Gepubliceerd op 11 oktober 2018

Circulaire economie verdient ecosexy imago

Versnelde overgang van een lineaire naar een circulaire economie is noodzakelijk. Alleen in een nieuwe economie kunnen we de grondstofschaarste opvangen en CO2-uitstoot terugdringen. Consument en bedrijfsleven zetten aarzelend de eerste stappen. Een flitsend imago zou kunnen helpen om ontwikkelingen te versnellen. Tijdens het tafelgesprek over circulaire economie krijgt de term ‘ecosexy’ de nodige bijval.

Het tafelgesprek vindt plaats bij D-Two in Elst. Dit bedrijf is een logistieke dienstverlener voor het hele ICT life cycle proces. “We steunen grote eindgebruikers bij de afvoer van hun afgeschreven IT-apparatuur”, vertelt Daan van Deutekom, één van de eigenaren van D-Two. Die eindgebruikers kunnen scholen, ziekenhuizen, bedrijven of instellingen zijn die na drie tot vijf jaar hun computerapparatuur vervangen. D-Two haalt de oude apparatuur op, ontdoet die van data en kijkt of hergebruik mogelijk is. Een deel van het werk wordt gedaan door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daan van Deutekom: “Ons gesprek bij de klant is niet: ‘mogen we je oude spullen meenemen’, maar: ‘Kunnen we samen praten over hoe we voor een kwetsbare doelgroep extra werkplekken genereren? En heb je wel eens nagedacht over wat je doet met je afgeschreven apparatuur’?” Circulariteit is wat Daan van Deutekom betreft niet een op zich zelf staand begrip. Het geeft organisaties de kans om naar hun totale maatschappelijke betrokkenheid te kijken. En als arbeidsbeperkte mensen worden ingezet, dan sluit het aan bij het streven van de overheid om 125.000 werkplekken voor deze doelgroep te creëren. “Kijk goed naar je werkproces”, houdt Daan van Deutekom ondernemers voor, “er zitten zeker werkzaamheden bij die uitstekend passend zijn voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.”

Duurzame groei

“Circulair ondernemen draagt bij aan innovatie en zorgt voor een duurzame groei van ondernemingen”, vindt Jeroen Vrolijks, manager zakelijke relaties van de Rabobank Maas en Waal Oost-Betuwe. De bank organiseerde zogenaamde CE Challenges; regionale bijeenkomsten voor ondernemers die circulair willen gaan werken. “Door kritisch te kijken naar de eigen werkprocessen, het gebruik van grondstoffen en het ontstaan van afval, ontstaat er innovatie. Door er mee bezig te zijn, ga je nieuwe mogelijkheden zien”, zo constateerde Vrolijks tijdens de bijeenkomsten. Een zorg heeft Vrolijks ook. De economie draait namelijk zo goed, dat de kans ontstaat dat ondernemers nut en noodzaak van vernieuwing uit het oog verliezen.

Patrick Schreven is directeur-eigenaar van ECO+BOUW, een bedrijf dat ondersteuning biedt op het gebied van advies, ontwerp en realisatie van ecologisch, biobased en circulair bouwen. Hij ziet dat in de praktijk circulariteit bij veel bedrijven nog onbekend is. Patrick Schreven: “Verder zijn er veel verschillende definities van circulaire economie en als we niet oppassen dan wordt het duurzaamheid 2.0 en weet men niet meer waar het nu eigenlijk overgaat. Er zijn definities waarin belangrijke aspecten niet benoemd worden. Onbeperkt hergebruik van grondstoffen is wat mij betreft een kernbegrip.”

Frank Croes is programmaleider circulaire economie bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Vanaf september 2019 biedt de hogeschool naast de minor ook een masteropleiding circulaire economie aan. “Als je het in gewoon Nederlands vertaalt is circulaire economie een kringloopeconomie”, stelt hij. Dat vinden de aanwezigen geen aantrekkelijke omschrijving. Later in de discussie komt daarom de term ‘ecosexy’ naar voren. Maar Croes heeft ook een sluitende definitie: “Als je circulaire economie breed trekt dan praat je over het creëren van economische waarde omwille van sociale behoefte in harmonie met de draagkracht van het ecosysteem.”

Jeroen Vrolijks: ”Voor mij is een definitie niet zo interessant. Het gaat erom dat je op een verantwoorde manier met je grondstoffen en afval omgaat. En dat je er mogelijkheden in ziet om er iets mee te doen. Het wordt pas tastbaar als bedrijven er echt iets mee gaan doen. Ikea probeert z’n eigen producten te gaan hergebruiken. Dát gaan burgers en ondernemers merken want dat spreekt aan. Het moet natuurlijk wél waarde creëren, anders moeten bedrijven er niet aan beginnen.”

Ketensamenwerking

“Voor een transitie naar een circulaire economie is samenwerking in de keten nodig”, vindt Ruud Schuurman. Hij is innovatiemakelaar bij RCT Gelderland, een stichting die ondernemers koppelt, die elkaar kunnen helpen bij innovaties. Schuurman: “Bij de overgang van een lineaire naar een circulaire economie kom je de hele keten tegen waarin je als bedrijf werkt. Want alle stakeholders hebben ermee te maken. Veel ondernemers staan ervoor open maar moeten ook geld verdienen. Familiebedrijven hebben vaak een langetermijnvisie en dat bevordert een welwillende houding. Soms ontstaat circulariteit spontaan. Bijvoorbeeld als er een crisis is in een sector. Dan gaan bedrijven hun apparaten langer houden. Zo doen ze aan levensduurverlenging. Dat is een eerste stap naar minder grondstofgebruik. Maar uiteindelijk moet je de hele cirkel sluiten.”

Patrick Schreven: “In de bouw streeft men naar ketenintegratie, samenwerking, kwalitatief en prijstechnisch interessant producten opleveren. Maar willen we de kringloop sluiten dan moet je branche-overstijgend kijken. Soms zoekt de bouw bijvoorbeeld naar een oplossing terwijl een andere sector al lang een oplossing heeft bedacht.”

“Afval uit de bouw, kan weer grondstof vormen in een heel andere branche”, vult Joost Brouwer aan. Hij is partner bij Firm of the Future, een organisatie die bedrijven en organisaties ondersteunt bij duurzame transformaties. Firm of the Future schrijft onder andere een klimaatplan voor de provincie Gelderland.

Overheden

Sprekend over ketensamenwerking komen ook overheden in beeld. Wat doen zij in dit plaatje? Dimitri Horsthuis-Tangelder is wethouder van onder andere duurzaamheid bij de gemeente Overbetuwe. Hij noemt ‘faciliteren’ het kernwoord als het gaat om de rol van gemeenten in de keten. Daarin is de gemeente proactief. “We stelden ons altijd dienstbaar op. Maar tegenwoordig zijn we minder afwachtend; kijken we meer naar de vraag in de markt en komen bijvoorbeeld met duurzaamheidsleningen. Gemeente maar ook de provincie doen mee, want we zullen het met z’n allen moeten doen. Wij kunnen doelstellingen formuleren, maar die moeten we wel samen met inwoners, bedrijven en organisaties zien te realiseren. Hoe doe je dat? Door de verbinding met elkaar op te zoeken”, denkt Dimitri Horsthuis-Tangelder.

De gemeente Overbetuwe vervult ook een voorbeeldfunctie. Zo liep er een actie voor de inname van oude spijkerbroeken. Ze konden tot eind augustus worden ingeleverd op verschillende punten. De spijkerbroeken worden verwerkt tot isolatiemateriaal voor de verbouwing van het gemeentehuis. Mensen dragen zo bij aan een duurzaam gemeentehuis. Schrootjes uit het oude gebouw worden verwerkt als wanddecoratie in het nieuwe deel van het gemeentehuis. “Allemaal kleine zaken om aan de inwoner te laten zien dat er iets gebeurt. Dit zijn voorbeelden die bijdragen aan de bewustwording van onze inwoners voor verduurzaming van hun gemeente”, vindt Dimitri Horsthuis-Tangelder. De wethouder vertelt ook dat de gemeente Overbetuwe een duurzaamheidsprijs heeft ingesteld. Die heeft tot doel ondernemers en inwoners te stimuleren om met circulaire projecten te komen. En om als gemeente te kijken wat er leeft op circulair gebied.

Maximaal hergebruik

Lourens Aalders is hier enthousiast over. Hij is directeur-eigenaar van en organisatieadviseur bij Akwadraat consultancy, een bedrijf voor organisatie-, management- en beleidsadvies op het gebied van duurzame en (zo veel als mogelijk) circulaire afvalverwerking en reiniging. “De burger heeft het gevoel dat hier op een zinvolle wijze vernieuwd wordt. Alles staat of valt met gedragsverandering en dat bereik je door goede voorbeelden te communiceren.” Lourens Aalders streeft naar een wereld zonder afval. Hij zoekt naar wegen voor maximaal hergebruik. Zo heeft hij een project in Doetinchem geëntameerd waarbij mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt her te gebruiken spullen uit het afval selecteren. Een zichtbaar initiatief, maar toch is Lourens Aalders kritisch: “Ik constateer dat de burger nog onvoldoende gevoel heeft bij de circulaire economie. Die wil gewoon vlot van zijn afval af. Het gaat voor de burger pas tellen als hij het in zijn portemonnee gaat voelen. Het bedrijfsleven en de overheidsdiensten moeten wel naar de consument luisteren als het iets wil bereiken met circulariteit.”

Nieuwe businessmodellen

“De circulaire economie vereist nieuwe businessmodellen”, stelt Joost Brouwer. Product-as-a service wordt volgens hem de standaard. Hij geeft een voorbeeld: “Auping verkoopt bedden. Toen zijn ze gaan omdenken. Nu verkopen ze een nachtje slapen aan het Hilton. Auping blijft verantwoordelijk voor de bedden en moet dus zorgen dat ze een lange levensduur hebben want dat is hun verdienmodel. Een ander voorbeeld is Miele wasmachines die je niet huurt, maar per wasbeurt betaalt. Dat is goed voor het milieu, want mensen gaan dan alleen maar met een volle machine wassen. En Miele verdient geld want het heeft machines met een lange levensduur.” Joost Brouwer ziet deze nieuwe manier van denken terug bij jongeren. Die kiezen voor gebruik in plaats van bezit en hebben dus behoefte aan mobiliteit, maar dat kan best een combinatie van een deelfiets en OV zijn in plaats van met een eigen auto.

Punt van aandacht is wat Joost Brouwer betreft de financiering. Er komen nieuwe businessmodellen en hoe gaat de bank ermee om? Nog te vaak ziet hij dat banken financieren op grond van successen uit het verleden. Maar de businessmodellen moeten zich nog bewijzen. Jeroen Vrolijks geeft toe dat de bank nog niet gewend is om businessmodellen die gebaseerd zijn op product-as-a-service te financieren. Mainstream is dit nieuwe denken nog zeker niet in de bancaire wereld. Maar hij geeft ook aan dat de bank bereid is om naar nieuwe ontwikkelingen te kijken. “En als we dit soort nieuwe ontwikkelingen kunnen financieren dan vinden we dat gaaf. Maar we blijven bezien of partijen ook in de toekomst goed zijn voor hun centen, of ze de financiële verantwoordelijkheid aan kunnen.”

Biologische kringloop

In een circulaire economie is de biologische kringloop essentieel voor het terugdringen van CO2-uitstoot, stelt Patrick Schreven. Hij rekent voor dat zelfs bij 90% hergebruik van grondstoffen, over zeven jaar toch echt 50% van alle materiaal waar je mee begonnen bent, verloren is gegaan. Als je een kleiner percentage hergebruikt dan is de grondstof al eerder op. Patrick Schreven: “In de bouw is men nog steeds gefocust op technische oplossingen voor het hergebruik van beton, aluminium en staal. Maar daarmee komen we er niet, zoals ik net voorrekende. Dus als je dat in het achterhoofd houdt, is recycling van bouwmaterialen een tijdelijke oplossing. Maar kijk nu eens naar de biologische kringloop. Alle materialen groeien vanzelf en slaan tijdens de groei ook nog CO2 op. Als je met biologisch materiaal gaat bouwen is de CO2 opgeslagen in het gebouw. Het is uitstekend her te gebruiken. Onderzoekers vinden dan ook dat we juist toe moeten naar een grote biologische- en een kleine technologische kringloop. Dat is de enige manier om voldoende CO2-uitstoot te reduceren en CO2 voor langere tijd vast te leggen.”

Radicale omslag

Er is een nieuwe manier van denken en doen nodig om een circulaire samenleving te creëren, zo constateren alle aanwezigen. Kan het onderwijs daaraan bijdragen? Wat Frank Croes betreft wel, maar dan is een radicale omslag in het huidige onderwijssysteem noodzakelijk. Hij steekt bevlogen van wal: “Het onderwijs is gebaseerd op conventies uit het verleden. We kennen een verkokering, opleidingen zijn in beton gegoten, er worden domeincompetenties vastgesteld voor een periode van vijf jaar. En dat tegen een achtergrond van een markt en een samenleving die steeds sneller innoveren. Dus wat moeten wij in het onderwijs doen? Niet vasthouden aan de onderwijsconventies uit het verleden maar zorgen dat we studenten opleiden die tegendraads zijn, die anders denken, veranderingsgezind zijn, die niet als een monoproduct uit de banken stromen. Dat bereik je door ze te laten zien hoe mensen uit allerlei verschillende disciplines elk op eigen wijze kijken naar vraagstukken en de oplossingen ervan. Dát stimuleert het creatief denkvermogen. Helaas doen we dat nog onvoldoende. Dus vandaar de stelling dat het écht anders moet. Creatief denken bereik je niet in monoculturen maar in open systemen met interdisciplinaire projecten. Daarnaast ben ik een pleitbezorger voor meer biologie en geografie want daaraan ontbreekt het ook node bij jongeren. Die traditionele vakken zijn belangrijk omdat je daar ziet hoe je materialen wint en hoe je kunt leren van ecosystemen. Want daarin bestaat geen afval. Het afval van de een is de bouwstof voor de ander. Aandacht voor dat soort mechanismen moet veel meer worden geïntroduceerd in het onderwijs.” Lourens Aalders voegt daar nog aan toe dat als bij het product- of gebouwontwerp al rekening wordt gehouden met de eindfase, je ook bezig bent met het voorkómen dat iets tot afval wordt. Afvalpreventie verdient meer aandacht, vindt hij. «