij moeten verklaren dat hun voortbestaan gevaar loopt en zij door de coronacrisis te weinig liquide middelen hebben. Het liquiditeitstekort kan alleen door de coronacrisis zijn veroorzaakt als voor die tijd niet voldoende liquiditeit kon worden opgebouwd. De aanwezige liquide middelen moeten dus worden gebruikt vóórdat het noodfonds wordt aangesproken. De behoedzame, zuinige koopman wordt bestraft.

De regering van de deelstaat NRW (Nordrhein Westfalen) is op het moment van mening, dat de Duitse dochter-GmbH van een Nederlandse aandeelhouder (B.V.) voor deze steun niet in aanmerking komt als deze Nederlandse aandeelhouder meer dan de helft van de aandelen houdt (“verbundene Unternehmen”). Of deze mening gaat veranderen, is op dit moment niet duidelijk maar wij werken eraan.

  1. Uitstel van belastingbetaling

In het aanvraagformulier van de belastingdienst van NRW moeten aanvragers ondertekenen dat “Als gevolg van de gevolgen van het coronavirus […] kunnen de volgende belastingen thans niet worden betaald (bijzondere hardheid). Daarom verzoek ik om rentevrij uitstel van voorlopig drie maanden in de volgende mate: […]  (soort belasting en periode).

Of belasting niet kan worden betaalddoor de gevolgen van het coronavirus” kan alleen worden beoordeeld aan de hand van een maatstaf voor de solvabiliteit. Aan het begin van de crisis hadden gezonde bedrijven meestal nog genoeg geld om bijvoorbeeld btw te betalen.

Liquiditeit uit voorgaande periodes kan echter niet de doorslag geven. De vooruitziende zakenman plant vooruit. Een liquiditeitspositie zonder liquiditeitsplanning toont slechts de helft van de solvabiliteit. De liquiditeitsprognose moet verder reiken dan het einde van de crisis. Als uit de liquiditeitsplanning blijkt dat het bedrijf tot dusverre niet insolvent is geweest en dat pas de coronacrisis heeft geleid tot niet gedekte verplichtingen, kan voor deze niet gedekte bedragen uitstel van betaling worden aangevraagd (“op dit moment niet kunnen worden betaald”).

Als daarentegen is te voorzien dat het verschuldigde bedrag ook na afloop van de coronacrisis niet kan worden betaald, is het onvermijdelijk dat later het faillissement wordt aangevraagd. Het formulier van de NRW-belastingdienst geeft de belastingplichtige in ieder geval de mogelijkheid aan te kruisen dat hij na de coronacrisis niet in staat zal zijn termijnen af te lossen.

  1. Uitkering wegens werktijdverkorting – Kurzarbeitergeld

De regeling inzake de uitkering Kurzarbeitergeld bevat eveneens een groot obstakel voor bedrijven. Als er sprake is van overurensaldi of tegoed aan vakantiedagen uit het voorgaande jaar, wat in maart 2020 nog bij veel bedrijven het geval was (§ 7 lid 3 derde zin BUrlG), dan moeten deze tegoeden eerst worden weggewerkt. De liquiditeit van bedrijven zal dan niet worden ontlast door de werktijdverkorting, maar – integendeel – worden verzwaard. Werknemers moeten worden doorbetaald zonder actief te zijn geweest tijdens die periode. Het afbouwen van overuren en vakantiedagen uit het voorafgaande jaar leidt wel tot resultaat, maar niet – wat belangrijker is in de crisis – tot meer liquiditeit.

  1. Kredieten

Bedrijven die waarschijnlijk niet in staat zijn om hun huidige financiële verplichtingen met bedrijfsinterne maatregelen en overheidssteun na te komen, zijn afhankelijk van kredietprogramma’s van de overheid om hun liquiditeit te waarborgen. De overheid zorgt voor liquiditeit in de vorm van kredieten via de huisbanken, die volgens de laatste informatie tot 100% van hun risico kunnen afwentelen op de KfW.

  1. a) KfW-Unternehmerkredit

Bedrijven die ten minste vijf jaar bestaan, kunnen middelen uit het KfW-bedrijfskrediet aanvragen. De banken als tussenpersoon worden voor 80% gevrijwaard van aansprakelijkheid buiten de KMO-definitie en tot 90% voor KMO.

  1. b) KfW (ERP-)Gründerkredit Universell

Bedrijven die minder dan vijf jaar bestaan, kunnen een beroep doen op fondsen van het KfW (ERP) Starterskredietprogramma. Ook hier worden de banken als tussenpersoon voor 80% gevrijwaard van aansprakelijkheid buiten de KMO-definitie en tot 90% voor KMO.

  1. c) KfW-Schnellkredit für den Mittelstand

Een lening op korte termijn met een risico-overname door de KfW van 100% en een maximum looptijd van tien jaar is beschikbaar voor KMO met meer dan tien werknemers, met een maximum van € 500.000 (< 50 werknemers) of € 800.000 (> 50 werknemers). De bedrijven moeten in 2019 of gemiddeld over de laatste drie jaar winst hebben gemaakt.

  1. d) KfW-Konsortialkredit ab 25 Mio. Euro

Commerciële bedrijven die hoge kredieten nodig hebben, kunnen tot 31 december 2020 via de KfW een aanvraag indienen voor consortiale leningen. KfW blijft tot 80% van het risico op zich nemen, maar over het algemeen minstens 25 miljoen euro.

  1. e) Landesbürgschaftsprogramme

Naast de KfW verstrekken de Bürgschaftsbanken (voor o.a. borgstellingskredieten) van de deelstaten kredieten tegen lage rentes. De overname van het risico werd in de deelstaat NRW vanwege corona verhoogd van 50% tot 80%, en een minimum kredietbedrag wordt opgeschort. In de brochure over de nieuwe borgstellings-mogelijkheden verwijst Bürgschaftsbank Niedersachsen expliciet naar het “Tijdelijk COVID 19-kader” van 19 maart 2020.

  1. f) Voorwaarden en condities voor KfW-kredieten

Alle financieringen van KfW en ook enkele borgstellingsprogramma’s van de deelstaten bepalen dat het krediet alleen kan worden aangevraagd door bedrijven die op de peildatum 31-12-2019 niet “in moeilijkheden” verkeerden. Bovendien moeten de financiële omstandigheden in orde zijn geweest, mag er geen sprake zijn geweest van “niet geregelde betalingsachterstanden” van meer dan 30 dagen en van betalingsregelingen of schending van convenanten. De voorwaarden voor kredieten en borgstellingen variëren afhankelijk van ratingklasse, looptijd en bedrag van het krediet of de borgstelling.

  1. g) Toetsing en aansprakelijkheid

In de praktijk is het een grote uitdaging dat de huisbanken niet alleen het terugbetalingsrisico en dus de kredietwaardigheid van het bedrijf moeten verifiëren voor leningen tot 3 miljoen euro, maar ook alle andere kredietvoorwaarden. Daartoe behoort ook de vraag of de criteria voor “bedrijven in moeilijkheden” bestaan.  Aangezien deze criteria echter niet eenvoudig toe te passen zijn, vrezen de huisbanken dat zij tegenover KfW aansprakelijk zullen zijn voor een onjuiste verificatie van de kredietvoorwaarden. Het eigen risico is nog een extra factor. De verantwoordelijken bij de bank nemen vaak risicomijdende beslissingen. De kredietaanvraag wordt in geval van twijfel afgewezen.

Voor nadere informatie neem als volgt contact op:

Link-tips:

STRICK Rechtsanwälte & Steuerberater

Siemensstr. 31
D-47533 Kleve
Tel: 0049 – 2821 – 72220
Mail: kanzlei@strick.de
Web: www.strick.de

Hashtags

#corona #covid_19 #duitsland #noodfonds #subsidie #uitstel #belasting #nrw #kurzarbeit #werktijdverkorting #overuren #vakantie #overheid #liquiditeit #bedrijfskrediet #financiële_steun #steunpakket #borgstelling #krediet #strick #unternehmerkredit #kfw #gründerkredit #schnellkredit #konsortialkredit #landesbürgschaft