Gepubliceerd op 28 april 2020

Duitsland: Openstaande vorderingen en incasso in tijden van corona

We horen van Nederlandse bedrijven dat klanten in Duitsland nu minder of helemaal niet betalen, de bestelde goederen weigeren te accepteren of willen terugsturen. Kan dit zo maar?

Om deze vraag te beantwoorden is van belang wat in het contract staat en welk recht van toepassing is.

Wat kan in corona-tijden aan argumenten van klanten worden gebruikt?

Is er überhaupt sprake van overmacht?

“Overmacht”

De term “overmacht” wordt vaak gebruikt in verband met de coronapandemie. Het gaat hier om een geval van overmacht, d.w.z. een externe, van buitenaf veroorzaakte gebeurtenis die niet te voorzien en ongewoon is en die niet met economische middelen kan worden voorkomen of onschadelijk kan worden gemaakt, zelfs niet met de grootst mogelijke zorgvuldigheid die redelijkerwijs kan worden verwacht. Het begrip “overmacht” is – afgezien van het reisrecht – fundamenteel vreemd aan het Duitse recht en biedt dus slechts beperkte hulp.

Voorrang van het contract

Gesloten contracten zijn na te leven. Dit houdt in dat ook de klant aan zijn betalingsverplichtingen moet voldoen als de leverancier alle prestaties vlekkeloos heeft verricht.

Verder zijn de bepalingen van het desbetreffende contract in eerste instantie bepalend voor het onderzoek van eventuele (schade)vorderingen. Zogenaamde “overmacht” clausules komen regelmatig voor in leveringscontracten. Deze clausules moeten worden geïnterpreteerd en er moet worden onderzocht of de Corona-pandemie een geval van overmacht is in de zin van de desbetreffende clausule. Afhankelijk van de inhoud van de clausule kunnen de rechtsgevolgen dan onder meer bestaan uit eventuele herroepingsrechten, een (tijdelijke) opschorting van de overeenkomst of schadeclaims.

Weens Koopverdrag

Het Weens Koopverdrag van de Verenigde Naties (CISG) is van toepassing indien er sprake is van een internationale verkoop van goederen en partijen uitdrukkelijk de toepasselijkheid van het CISG zijn overeengekomen of partijen de toepasselijkheid van het recht van een verdragsluitende staat zijn overeengekomen en de toepasselijkheid van het CISG niet uitdrukkelijk hebben uitgesloten. Het CISG is bijvoorbeeld ook van toepassing indien de partijen bij een internationale verkoop van goederen de toepasselijkheid van het Duitse recht zijn overeengekomen, maar de toepasselijkheid van het VN-Verdrag inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken niet uitdrukkelijk hebben uitgesloten.

Art. 79 CISG bepaalt dat een partij niet aansprakelijk is voor de niet-nakoming van haar verplichtingen indien zij bewijst dat de niet-nakoming het gevolg is van een belemmering die buiten haar macht ligt. Art. 79 CISG regelt dus expliciet alleen de vrijstelling van schadeclaims, maar dit zou ook moeten gelden voor de vrijstelling van primaire prestatieverplichtingen.

Pandemieën, embargo’s, export- en importbeperkingen worden ook als dergelijke belemmeringen erkend. Als er echter een belemmering is, is men niet direct vrijgesteld van alle contractuele verplichtingen. Het hangt eerder af van de omvang in het individuele geval.

Duits Burgerlijk Wetboek (BGB)

Indien het contract onderworpen is aan het Duitse recht en er geen dwingende contractuele bepalingen zijn, wordt de omvang van de rechten en verplichtingen bepaald overeenkomstig §§ 275 en 313 BGB.

  • 275 BGB bepaalt dat de vordering tot nakoming is uitgesloten indien dit onmogelijk is voor de schuldenaar of voor iemand anders. Bovendien kan de schuldenaar de nakoming weigeren als dit een inspanning vereist die in geen enkele verhouding staat tot het belang van de schuldeiser bij de nakoming.

Volgens § 313 BGB kan een aanpassing van het contract worden geëist als de omstandigheden die de basis van het contract zijn geworden later zo ernstig zijn veranderd dat van één partij redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat deze zich aan het ongewijzigde contract houdt. Indien aanpassing van het contract niet mogelijk of redelijk is, kan de benadeelde partij zich ook uit het contract terugtrekken.

Voorbeeld

Een Duitse klant bestelde goederen bij een Nederlands bedrijf. Onze klant, bevestigde de bestelling, had op tijd geleverd en nu wil de klant (winkelketen) de goederen niet meer houden. In plaats daarvan verwacht hij dat hij ze terugneemt, omdat ze door de sluiting van de winkels niet meer nodig zijn. De betaling van de factuur werd geweigerd.

Voor het bedrijf is dit nu ook een kwestie van eigen bestaan. Het is dringend afhankelijk van het ontvangst van geld op dit moment. Juridisch gezien is er een contract gesloten. Zelfs de crisis verandert daar niets aan. De klant heeft geen recht om de goederen terug te geven, tenzij anders overeengekomen in de overeenkomst. In plaats daarvan is de klant verplicht zich aan de overeenkomst te houden en de factuur te betalen. Toch kan het terugnemen van de goederen nuttig zijn, tenminste als de goederen bruikbaar zijn voor de ondernemer en het in geen geval te verwachten is dat de klant zal herstellen, maar dat hij insolvent dreigt te worden.

Samenvatting

Afhankelijk van het toepasselijke recht en de onderliggende overeenkomst is het voor de Duitse klant niet zo eenvoudig om later of helemaal niet te betalen of om de goederen niet te accepteren in onder inachtneming van de bovengenoemd.

Als u vragen heeft, neem dan contact op met Udo Croonenbrock, Rechtsanwalt (croonenbrock@strick.de) of Alexander Crämer, Rechtsanwalt (craemer@strick.de)

STRICK Rechtsanwälte & Steuerberater houdt u graag op ge hoogte over zakendoen in Duitsland en het coronavirus. Alle informatie kunt u vinden  op deze https://www.strick.de/duitsland/nieuws/nieuwsbrief pagina.

STRICK Rechtsanwälte & Steuerberater

Siemensstr. 31
D-47533 Kleve
Tel: 0049 – 2821 – 72220
Mail: kanzlei@strick.de
Web: www.strick.de

Hashtags

#vorderingen #incasso #corona #covid_19 #contract #duitsland #strick #levering