Gepubliceerd op 13 december 2018

HAN speelt in op snel veranderende praktijk

Het klaarstomen van studenten met dikke theorieboeken en overvolle collegezalen is al langer niet het dominante beeld op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. De HAN probeert juist in te spelen op de vragen uit de snel veranderende praktijk. Lees hieronder hoe.

Niet langer in beton gegoten
Ellen Burger is opleidings-coördinator voor de nieuwe masteropleiding circulaire economie. “We willen altijd graag samenwerken met het werkveld, maar dat is nog niet zo eenvoudig”, begint ze haar betoog. “We zijn gebonden aan eindkwalificaties waar studenten aan moeten voldoen, aan toetsperiodes, aan klassen met studenten. Ik zeg weleens ‘alles is in beton gegoten’. Maar we proberen nadrukkelijk de samenwerking met het werkveld meer gestalte te geven en onze nieuwe masteropleiding geeft ons meer mogelijkheden. We praten in het onderwijs steeds over de driehoek onderwijs, onderzoek en werkveld. In de masteropleiding willen we dat vormgeven in de vorm van een innovatiewerkplaats, waarin studenten, docenten, lectoren, onderzoekers en mensen uit het werkveld samen werken aan praktijkvraagstukken. In onze masteropleiding gaat het om vraagstukken over de transitie naar circulaire economie.” De opleiding moet nog geaccrediteerd worden door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie, die in het leven is geroepen om ‘een deskundig en objectief oordeel te geven over de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen’. Ellen Burger benadrukt dat het een hbo-master betreft, waarbij het praktijkgericht onderzoek centraal staat. “We zijn een professional master en we willen dat de praktijkvraagstukken leidend zijn in de opleiding. Het doel is kennis te ontwikkelen en kennis te delen.” De opleiding gaat nauw samenwerken met het Centrum Meervoudige Waardecreatie en die hebben al nauwe contacten met het werkveld. Volgens Ellen Burger bestaan er al veel samenwerkingsverbanden met bedrijven in de regio op het gebied van circulaire economie. “We kunnen met onze opleiding deze bedrijven een stap verder helpen. Dan ontstaat er een win-win situatie. Bedrijven die dat snappen, willen wel tijd en geld investeren in die samenwerking”, aldus Ellen Burger.

Ellen burger

Gamification van het leerproces
“We weten aan welke competenties onze studenten moeten voldoen, we weten netjes op te schrijven welke resultaten ze moeten behalen. We geven de student allerlei input, maar”, zo vroeg Witek ten Hove zich af, “hoe krijgen we het voor elkaar dat al die input, die competenties blijven plakken?” Dat is heel in het kort waar Witek ten Hove zich mee bezig houdt als learning innovator. Hij vindt in ieder geval dat tot voor kort de HAN, maar ook andere hogescholen, niet in staat waren studenten dat te bieden wat ze nodig hadden en relateert dat aan de hoge uitval van vijftig procent in het eerste jaar. “Om dat te verbeteren heb ik technologie ingezet en heb Moodle, een learning-managementsysteem, geïmplementeerd.” Hij gebruikt daarbij de motivatie-aspecten vanuit Self Determination Theory, Growth Mindset en Gamification: Purpose, Autonomy, Mastery en Relatedness. “Relatedness gaat over de behoefte van de mens om connectie te voelen met anderen. Het gaat niet om een geïsoleerde persoonlijke prestatie, maar juist om de individuele toevoeging aan een groepsresultaat. Autonomy gaat over de vrijheid die deelnemers hebben wat betreft de paden die ze kunnen kiezen om een bepaald resultaat te behalen. Ze kunnen en willen zelf de leerroute bepalen. Mastery gaat over de groei die deelnemers bewust ervaren als ze het studietraject met alle activiteiten succesvol doorlopen en herhaling van successen, dat geeft zelfvertrouwen. Purpose gaat over de relatie met het onderwerp. De studenten moeten het onderwerp en het einddoel als iets wezenlijks beschouwen.” De inzet van deze aspecten bleek niet zonder succes. Op zijn vakgebied bedrijfseconomie ging het slagingspercentage omhoog van twintig naar zo’n tachtig procent, terwijl de tentamens exact hetzelfde bleven.

Witek ten Hove

Mismatch op de arbeidsmarkt
In de regio Arnhem Nijmegen worden zo’n 20.000 vacatures niet ingevuld. Van de andere kant zijn er in Gelderland bijna 50.000 werkzoekenden. Dat de vacatures niet opgevuld worden komt volgens Sarah Detaille door de mismatch in de arbeidsmarkt. Zij is associate lector Regionale Arbeidsmarkt en Onderwijs bij het Lectoraat Human Resource Management aan de HAN en richt zich op werklozen, op werkenden, toekomstige werkenden in combinatie met de rol van het onderwijs met als doel mensen duurzaam inzetbaar te houden. “Ik ben bezig met een betere regionale aansluiting van het onderwijs en de arbeidsmarkt”, vertelt Sarah Detaille. “Wat is de stand van zaken van de arbeidsmarkt, waar liggen de mismatches tussen vraag en aanbod, maar ook welke vragen krijgen wij vanuit de praktijk en kunnen wij die in ons onderwijs inpassen?” Sarah Detaille haalt een voorbeeld aan van een vraag vanuit Alliander. “Alliander heeft een nieuw beroep gecreëerd, genaamd operationals, waarvoor nog geen opleiding bestond en heeft ons benaderd om onderwijs op maat te ontwikkelen. Er ontstaan heel veel nieuwe functies door bijvoorbeeld robotisering en digitalisering. Daarvoor is andere kennis nodig in de praktijk. Wij kunnen daar sneller op aansluiten door verkorte opleidingen of modules te ontwikkelen. Je kunt ook denken aan het om- of bijscholen van werknemers.” Sarah Detaille sluit namens de HAN aan bij de zogenaamde werktafel ‘human capital’ bij het Werkbedrijf. Zij denkt mee over de vraag wat er nodig is om de werklozen om te scholen en de bestaande vacatures op te vullen. “Bijvoorbeeld de verkorte HBO-V opleiding, die in korte tijd is gegroeid van nul naar zeshonderd plaatsen. Maar ook in de sector techniek is er veel vraag naar verkorte opleidingen. Je kunt daarnaast denken aan hybride leeromgevingen, waarbij de studenten in de bedrijven les krijgen van mensen uit de praktijk en het werken en leren bevorderen met modulair onderwijs.”

Sarah Detaille

Praktijkgericht onderzoek als innovatiemotor van het onderwijs en werkveld
Anne-Marie Haanstra is verantwoordelijk voor het onderzoeksprogramma van de faculteit economie en management aan de HAN en richt zich op het praktijkgericht onderzoek. “Het praktijkgericht onderzoek start altijd vanuit een vraag uit het werkveld”, legt Anne-Marie Haanstra uit. “Daarbinnen zoeken we altijd naar de verbinding tussen het onderwijs en het onderzoek, studenten, docenten en lectoren. Deze kennisleiders brengen hun expertise in waardoor het onderwijs en het werkveld zich kunnen ontwikkelen. Daarmee wordt het praktijkgericht onderzoek de innovatiemotor van het onderwijs en werkveld.” Net als het onderwijs wordt de kwaliteit van het onderzoeksprogramma van de HAN ook getoetst. “In november heeft het NQA (redactie: Netherlands Quality Agency) ons gevisiteerd. Wij zijn ook gebonden aan regels en kwaliteitsvereisten, met name moeten we de doorwerking van het onderzoek in onderwijs en werkveld goed borgen. Wat is de impact van het onderwijs, op de student op individueel niveau en organisatieniveau waarvoor we de opdrachten uitvoeren.” Anne-Marie Haanstra noemt een voorbeeld van een project bij een maakbedrijf van droogcabines in de Achterhoek. Uit mestafval maken ze een recyclebaar product. “Dit internationaal bedrijf wil een overgang van een verkoop- naar een serviceconcept als gevolg van de digitalisering.” Dus hun klanten leasen de machines waarbij het onderhoud vanuit het bedrijf wordt georganiseerd. In het project is een samenwerking opgezet met een ICT-bedrijf met een student van de technische faculteit en een student van economie en management. In de machines zijn sensoren ingebouwd die op afstand af te lezen zijn en verder is er een netwerk van onderhoudsmonteurs opgezet in alle landen. “We gaan dus multidisciplinair deze vraag aan. Dat vergt veel afstemming en veel extra inzet van docenten, begeleiders en lectoren. Daarmee vergroot je het adaptief vermogen van het onderwijs”, aldus Anne-Marie Haanstra.

Anne-Marie Haanstra

Voor meer informatie: www.han.nl