Gepubliceerd op 11 december 2019

Meer arbeidsproductiviteit en minder kosten dankzij vitaliteitsbeleid

In deze tijd van krapte op de arbeidsmarkt is het van belang om arbeidskrachten te werven en – vitaal – te behouden voor de onderneming. Dat kán, menen de zes deskundigen die in gesprek gingen over duurzame inzetbaarheid. Het gesprek vond plaats bij Firm of the Future in Oosterbeek.

Ondernemers zijn druk bezig om nieuwe medewerkers te werven. Maar ze vergeten vaak om energie te steken in arbeidsvreugde. Toch is dat belangrijk om ziekteverzuim te voorkomen en een goede werksfeer en mooie producten of diensten te behouden. Charlotte Bisschops is adviseur bij Adaptics, een bedrijf dat werkgevers en werknemers in Nederland ondersteunt om vitaler te worden. Ze zet de problematiek scherp neer aan de hand van cijfers: “We geven in Nederland 15 miljard uit aan ziekteverzuim en we investeren 200 miljoen in preventie. Blijkbaar kost het de werkgever moeite om het preventiestuk goed in kaart te brengen en om er bewust in te investeren. Misschien komt dat omdat bij preventie de winst niet meteen zichtbaar is.”

Lennie van den Dungen is verantwoordelijk voor het HR beleid bij Synerlogic. Het 114 jaar oude familiebedrijf ontwikkelt, produceert en distribueert ingrediënten, voedingsadditieven, chemie, reinigings- en desinfectiemiddelen voor de zuivelindustrie. Ze vertelt: “Toen ik startte was de HR afdeling vooral gericht op processen en procedures. Ik kijk zelf liever naar de mens. Zorg voor transparantie, weet wat er leeft van hoog tot laag. Medewerkers uit de productie hebben misschien wel meer aandacht nodig dan hoog opgeleiden. Ook een directeur moet begrijpen dat die persoonlijke aandacht heel belangrijk is. Het in gesprek zijn met je mensen draagt bij aan een gezonde organisatie en cultuur. Dat type leiderschap is de sleutel tot het terugdringen van verzuim en het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van de medewerkers.”

Prof. Dr. Annet de Lange is lector aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en bijzonder hoogleraar evidence based vitaliteitsmanagement. Ze constateert een flinke kennisachterstand als het gaat om gezond werkend je pensioen halen: “Veel mensen weten niet dat je vanaf je dertigste een procent spiermassa per jaar verliest. Dat gaat harder als je de hele dag zit. Ook ontwikkel je bij gebrek aan beweging sneller chronische ziektes en ouderdom gerelateerde klachten. Veel bestuurders weten dat écht niet. Als ik dat uitleg zijn ze in shock. Vitaliteit mag van mij dus wel een verdiepingsslag krijgen. Het helpt als de urgentie duidelijk wordt. Dan komen de oplossingen als vanzelf, zoals fietsstoelen op het werk, staand vergaderen, het inzetten van een vitaliteitscoach.” Vanuit de HAN werkt zij samen met SENECA sport en bewegen die innovatieve metingen en interventies ontwikkelt, gericht op het bevorderen van vitaliteit.

Je kunt mensen begeleiden bij het helder krijgen van hun interesses en sterke punten.


Samen vitaal

Marije Groen in ’t Wout is mede-eigenaar van Firm of the Future. Het bedrijf helpt organisaties met duurzame transities. Ze plaatst een kanttekening: “Ik zie bij organisaties dat ze wel de faciliteiten zoals fietsstoelen en staanbureaus neerzetten, maar dat deze niet gebruikt worden. Hoe ga je zorgen dat de medewerkers in beweging komen, nadat het management groen licht gaf? Vitaliteit is bewegen, maar ook met plezier naar je werk gaan. In die zin heeft vitaliteit een psychologische kant. Duurzame inzetbaarheid is voor mij inspireren om te verbeteren wat iemand wél kan. Daarmee voorkom je burn-out klachten.”

Nicky Jansen is hoofd personeelszaken bij Rensa Family Company en faciliterend aan de Rensa Family; gespecialiseerde groothandels die installatiematerialen leveren. Het bedrijf investeerde flink in de vitaliteit van de werknemers, met lage ziekteverzuimcijfers als gevolg. Ze vertelt over de aanpak van Rensa: “Wij hebben gezonde producten in onze kantine goedkoper gemaakt met meer keuzemogelijkheden in het aanbod. Het gaat erom alternatieven te bieden. Lunchwandelen is de afgelopen acht jaar zo aangeslagen dat het pand tussen de middag leeg loopt. Gedrag is besmettelijk. We experimenteren met staand vergaderen. Verder hebben we de werkgroep ‘samen vitaal’ opgericht. Daarin zitten vertegenwoordigers van alle disciplines binnen het bedrijf, zodat ieder zijn eigen achterban vertegenwoordigt en ideeën ophaalt. Teams mogen zelf met ideeën komen. Bijvoorbeeld elke dag om tien uur en drie uur een sportmoment inlassen. Dat is echt heel leuk. Soms doen mensen die tijdens zo’n sportmoment de afdeling op komen meteen mee. Anderen zeggen: we komen zo wel terug.” Rensa werd in 2017 uitgeroepen tot vitaalste werkgever van Gelderland.

Bas Spijkerman is manager bedrijfssport bij de recent opgerichte Stichting Nederland Onderneemt Maatschappelijk!. VNO-NCW en MKB-Nederland willen met deze nieuwe stichting vorm en inhoud geven aan projecten met een maatschappelijke toegevoegde waarde voor, door en namens ondernemers. Er worden gezamenlijke activiteiten georganiseerd voor een optimale vitaliteit van de meer dan 8 miljoen werkenden, van de aangesloten ondernemingen van VNO-NCW en MKB-Nederland. Onderdelen waarop gefocust gaat worden zijn vitaal bedrijf (in nauwe samenwerking met VWS en SWZ), bedrijfssport en de European Company Sport Games, de olympische spelen voor bedrijfssport, die in 2021 in Gelderland plaats gaan vinden.

Werkdruk

Nederland kent een hoge arbeidsproductiviteit maar het ziekteverzuim en het aantal langdurig arbeidsongeschikten is hoog. Marije Groen in ’t Wout ziet een remedie in presteren naar vermogen: “We eisen dat je in een bepaalde functie de taken a, b, c, en d goed moet kunnen. Niet iedereen kan dat. De oplossing ligt misschien wel in samenwerking tussen degene die de taken a en b goed kan met de collega die goed is in c en d. Waar je goed in bent vind je meestal ook leuk. Geef medewerkers daartoe de ruimte en ze ervaren minder werkdruk. Verder kan het bevrijdend zijn als mensen zelf hun tijd mogen indelen. Laat ze ’s avonds nog een paar uur werken als ze aan het eind van de middag bij mooi weer het bos in willen. De leidinggevende stuurt dan niet op het proces maar op de output.”

”Vitaliteit vraagt om voortdurende aandacht”

Bas Spijkerman denkt dat bepaalde productieprocessen zo zijn ingericht dat persoonlijke vrijheid minimaal is. Het is goed om speciale aandacht te schenken aan branches waar gezondheidswinst te behalen valt door met kleine interventies het vitaliteitsbeleid op een hoger plan te tillen. Hij denkt hierbij aan het weghalen van de prullenbakken bij de bureaus zodat werknemers meer in beweging komen, het zelf halen van koffie of de inzet van bedrijfssport op de werkvloer. Marije Groen in ‘t Wout: “Iedereen kan nadenken over het aantrekkelijk maken van zijn eigen werk ongeacht het productieproces.”

Voor Charlotte Bisschops is het belangrijk dat medewerkers goed nadenken over de vraag waar ze energie van krijgen: “De een zoekt het in vrijheid, de andere voelt zich lekker in een vastomlijnd productieproces. Iedere werksituatie kent zijn energiebronnen. Dat kan autonomie zijn, een opleiding volgen, of voldoende hersteltijd creëren na een periode van stress. Als je jezelf dat gunt dan hoeft werkdruk helemaal geen probleem te zijn, dan kan balans ontstaan.”

Lennie van den Dungen denkt dat werkdruk heel persoonsgebonden is: “Van vijf mensen op dezelfde afdeling kan de een veel werkdruk ervaren en de ander helemaal niet. Dat heeft ook te maken met verantwoordelijkheidsgevoel, de persoon die er achter zit. Hoe komt het dat je hoge werkdruk ervaart? Wat heb je nodig om daar anders mee om te gaan? Misschien vind je bepaald werk helemaal niet leuk. Ga het gesprek aan om te achterhalen waar die werkdruk vandaan komt. Door het bespreekbaar te maken en eventueel de werkzaamheden of de rol binnen de organisatie aan te passen, kan iemand weer lekker in zijn vel komen te zitten.”

Annet de Lange ondersteunt de visie van Marije Groen in ’t Wout en Lennie van den Dungen: “Job crafting, het opdelen van taken die bij een functie horen, is een interventie waarvan bewezen is dat het tot gevolg heeft dat werknemers minder werkdruk ervaren. Zo is er ook interesse crafting en ‘sterke punten crafting’.

Die kwaliteiten ga je vervolgens koppelen aan taken. Dan ga je werk dus matchen met interesses en sterke punten van medewerkers. Dat scheelt heel erg in werkperceptie. En er wordt nog te weinig gedaan met de persoonlijke energiebronnen die mensen in huis hebben, zoals hoop optimisme, veerkracht. Dat kunnen ook sterke punten zijn.” Annet de Lange constateert overigens dat er nog heel wat onderzoek nodig is om meer evidence based dan nu het geval is, vitaliteit te bevorderen.

Leiderschap

De gespreksgenoten zijn het er over eens dat duurzame inzetbaarheid alleen mogelijk is bij leiderschap dat daar oog voor heeft. Werkgevers moeten zich in het onderwerp verdiepen en er binnen het bedrijf de ruimte voor bieden. Dat betekent overigens niet dat de medewerker achterover mag leunen tot hem een activiteit geboden wordt. Van hem mag een actieve houding verlangd worden. Ze mogen worden aangesproken op hun intrinsieke motivatie. Het gaat immers om hun eigen vitaliteit. Charlotte Bisschops pleit ervoor om medewerkers een persoonlijk budget te geven dat ze mogen benutten ter vergroting van duurzame inzetbaarheid.

Zelfmanagement

Bij het leren zorg te dragen voor de eigen vitaliteit op de werkvloer spelen vragen als: zit ik nog op de juiste plek in de organisatie? Waar krijg ik energie van? Wat heb ik nodig om vitaal mijn pensioen te halen? Zelfmanagement, noemt Annet de Lange dat. Verder vinden de gespreksgenoten dat het niet bij eenmalige initiatieven moet blijven. Die gaan over het algemeen net zo snel als dat ze kwamen. Vitaliteit vraagt om voortdurende aandacht. Een werkcoach helpt. Het werkproces kan er op worden ingericht. De genoemde sportmomenten of lunchpauzewandelingen zijn daarvan een voorbeeld. Ook wordt tijdens het gesprek duidelijk dat vitaliteit op de werkvloer expliciet moet worden opgepakt: wat wil een team? Als de uitingen breed gedragen worden dan hebben ze meer kans van slagen. Maar er kan ook specifiek naar groepen medewerkers gekeken worden: wat heeft de productiemedewerker nodig en wat de jurist? Waar vaart de oudere wel bij en waarbij de young professional? “Vergeet ook niet dat veel studenten vanuit de HAN en SENECA sport en bewegen graag meedenken met ondernemers”, geeft Annet de Lange nog aan. Marije Groen in ’t Wout concludeert: “Bedrijven die mensen louter als productiemiddelen zien, gaan het niet redden in de nieuwe wereld. Het bedrijfsleven zal echt mensgericht moeten zijn.”

Tekst: Paul de Jager
Fotografie: Jacques Kok