Gepubliceerd op 1 november 2016

Digitalisering van de maatschappij: slaan we niet te ver door?

‘IT wordt het vierde wiel in de maatschappij. Náást gas, water en elektriciteit’

Slaan we niet te ver door met de digitalisering en automatisering van de maatschappij? Het werd hét grote vraagstuk tijdens het rondetafelgesprek dat Het Ondernemersbelang organiseerde in Soesterberg. En, als je dit thema voorlegt aan de deelnemers, die allemaal op de een of andere manier te maken hebben met ICT, dan beland je meteen in een discussie waarbij economische, technische, sociaal-maatschappelijke, ethische en zelfs filosofische aspecten onverwachte dwarsverbanden met elkaar hebben.

Feit is wel (dat werd al snel duidelijk) dat iedere ondernemer wel eens ‘gedoe’ heeft meegemaakt ten aanzien van ICT. En, ‘gedoe’ is een understatement. Maar we kunnen niet meer zonder! Toch?Drie stellingen werden aan de deelnemers voorgelegd:

1. We slaan te ver door met de digitalisering van de maatschappij.
2. Nederland heeft een echte start-up cultuur binnen de ICT. Maar eigenlijk hebben we scale-up nodig.
3. ICT is altijd een te hoge kostenpost.

Stelling 1
We slaan te ver door met de digitalisering van de maatschappij
Gerrit-Jan Heerschop is de eerste die reageert: “Ik ben het hier mee eens. Daarbij denk ik meteen aan de privacyvraagstukken. We worden té goed georganiseerd. Ik ga zeventig jaar terug in de tijd; naar de Tweede Wereldoorlog. Waarom konden er in Nederland zo veel Joden worden opgepakt? Omdat we onze administratieve systemen te goed op orde hadden. We wisten te veel van iedereen. Dat gevaar schuilt nu ook. Kijk maar eens naar wat er in Turkije gebeurt. Maar ook de overheid in Nederland moeten we in de gaten houden. En, wat te denken van al onze medische gegevens? Eigenlijk voeren we hier een discussie over democratische controle. Wel, daar kunnen we in ons land wellicht nog wat invloed op uitoefenen maar een bedrijf als Google bijvoorbeeld…. Tja, die trekt zich nergens wat van aan.”

Volgens Will Pekelharing moet eerst worden bepaald wat de definitie van ‘privacy’ is: “Privacy en ICT zijn namelijk twee verschillende zaken en moeten niet door elkaar gehaald worden. Ik denk dat digitalisering van de maatschappij meer voordelen dan nadelen met zich meebrengt.”

Gary Lanzalotti vindt echter het toenemende Big-Brother-gevoel niet prettig. “Maar tegelijkertijd stel ik wel dat automatisering en digitalisering niets met privacy te maken hebben. Het is maar hoe we met die technologische ontwikkelingen omgaan. Nee, ik vind al die camera’s langs de snelweg ook niet leuk. Maar je kunt het niet stoppen.”

Robert van Eekhout meent dat het beschermen van je eigen privacy een eigen verantwoordelijkheid blijft. “Iedereen doet maar wat op het internet. Je bent in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor wat je erop zet. Mensen gaan er ook wel heel makkelijk mee om, ze plaatsen vakantiefoto’s op Facebook maar klagen tegelijkertijd wel dat Facebook te veel van ze weet. Je moet ook realistisch zijn: vroeger konden patiëntendossiers – bijvoorbeeld – ook uit een lade worden gestolen. Eigenlijk is dát gevaar dus niet veranderd. Jouw gegevens konden altijd al op straat belanden.”

“Ik zie wel een tendens dat meer en meer ondernemers er bewust voor kiezen om geen Google Analytics in hun site te bouwen. Ikzelf vind dat een naïeve keuze; door een alternatief voor Google Analytics te gebruiken voorkom je niet dat er data op een server staat waar ook anderen behalve jij bij kunnen. Feit is wel dat je steeds meer ‘privacy-vriendelijkere’ alternatieven kunt inbouwen in je applicaties.”

Jeroen Kamminga meent tegelijkertijd dat de maatschappij hypocriet is. “Mensen maken met plezier volop gebruik van digitalisering. Ze kopen massaal bij webshops. En dat heeft natuurlijk consequenties voor de conventionele retailwinkels. Maar oh, wat een geklaag toen V&D failliet ging. Een veel gehoord argument? Ze zagen geen klanten meer in de winkel!”

Een subthema, dat aan deze eerste stelling kon worden gelinkt, is uiteraard de vraag of men zich nog wel veilig voelt op het internet.
Jeroen Kamminga: “Ja, zowel zakelijk als privé, voel ik me veilig. En wat je doet, blijft altijd een eigen keuze. Natuurlijk moet je ook kinderen waarschuwen en daarover vertellen. Maar deden we dat vroeger ook al niet? Toen zei je moeder ook dat je geen snoepjes van vreemde mannen mochten aannemen!

Gary Lanzalotti stelt echter wel dat je – als normale gebruiker – ook gewoon te maken hebt met allerlei hack-attempts. “Hoe vaak ontvang je geen mailtjes met berichten met verleidelijke hyperlinks? Het wordt allemaal steeds professioneler. Je moet echt op je qui vive zijn. Een groot deel kun je overigens voorkomen met goede anti-hack- en anti-virus-software. Het bewustzijn over de gevaren kan echter vergroot worden.”

Will Pekelharing voelt zich ook veilig. “Het zal altijd een kat- en muisspel zijn waarbij we de kwaadwillenden in de gaten moeten houden. Maar, dat was vroeger ook al zo. Digitalisering biedt heel veel voordelen en ik denk dat IT het vierde wiel wordt, naast gas, water en licht.” Gerrit-Jan Heerschop zegt daarop zich ook veilig te voelen op het internet. En datzelfde geldt voor Robert van Eekhout. “We moeten het er wel over blijven hebben. Ik kan me voorstellen dat ouderen het gevaar niet altijd zien. En, die moeten we blijven waarschuwen.”

Stelling 2
Nederland heeft een echte start-up cultuur binnen de ICT. Maar eigenlijk hebben we scale-up nodig.
Robert van Eekhout was 10 jaar geleden op 20-jarige leeftijd een ambitieuze start-up. Nu is hij doorgegroeid naar een bedrijf met intussen 15 medewerkers. “Ik ben het eens met de stelling. Start-ups zijn goed voor Nederland. Het trekt kapitaal en talent aan. Het probleem is echter dat veel start-ups niet doorgroeien naar scale-ups. Die slag mis ik. Het zou goed voor de BV Nederland zijn als we de potentie, die er overigens wel is, meer zouden benutten.”

Will Pekelharing is het daar volmondig mee eens. “Laten we eens een vergelijking maken met de Verenigde Staten. Daar trekken de start-ups meer een sprint naar het einddoel. Hier in Nederland is er nog iets te veel de mindset van ‘We gaan wat uitproberen, zonder een concreet doel te stellen’.”

Volgens Gary Lanzalotti is er inderdaad te weinig economische power. “Slechts heel soms ontstaat er iets moois. In mijn optiek moeten we deze start-ups meer ondersteuning geven. Niet alleen met geld, maar vooral met kennis en begeleiding. Ik pleit voor een landelijke instelling – misschien met regionale vestigingen – waar ondernemers terecht kunnen om die kennis te delen. Zie het als een Business Hospital. We gaan elkaar (nog!) beter maken. En, laten we vooral niet een organisatie als de Kamer van Koophandel daarbij betrekken. Het moet sneller, minder bureaucratisch, dynamisch en met power!”Robert van Eekhout knikt maar wil nog verder. “Wat mij betreft zouden we ook de vennootschapsbelasting moeten verlagen. Die succesvolle jonge ondernemers zitten te wachten op cash. Alleen met cash krijgen ze de ruimte om te groeien.”

Dat de overheid dan voor de kosten opdraait, als het toch misgaat – in dat geval – met de start-ups, vindt Robert een risico dat de overheid ook gewoon moet lopen. “Niet alles kan succesvol zijn. Ook de overheid kan ondernemender denken. Jonge bedrijven hebben gewoon meer ruimte nodig.”

Will Pekelharing sluit zich daarbij aan. “Zorg dat de heffingen voor ondernemers worden verlaagd, zodat de ondernemers meer werknemers kunnen aannemen, dat is een win/win voor de Nederlandse economie.”

Jeroen Kamminga vindt ook dat ondernemers gestimuleerd moeten worden – onder andere door fiscale voordelen – om andere ondernemers te begeleiden. “Jonge start-ups hebben vaak de technische en creatieve kennis wel in huis. Het zijn wandelende inspiratiebronnen. Maar… het ontbreekt hen vaak nog aan ondernemerschapszin. Er is te weinig visie. Er zijn te veel ondernemers die het niet redden.” Of ‘ondernemerschap’ een groter thema moet worden in het onderwijs, betwijfelt Jeroen. “Ik pleit vooral voor meer begeleiding door ervaren ondernemers.”

Ook Gerrit-Jan Heerschop wil dat potentiële scale-ups minder last hebben van allerlei regels. “Als je 12 mensen in dienst hebt, dan moet je al over het aantal BHV-ers gaan nadenken. Met dat soort dingen wil je je als ambitieuze techneut toch helemaal niet bezighouden?”

Robert van Eekhout is het daarmee eens. “Kijk eens naar de wet- en regelgeving op het gebied van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Natuurlijk wil iedereen dat deze mensen kansen krijgen. Maar, als je 25 medewerkers hebt, dan word je verplicht om één zo’n persoon aan te nemen. Dat wordt dan een kwestie van bezigheidstherapie in je eigen organisatie. Dit belemmert je scale-up-potentie.”

Jeroen Kamminga pleit ook voor het loslaten van te strakke regels. “Als ik simpelweg naar ons eigen platform kijk, dan hebben wij ook last van die wetgeving. Als mensen online iets kopen, dan hebben ze het recht van retour. Wij vallen helaas ook onder die wetgeving, maar wij zijn een online veilinghuis. Wij verkopen bijvoorbeeld overbodige soms gedateerde voorraden van onze klanten. Dat is iets heel anders dan bijvoorbeeld een webshop als bol.com of Cool Blue. En dan hebben we dus last van die regels.”

Stelling 3
ICT is altijd een te hoge kostenpost
Robert van Eekhout is meteen helder over deze stelling. “Nee, het is nooit een te hoge kostenpost. Maar, áls mensen het als een te hoge kostenpost ervaren, dan ontbreekt vaak de kennis waarom er kosten hangen aan het opbouwen van een goede IT-structuur. Voor ons als IT-bedrijf, is het essentieel om altijd uit te leggen hoe het werkt en wat het stappenplan is dat je neemt. Dat is een must. Klanten hebben vaak geen benul van de processen erachter. IT is geen ad hoc klusje.

”Gerrit-Jan Heerschop meent echter dat je klanten ook altijd kunt adviseren genoegen te nemen met minder. “Je dient daarvoor de processen van de klant goed in kaart te brengen. Als je als leverancier weet wat er speelt, dan is je advies beter. En dus kun je de klant dan helpen besparen.”

Volgens Will Pekelharing moet vooral de koppeling worden gemaakt met de Return On Investment. “ICT moet altijd als een investering worden benaderd; wat kost het de organisatie. En, wat levert het op?”

Gary Lanzalotti moet lachen. Hij denkt nu aan de overheid. “Ik stel dat er bij de overheid een interne maffia aan de gang is, die graag de leuke opdrachten aan bekende IT-bedrijven gunt. Daardoor heeft IT alles te zeggen. En ze slikken alles qua kosten. In het MKB dienen we echter IT vooral als een middel te zien. Het is geen doel. Juist daarom denk ik dat outsourcing de nieuwe trend is. Daarmee haal je onafhankelijke kwaliteit binnen.”

Volgens Jeroen Kamminga zitten de ‘onnodige kosten’ vooral in het feit dat verschillende soorten software dag in dag uit aan elkaar gekoppeld moeten worden. Kijk, het begint in een bedrijf eenvoudig. De zoon van de baas helpt een beetje mee en zet iets in elkaar. Dan wordt daar door een ander weer iets bovenop gebouwd. En voor je het weet, is het grote ellende en gaan de kosten oplopen omdat de basis nooit goed is gelegd. Ik pleit er dan ook voor om IT altijd te outsourcen en niet zelf te gaan knutselen. Huur professionals in. Maak een beter plan. En pak daar je winst. Dán zul je zien dat het uiteindelijk zal meevallen met de kosten. En dán kunnen we dus ‘Nee’ zeggen op deze laatste stelling; ICT is niet per definitie een te hoge kostenpost.”

Tekst: Jerry Helmers // Fotografie: Ruud Voest