Gepubliceerd op 23 juni 2019

Innoveren is bereid zijn om het onbekende in te stappen

Innoveren moet een onderdeel zijn van de strategische agenda van iedere organisatie. Het management doet er goed aan daar ruimte voor te bieden. En in te calculeren dat daarbij noodzakelijkerwijs ook fouten gemaakt worden. In gesprek met de klant hebben innovaties de meeste kans van slagen. De deelnemers aan het tafelgesprek over innovatie zijn het daar wel over eens.

Het tafelgesprek met als thema ‘Innoveren is meer dan alleen nieuwe producten’ vond plaats op de Nijmeegse hotspot voor innovatieve Health en High Tech bedrijven, Novio Tech Campus. De campus biedt inmiddels onderdak aan zeventig innovatieve bedrijven en start-ups. Directeur Rikus Wolbers heette de gespreksgenoten welkom en poneerde meteen de prikkelende stelling dat de focus op producten zelfs remmend kan werken op innovatie. Hij legt uit: “Als je kijkt wat er nodig is voor een goede implementatie van innovaties dan gaat het over de manier van samenwerken, de rol- en taakverdeling en het opnieuw inrichten van bedrijfsprocessen. Soms zijn daarin hele simpele ingrepen beslissend. Dat kun je gewoon doen. We zitten vaak in een bepaald stramien, de loopgraven zijn diep, waardoor vernieuwing niet tot stand komt. Laten we daar eens uit kruipen en dingen herschikken zodat het beter gaat. Als je dat op een goeie manier oppakt dan kan er een heel frisse wind door de organisatie gaan.” Volgens Rikus Wolbers gaat het daarbij niet alleen over de eigen organisatie “want een organisatie kan geen eiland zijn. Een organisatie is altijd een onderdeel van een netwerk, een keten. Je zult dus moeten kijken hoe je omgeving eruit ziet. Wat betekent het als ik de klant op een nieuwe manier wil aanspreken? Leg dat uit. In Nederland is veel zakelijke dienstverlening. Dat gaat zeker niet alleen om producten, maar juist over hoe je met je klanten om gaat.”

Jos Willemsen, accountmanager innovatie bij de Rabobank Rijk van Nijmegen herkent zich in het betoog van Rikus Wolbers. Het bankwezen heeft veel te maken met disruptieve innovaties. Te denken valt aan de vele betaalapps die staan voor een geheel nieuwe vorm van betaalverkeer. Banken worden daardoor min of meer gedwongen om te innoveren. Jos Willemsen is dan ook van mening dat elk bedrijf moet innoveren, anders is het ten dode opgeschreven. Hij zegt: “Vaak wordt geroepen: als het management het doet, dan is het goed. Maar je moet de cultuur zo maken dat kwetsbaarheid niet afgestraft wordt. In een sterke organisatie mag je voortdurend proberen iets nieuws te doen. En mogen zeggen: ik heb het niet goed gedaan. Het dilemma is dat fouten maken moet mogen, maar je wordt er vaak toch op afgerekend. Dat is een spanningsveld.”

Sandra Steinmaier, belastingadviseur bij BDO Nijmegen: “Innovatie vergt inderdaad een cultuurverandering. Vaak kijkt men bij innovatie uitsluitend naar de afdeling Research and Development. Maar de hele organisatie moet het dragen, van A tot Z. Alle lagen moet de ruimte worden gegeven. Wat vraagt de markt? Daar begint het mee. Niet eerst innoveren en dan kijken of de markt er wel bij aansluit. Intern kijkend moet je je voortdurend afvragen wat je bestaansrecht is als organisatie. Waarom hebben we nog een markt en hoe ziet die er over twee of drie jaar uit? Past het nog wel bij onze organisatie? Wat zijn onze kernkwaliteiten?

“Een organisatie is altijd een onderdeel van een netwerk, een keten”

Dat denken vertaalt zich in een strategie. Die moet je passend zien te maken voor de markt. Samenvattend moet innoveren een onderdeel zijn van de strategische agenda van iedere organisatie.” Stagiaires krijgen wat haar betreft de ruimte in de organisatie om eens met een frisse blik rond te kijken en confronterend verslag te doen van de bevindingen.

Digital Health Center

Bij zorgorganisatie Pluryn hebben ze de noodzaak van innovatie goed begrepen. Het Digital Health Center maakt deel uit van Pluryn, dat is een netwerkorganisatie waar twaalf zorginstellingen in de gehandicapten- en jeugdzorg in vertegenwoordigd zijn. Ze werken samen om door middel van innovatie de zelfredzaamheid van de cliënten te vergroten. “Het idee is dat we niet op losse eilandjes innoveren, maar door samenwerken innovaties sneller in de praktijk kunnen brengen”, legt manager Digital Health Center Sanneke Langendoen uit. Ze vindt het belangrijk dat organisaties mensen zoveel mogelijk faciliteren bij het innoveren, zoals tijd geven om ermee bezig te zijn. Dat kan bijvoorbeeld door middel van living labs. Ze vertelt: “Een living lab is een locatie waar je heen kan gaan om kennis te maken met eHealth. Medewerkers en cliënten kunnen er heen voor vragen over de ontwikkelingen die op hen af komen. Ze kunnen er out-of-the-box meedenken. Dat maakt dat je mensen betrekt bij zorginnovaties die we in de toekomst vorm willen geven. Zo worden ze mede verantwoordelijk en ontstaat er draagvlak. Een onderdeel van innoveren is dat mensen geïnspireerd raken en kennis opdoen van eHealth doordat ze zien wat de mogelijkheden zijn.”

Tijdsinvestering

Gerard Slebus is commercieel directeur bij Klingele Golfkarton, een internationale producent van papier en golfkarton. Ook in deze sector wordt volgens hem veel aan innovatie gedaan, maar gaan veel initiatieven verloren. Dat komt omdat ze niet goed vermarkt of verkocht worden. “Als voorbeeld noem ik de papieren draagtassen die we ontwikkeld hebben als alternatief voor de verboden plastic tasjes. Ze zijn wat duurder, maar er kan een fraaie bedrijfstekst op. Ze worden bijna niet verkocht”, vertelt Gerard Slebus. Hij vervolgt: “Waar wij vaak tegenaan lopen is dat onze klanten geen tijd hebben om met ons in gesprek te gaan over onze innovatieve ideeën. Ze zijn te druk met de dagelijkse beslommeringen, besprekingen enzovoorts. Op die manier gaan innovaties verloren. Het is soms alsof je tegen een muur aan loopt. Innovaties vergen nou eenmaal tijd. Er moet over gepraat worden. Tests zijn nodig. Niet iedereen is daarvan doordrongen.” Pas als het lukt om het management te overtuigen, is er een kans van slagen, weet Gerard Slebus. Rikus Wolders: “Ik heb ooit een manager horen zeggen: Innovation is not a democratic proces.” Gerard Slebus: Dat klopt. Ik heb ervaring met een tafel vol gesprekspartners die met tegenwerpingen kwamen. Pas met een nieuwe directie kregen we de wind in de zeilen.”

Sanneke Langendoen: “Daarmee zeg je dus eigenlijk ook dat je ambassadeurs in je organisatie nodig hebt. Pas als een Raad van Bestuur van een zorginstelling innovatie in portefeuille heeft of er affiniteit mee heeft, dan gaan er veranderingen plaatsvinden. Je hebt draagvlak van de werkvloer, maar ook van de top nodig.”

Mindset

“Hoe krijg je die mindset gewijzigd”, vraagt Jos Willemsen zich hardop af, “Dat de sfeer en cultuur in een organisatie zodanig is dat je van proces- naar klantgericht mág gaan. Dat is zó moeilijk want altijd is er wel iemand die met een regeltje aankomt waarom het niet kan. Of er gaat iets fout en dan schieten we door in overreguleren.”

Folkert Potze is directeur techniek bij het ROC Nijmegen. Hij noemt het door Jos Willemsen geschetste beeld herkenbaar voor een grote onderwijsorganisatie. De onderwijsinspectie wordt vaak opgevoerd als reden waarom een vernieuwing niet doorgevoerd zou kunnen worden. Volgens hem is het essentieel voor een grote organisatie dat eerst Rust, Reinheid en Regelmaat op orde zijn als uitgangspunt voor innovatie. Folkert Potze: “De vierde R is Ruimte geven om dingen te proberen. Dat is een taak van het management. Daar hoort bij dat dingen fout gaan. Liever niet, maar het kan. Dan is de vraag hoe je daar mee om gaat. En dat is de vijfde R: Rugdekking. Heel spannend om zo de voorwaarden voor innovatie te scheppen. Je hebt een bepaalde visie neergezet. Maar je hebt het niet helemaal meer in de greep.” Voorwaarden scheppen is volgens Folkert Potze beter dan een innovatiedocent aanstellen. Want als die functie in het leven geroepen is bestaat het gevaar dat de rest van de organisatie achterover gaat leunen.

Aanvliegroute

Didier Piets is coördinator van de Talent Academy bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Hij ziet dat onderwijsinstellingen openstaan voor innovatie en daardoor steeds meer vragen vanuit het bedrijfsleven krijgen. Didier Piets: “Ondernemers komen bijvoorbeeld met ideeën en vragen ons om die eens met een groep studenten op de pijnbank te leggen. Wat zien wij niet wat zij wél zien? De studenten mogen elke aanvliegroute kiezen. Dan stuit je op interessante ontwikkelingen. Zo heb ik het afgelopen semester bedrijven gezien met prachtige producten. De beperkte focus op het product bleek een belemmering voor doorontwikkeling. Omdat het bedrijf maar één toepassing zag. Terwijl de studenten met nieuwe combinaties kwamen. Hoe maak je daar business van? Wat hebben we nodig? Hoe gaan we dat uitrollen? Het worden succesvolle projecten als managementteam en directie die nieuwe denkrichtingen toestaat. Gelukkig heb ik gezien dat bedrijven de studenten met open armen ontvingen. Laat ze maar eens hun ding doen. Dan wordt het een succes.” Folkert Potze zoekt ook bedrijven die dat soort vraagstukken bij het ROC wil neer leggen. Helemaal nu in augustus de nieuwe multidisciplinaire opleiding creatieve technologie van start gaat.

Didier Piets ziet dat de integratie van techniek, economie en mens steeds sterker wordt. De vragen waarop we antwoord willen krijgen zijn dan ook sterk interdisciplinair. Dit vraagt multidisciplinair denken en werken in teams en betekent dat je in staat moet zijn om je in te leven in de discipline van je teamgenoot. Zo doorbreek je mogelijk aanwezig verkokerd denken. “We laten de student kennismaken met andere disciplines. Dat kan door hem of haar eens met een andere beroepscultuur kennis te laten maken. Wij doen dat bijvoorbeeld door studenten met een economische achtergrond juist te plaatsen in een technische omgeving of een zorgomgeving. Zo ontwikkelen de studenten begrip en empathie voor het werk en de taken van een ander en voor de wereld waarin ze straks terechtkomen. Ik wil dat ze ‘liefde’ ontwikkelen voor het product of dienst waar het bedrijf mee bezig is”, aldus Didier Piets.

Samenwerken

Anton Loeffen is CEO van Eshgro, een cloud service provider die organisaties begeleidt in hun transitie naar een moderne en veilige online werkplek. Hierbij draait het niet om technologie, maar om de functionele behoeftes van de klant.

Anton Loeffen ziet dat ontwikkelingen niet langer lineair maar exponentieel, steeds sneller, verlopen. Waar een bedrijf het vroeger nog wel 25 jaar uit kon houden zonder innovaties, kan het nu in een oogwenk omvallen als het niet meegaat met de tijdgeest.

Alle producten en diensten krijgen een digitaal karakter. Dat brengt maximale efficiency met zich mee. Daarin is bijna geen onderscheidend vermogen meer te creëren. Anton Loeffen: “Als efficiency al besloten zit in het proces, dan blijft er een hele kleine – niet logische – component over. Zaken die niet logisch zijn, daar kan je iets mee doen. Dat noemen we creativiteit. Het zou kunnen dat je daar als bedrijf de komende jaren het verschil kunt maken.”

Mensen met een fixed mind (zo hebben we het altijd gedaan) houden ontwikkelingen tegen, is zijn ervaring. Maar wat vandaag werkt, hoeft morgen niet meer te werken. Het gaat er dus om klanten te kiezen met oog voor verandering; de juiste creatieve mindset. Anton Loeffen: “Je moet je klanten kiezen. Bij een behoudend accountantskantoor kom je niet ver, maar bij een ander accountantskantoor, dat heel erg openstaat voor nieuwe ontwikkelingen, daar kun je wel met innovatieve voorstellen komen. Klein beginnen en met de klant erbij. Empathie en dialoog spelen een belangrijke rol. Onze sales afdeling is daarbij onmisbaar. We planten een heel klein zaadje en daar gaan we met de klant over discussiëren. Dan krijgen we de input van de klant om verder te komen. Zonder je umwelt kun je niet innoveren. Alles draait om samenwerken.”

Innovatief potentieel

Ruud Schuurman is innovatiemakelaar voor de regio Arnhem-Nijmegen. Dat doet hij via het Regionaal Centrum voor Technologie (RCT) Gelderland. Het is een stichting die betaald wordt door de provincie en aangestuurd wordt door ondernemers. De innovatiemakelaar koppelt vragen van ondernemers aan elkaar en aan kennisinstellingen, met als doel om innovaties te versnellen. Hij kan zich goed vinden in de stelling dat innoveren meer is dan productvernieuwing. Ruud Schuurman: “Ik maakte kennis met een ondernemer die reserve onderdelen verkocht; nieuw en tweedehands. Hij legde ze door elkaar en bood de klant geen onderscheid meer. Hoe accepteert je klant dat? Hij gaf anderhalf keer de gebruikelijke garantietermijn. Dat is ook een winst voor de klant. Het is een innovatieve manier van denken waarbij je tot iets nieuws komt, los van het product. Je moet durven maar je verandert een heel denkproces. Die creativiteit zie ik vaker in de circulaire economie. Als je van de lineaire naar de circulaire economie gaat dan is dat noodzakelijkerwijs vernieuwend denken.” Ruud Schuurman ziet innovaties aan de lopende band verschijnen in de circulaire economie omdat het nog in de kinderschoenen staat. Hij bezoekt enorm veel bedrijven in de regio en is onder de indruk van het innovatieve potentieel. “Deze regio heeft alles in zich om de uitdagingen van de komende tijd het hoofd te bieden”, is zijn rotsvaste overtuiging. «