Gepubliceerd op 21 juni 2019

Innovatie kan niet zonder kwetsbaarheid

Begrippen als innovatie, maar ook duurzaamheid worden tegenwoordig te pas en te onpas gebruikt. Je telt niet meer mee als je ze niet op je bedrijfswebsite hebt staan. De tien deelnemers aan het tafelgesprek bij DSA Nederland in Duiven kleuren het begrip innovatie opnieuw in. “Door innovatief te werken trek je nieuw personeel.”

Maurice Ditewig, directeur industriële automatisering bij Hellebrekers, brengt innovatie in verband met personeelsbeleid: “Als systemintegrator is het uitdagend om gekwalificeerd personeel te vinden. Wij zitten in een sector waarin we software engineers en monteurs nodig hebben, maar die zijn lastig te vinden. Hoe maken wij onszelf aantrekkelijk als organisatie? Daarbij komt innovatie om de hoek kijken. De automatisering kenmerkt zich door veel nieuwe ontwikkelingen, zoals toepassingen op het gebied van robotisering en data science. Ook stoppen we tijd en energie in het doorontwikkelen van onze eigen software applicaties en producten. Daar ligt volgens ons een deel van de sleutel om nieuwe collega’s te vinden. Waarom? Het ontwikkelen en doorvoeren van nieuwe technieken is interessant. Dat zorgt ervoor dat software engineers en monteurs bij ons willen werken.”

Volgens Maurice Ditewig haken mensen aan, die intellectueel geprikkeld willen worden door nieuwe vormen van techniek, zoals bijvoorbeeld augmented- en virtual reality. Dat is mede een reden om als bedrijf niet te wachten op nieuwe doorontwikkelde technieken, maar zélf voorop te willen lopen. “Zorg ervoor dat je nieuwe technieken omarmt, een propositie daaromheen vormt en medewerkers een gevoel van mede-eigenaarschap geeft. Leg de verantwoordelijkheid bij de medewerkers. Dan gaan ze er écht voor. En daarmee prikkel je de generatie jongens en meiden die we willen hebben”, aldus Maurice Ditewig.

“Innoveren is het creëren van waarde voor bestaande en nieuwe klanten”

Bedrijfsvoering

Eric Sülter, eigenaar van TEVEL Techniek en ENDUTEQ, ontwikkelaar en producent van machinebouwcomponenten, herkent het probleem om aan goede mensen te komen. TEVEL Techniek ontwikkelt innovatieve maatwerk Test- en Meetsystemen. Maar het gebrek aan goede technici is groot. Over de invloed van innovatie op de bedrijfsvoering vertelt hij: “We richten de organisatie zodanig in dat we innovatief blijven. Het is vooral een kwestie van bewustwording, anders kijken naar wat je doet. Kijk om je heen, kijk breed. Vaak is het een kwestie van een mix vinden tussen vasthouden wat werkt en waar mogelijkheden kansen voor verbetering benutten. De klant stimuleert ons hierin. Hij vraagt om maatwerk, een op zijn bedrijfsvoering toegesneden systeem dat nog niet bestaat. Daarmee worden we wel gedwongen tot innovatie. Het is daarbij belangrijk om fouten te mogen maken. Of te mogen zeggen ‘Ik weet het nog niet maar ik ga op zoek’. En we zorgen voor een goed netwerk om ons heen waar we met vragen te rade kunnen gaan. Daarbij is een mate van openheid nodig. Dat levert een spanningsveld op, want de klant eist van ons wel strikte geheimhouding. Maar deelvraagstukken kan je met partijen bespreken om toch antwoorden te vinden.”

Kwetsbaarheid

Volgens Oscar Klein, directeur techniek bij Klein Mechaniek, een bedrijf dat kunststof producten ontwerpt en vervaardigt, kan innoveren niet zonder kwetsbaarheid: “Ondernemers worden constant uitgedaagd om zich aan te passen aan een veranderende wereld. Dat nodigt uit tot innovatie. Als je een goed idee hebt, dan moet je er iets mee doen. Het moet wel economisch blijven kloppen voor je bedrijf. Daar loop je een risico. Alles overziend moet je een besluit nemen, samenwerken, kwetsbaar zijn. Wij ontwikkelen veel nieuwe producten voor klanten. Gelukkig zien we dat ze bereid zijn om dat risico te nemen omdat ze erin geloven en ervoor gaan. Ons huren ze in om een deel van hun plannen uit te voeren of op te lossen. We zijn in Nederland goed in het delen van succes en niet in het delen van wat er mis gaat. Daar moeten we onze ogen niet voor sluiten. Al is het alleen al omdat we daar heel veel van leren.” Natasja Kwakman programmadirecteur innovatie bij Synerlogic is het daar roerend mee eens. Synerlogic ontwikkelt, produceert en distribueert ingrediënten, voedingsadditieven, chemie, reinigings- en desinfectiemiddelen voor de zuivelindustrie. Ze zegt: “Voor innovatie moet ruimte zijn in de bedrijfscultuur. Dus ook de mogelijkheid bieden om te falen. We kennen in ons land een strikte prestatiecultuur. Maar innoveren is experimenteren en maar acht procent slaagt. Dus hoe creëer je een cultuur waarin je creativiteit behoudt en van de fouten leert? Briljante mislukkingen brengen misschien weer nieuwe ideeën.”

Jolande Kneepkens, projectmanager innovatiestimulering bij Stichting Kiemt, ziet dat medewerkers soms niet de ruimte krijgen die ze nodig hebben: “Ik krijg bij Stichting Kiemt regelmatig te maken met spin-offs van mensen die bij hun bedrijf niet verder komen met hun idee. Ze zien er zoveel heil in dat ze er zelf een bedrijf mee gaan starten. Vanuit de praktijk weten ze waar de problemen, de uitdagingen zitten, en hoe de oplossing er mogelijkerwijs uit ziet. Ze komen bij ons om ondersteuning te zoeken bij het verder brengen van hun idee. Dat kan voor de hele bedrijfstak innovatie betekenen.”

Overheid

Jolande Kneepkens ziet bij innovatie nadrukkelijk een taak voor de overheid: ”De terugtrekkende overheid die alles aan de markt over laat, zorgt voor ernstige vertragingen in de technische vooruitgang. Als innovatie alleen economisch gedreven is, binnen de grenzen van het bedrijf, dan gaat het om kleine stapjes. Terwijl we juist voor enorme uitdagingen staan rond klimaat, energietransitie en circulaire economie. Die ontwikkelingen zullen een hele grote impact hebben op alle geledingen van de maatschappij. Dat kan je niet laten afhangen van alleen economisch gedreven innovaties. Ik denk dat er een stimulerende rol voor de overheid is weggelegd op het gebied van wet- en regelgeving, faciliteren, subsidieverstrekking. Maar ook door mede- ondernemerschap, opdrachtgeverschap, richting geven. Zodat ondernemers een richting hebben en weten waar ze moeten innoveren. Dan kunnen we toekomstbestendig zijn. Die rol moeten we als ondernemers meer van de overheid gaan eisen.”

Zuurstof

Mario Klemke is innovatiemanager bij Accon avm, een landelijke fullservice advies- en accountancy organisatie voor het mkb. Zijn stelling is dat innovatie is als zuurstof, je hebt het als bedrijf nodig: “De accountancy wordt als een stoffige business gezien. Het is een sector die vanwege de maatschappelijke functie gehouden is aan strikte wet- en regelgeving. Maar we hebben ook te maken met een sterk veranderende markt en maatschappij. Ten eerste op het gebied van automatisering. Er zijn bijvoorbeeld allerlei boekhoudprogramma’s, zoals Exact online en Reeleezee, die sterk hebben ingezet op de herkenning van facturen. De klant kan zijn facturen zelf fotograferen en in de boekhouding voegen. Daar heeft de accountant geen toegevoegde waarde meer. Maar ook bij onze eindklant is de druk groot. Internet kaapt veel orders weg bij de lokale ondernemer. Mijn klant heeft minder zuurstof om te ademen. Als hij stikt, verstikt mijn business ook. Dit alles vraagt een omslag in onze dienstverlening: van administreren naar adviseren. We willen die proactieve partner zijn, die zich verdiept in de ondernemer en zijn onderneming. Dat vraagt om een lerende organisatie, samenwerken, cocreëren. We zullen een proactieve rol moeten pakken, mederegisseur zijn van de klant, dan krijgt zowel de klant als wij als zijn accountant weer zuurstof.” Mario Klemke vertelt dat Accon avm investeert in die noodzakelijke innovatie en in de technologie die die nodig is om de ondernemer verder te brengen. Dat vraagt een ander businessconcept. Mario Klemke: “Data gedreven besluiten nemen wordt steeds belangrijker. Als één van de grootste mkb-kantoren beschikken wij over enorm veel data van zo’n 25.000. Die big data kunnen we inzetten ten gunste van de klant.”

Klantgericht

Natasja Kwakman kijkt bij innovatie, net als voorgaande sprekers, naar de klant. “Innoveren is het creëren van waarde voor bestaande en nieuwe klanten”, omschrijft ze, “Synerlogic is vooral actief in de zuivelindustrie. Om daar voorop te kunnen blijven lopen moet je dicht bij je klanten staan. Begrijpen waar de klant mee zit en je afvragen hoe je hem daarin kan ondersteunen. De branche kent uitdagingen op het gebied van duurzaamheid, klimaat en voedselveiligheid. We innoveren door ons netwerk te versterken en connecties met de universiteiten, partners en met leveranciers aan te gaan. We doen dat om te kunnen continueren, want uiteindelijk hebben we ons familiebedrijf in bruikleen voor een volgende generatie.”

Innovatienetwerk

Innovatiemakelaar John Schraven van het Regionaal Technisch centrum Gelderland ziet dat de groei van de technologie om steeds meer specialisten vraagt. “Maar die specialismen veranderen steeds sneller. Iemand die vandaag waardevol is voor een bedrijf, is dat morgen niet meer omdat dan een ander specialisme nodig is. Innovatie is een exponentieel mechanisme. Wat de afgelopen vier jaar ontwikkeld is, ontstaat nu in een jaar. Het gaat steeds sneller. De manier van samenwerken verandert daardoor ook. We moeten toe naar cocreatie omdat we er steeds minder in slagen om als individuele organisatie iets te ontwikkelen. We worden gedwongen om dat met elkaar te doen. Ik noem dat collectieve innovatie. Specialisten zijn niet langer in dienst van één bedrijf, maar functioneren in een netwerk van organisaties, waarbij ze de ene keer een rol hebben bij het ene bedrijf en de andere keer bij het andere bedrijf. Die groepen van specialisten en markten vormen met elkaar een nieuw systeem waarin innovatie een continu proces wordt dat zich exponentieel doorontwikkelt. Hoe kan je als onderwijs opleiden voor iets dat nog niet bestaat”?

Eric Sülter haakt meteen aan op dat laatste en maant het onderwijs tot terughoudendheid: “Ga niet te snel op projectbasis bij bedrijven werken. Basiskennis, zoals een goede technische tekening kunnen maken, blijft nodig.” Oscar Klein valt hem daarin bij. Gedegen vakkennis is volgens hem voorwaarde om een goede vertaalslag te kunnen maken naar het innovatieve product waar de klant om vraagt.

Innovatiemotortjes

Anne-Marie Haanstra, programmamanager onderzoek bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen toont zich optimistisch over de innovatieve kansen van Nederland. Ze omschrijft de 35.000 HAN-studenten als ‘innovatiemotortjes’. Mooi natuurlijk, maar dan moeten ze wel de ruimte krijgen. Anne-Marie Haanstra: “Studenten worden nog vaak als ‘handjes’ gezien. Wij zouden graag zien dat ze in een innovatieve setting terechtkomen, waarin het bedrijf maximaal kan profiteren van hun wijde blik.” Het onderwijs en het bedrijfsleven moeten samenwerken bij innovaties. Het bedrijfsleven moet aangeven wat er nodig is. Er is eigenaarschap van problemen nodig. Dat zorgt voor een drive. “De organisatiegraad achter innovaties is belangrijk. Wij hebben onder andere innovatiehubs opgezet. Daar kunnen bedrijven met innovatievragen samenwerken met studenten uit verschillende disciplines. Daarbij moeten we goed opletten, dat het een best fit tussen student en bedrijf is.”

John Schraven: “De innovatievraag is zo groot dat jonge mensen alleen niet genoeg zijn, ook ervaren medewerkers moeten binnen hun bedrijf de ruimte krijgen om mee te denken over innovaties.”

Technasium

Léon Lucas is voorzitter van de centrale directie van het Candea College in Duiven. Het Candea College valt onder de stichting Quadraam met dertien scholen voor voortgezet onderwijs in de Liemers, Arnhem en Overbetuwe. Hij vertelt: “We zijn bezig om delen van het vmbo-onderwijs in bedrijven te organiseren zodat studenten écht in aanraking komen met technieken in bedrijven. Innovatie is een belangrijk thema. We zien dat onder andere terug in het vak multimedia vormgeving en ICT. In ons Technasium leren de leerlingen vraaggestuurd te werken. Zes uur per week onderzoeken ze opdrachten uit de praktijk.” Niet elke leerling past in het Technasium, legt hij uit: “De vraag of de leerling succesvol is, hangt niet alleen af van zijn vermogen om vergelijkingen op te kunnen lossen maar ook van creatief denken, kunnen samenwerken, omgaan met fouten, durf hebben. Als je een rijtje maakt van wat mensen nodig hebben om succesvol te zijn, dan is dat het rijtje. Het zijn persoonlijke kwaliteiten die je moeilijk kunt ontwikkelen, dat kan je niet zomaar in een lesje uitleggen. Je kan ze wel in een programma verweven.”

Recepturen

Directeur-eigenaar Willem van Wezel van DSA Nederland ziet die leergierige studenten nog niet op zijn bedrijf. Hij levert en verwerkt kitafdichtingen en coatingvloeren in bouw, milieu en infrastructuur. Zijn medewerkers zijn om half 6 op het bedrijf en dan liggen de meeste studenten nog op één oor. Innoveren doet hij zelf. Zo ontwikkelde hij een hydraulisch aangedreven kit unit die de twee componenten pas op het eind, in de punt van de lans bij elkaar brengt en mengt. Daardoor hoeft niet de hele spuit gereinigd, maar kan volstaan worden met het vervangen van de mixertip. Het gebruik van oplosmiddelen wordt daardoor nihil. “De overheid jaagt ook innovaties aan. Met Reach bijvoorbeeld, milieuvriendelijke aanpassingen van chemische producten. Daar was ik aanvankelijk niet blij mee. Omdat stoffen niet meer gebruikt mochten worden, zijn veel recepturen aangepast.” Willem van Wezel ziet veel in samenwerken. Zo wist het bouwteam DSA samen met andere bedrijven parkeergarages te ontwerpen met minder hulpstaal, waardoor de bouwtijd wordt verkort. Over snellere bouw van geluidsarme parkeergarages wordt nog volop nagedacht. “Wij luisteren goed naar de wensen van de klant. Wat heeft hij nodig, wat is de mechanische belasting, welke chemische stoffen gebruiken we, wat is de temperatuurbelasting. Maatwerk en samenwerking, daar gaat het om”, volgens Willem van Wezel.

Balans

John Schraven: ”Je kunt geen innovatie meer doen zonder na te denken over klimaat en grondstofgebruik. Dat is het nieuwe van deze tijd.”

Volgens Anne-Marie Haanstra moeten ecosysteem, sociaal relationele systeem en economische systeem in balans zijn. Dan ben je toekomstbestendig. Ze besluit: “Het gaat niet langer alleen over de winst onder de streep. Dat maakt ondernemen lastig, want bedrijven zijn wel gebonden aan regelgeving over hun financiële gezondheid. Toch moeten die drie systemen, met de bijpassende waarden, in balans zijn. Dat is de zoektocht en daar moet je voor samenwerken volgens mij.”

Tekst: Paul de Jager // Fotografie Jacques Kok