Gepubliceerd op 15 mei 2019

‘Innovatie is één van de sleutelwoorden naar de toekomst’

Bij de energietransitie lijkt het wel alsof de focus vooral op nieuwbouw ligt. Niets is echter minder waar, juist in bestaande gebouwen, woningen en vastgoed is winst te behalen, zo werd duidelijk tijdens het Tafelgesprek met als thema: Samen duurzaam bouwen aan de toekomst. Uiteraard vond dit gesprek plaats in een gebouw waar volop wordt gewerkt aan verduurzaming, namelijk appartementencomplex Bellavista in Heerenveen. Dat het gesprek dan ook nog plaatsvond in het Praathuis, maakte de setting compleet.

Aan Tafel zaten vertegenwoordigers die allemaal op de een of andere manier bezig zijn met het thema verduurzaming. Zo waren daar Nico van Asten en Marco Visser van Wits Vastgoedonderhoud, het bedrijf dat al vroegtijdig in de gaten had dat gebouwen duurzaam gemaakt moeten worden. Verder Jan van der Meer van VDM Woningen, die optimaal geïsoleerd voldoen aan de meest moderne eisen. Nico Hoeksma van Makelaardij Hoekstra Vastgoedbeheer, die vrijwel continu bezig is het met verduurzamen van de portefeuille. René Tuinenga van Lodema Elektrotechniek, die vooral de handjes moeten leveren. En Mario Berends van Habion zorgvastgoed ouderen, ook al veelvuldig bezig met de verduurzaming van het vastgoed. En tenslotte Martijn van der Harst van Energie Inspectie Friesland, die zowel ondernemers als particulieren adviseert bij de verduurzaming.

Flex

Opvallend is dat het gesprek in eerste instantie een onverwachte wending neemt. Bij het voorstellen geven een aantal deelnemers aan hoeveel medewerkers ze hebben en hoeveel mensen er in de flexibele schil actief zijn. En zonder uitzondering zeggen ze allen dat ze graag minder gebruik willen maken van ZZP-ers en uitzendkrachten, want daar hebben we het over. “Ik vind de kwaliteit en de betrokkenheid van deze mensen over het algemeen anders in vergelijking met de eigen mensen”, zegt René Tuinenga (Lodema). “Maar goed, we hebben wel mensen nodig. Om die reden gaan we, in samenwerking met andere installateurs, zelf een school oprichten.” Van Asten (Wits) antwoordt dat zijn bedrijf al langer in samenwerkingsverbanden actief is, waarbinnen schoolverlaters binnen 2 jaar het vak wordt geleerd. “Het is een soort leertraject, waarbij mensen driekwart jaar bij de deelnemende bedrijven actief zijn en in de winter naar school gaan.” Van der Harst (Energie Inspectie Friesland) juicht dit soort initiatieven toe. “Bij veel werknemers ontbreekt de specifieke kennis voor allerlei verduurzamingstrajecten. Er is vraag naar specialisten, maar die zijn er bijna niet.”

Op de vraag of het tekort aan vakkrachten een bedreiging kan worden voor de duurzaamheidsagenda, antwoordt Jan van der Meer (VDM Woningen) dat dit moeilijk te zeggen is. “Het bestaande bezit verduurzamen en nog eens 75.000 nieuwbouw woningen realiseren, vraagt vaak om handwerk, dus er moeten nog wel een aantal slagen gemaakt worden. Het is de vraag of we daarvoor voldoende vakmensen kunnen vinden. Zelf werken wij zo weinig mogelijk met uitzendbureaus, dit om een goede kwaliteit van onze woningen te kunnen waarborgen.”

Gasloos

Er ontbrandt een discussie over de vraag of het in ons land allemaal niet te snel gaat. “Waar wij van het gas af moeten, wordt er in Duitsland nog subsidie verstrekt wanneer je overstapt naar gas”, geeft Nico Hoeksma aan (Makelaardij Hoekstra Vastgoedbeheer). Van der Meer antwoordt dat er ook niets mis is met gas. “Wij moeten gasloos bouwen, sinds 1 juli vorig jaar. Echter, bij het niet voldoende toepassen van energiebesparende maatregelen gaan de kosten voor stroomverbruik omhoog. Immers, mensen willen er toch warm bijzitten en dus wordt er een warmtepomp geïnstalleerd, die stroom vraagt. Dit moet je dan wel compenseren met bijvoorbeeld zonnepanelen op het dak.”

Martijn van der Harst ziet nog veel te veel verspilling in de markt, “terwijl met relatief eenvoudige maatregelen in de utiliteit zeker 25 procent te besparen is. We richten ons nu heel erg op zonnepanelen en windenergie, maar met regeltechniek, het goed inregelen van de installaties, kun je heel snel besparen.” Berends (Habion) constateert dat er in het verleden veel te veel panden zijn gebouwd, waar verspilling van energie eerder regel dan uitzondering was. “Wat dat betreft moeten we ook in de spiegel durven te kijken.” Van der Meer beaamt dit:” Ik weet niet hoe eenvoudig het is om de kachel in het weekend uit te zetten, maar ik weet zeker dat dit lang niet overal gebeurt. Men is er blijkbaar nog onvoldoende mee bezig.” Van der Harst is het daar mee eens. “Ik denk dat veel ondernemers de keuze voor duurzame maatregelen nog niet gemaakt hebben. Omdat ze er niet actief mee bezig zijn, hun core business slokt alle aandacht op.” Berends zegt dat zij de vertaling wel hebben gemaakt. “Wij hebben duurzaamheidsplannen opgesteld en deze in een businesscase verwerkt. Een gasbesparing komt daarmee permanent terug in je vastgoedwaarde. Dat is allemaal niet zo moeilijk.”

Isolatie

Met simpele toepassingen is ook veel te verdienen, denkt Marco Visser (Wits). “Zo doen wij momenteel veel aan kierafdichting en denk ook eens aan de brievenbussen en bijvoorbeeld meterkasten. Zo kun je voor relatief weinig kosten al een hoop doen. En ik denk dat er met isolatie het meeste te winnen is. De buitenschil moet op orde zijn, daarna kun je binnen nog kijken wat er mogelijk is.” Van Asten constateert dat veel opdrachtgevers huiverig zijn om te investeren in nieuwe en vaak dure installaties. “Ze weten niet welke nieuwe ontwikkelingen er nog gaan komen en wachten daarom nog even. Wat ze wel kunnen doen is beter isoleren en daarin nemen de investeringen dan ook toe.”

Tuinenga denkt dat de BV Nederland goed op de hoogte is van wat er allemaal kan en moet. “Van het gas af, de CO2 uitstoot omlaag, dat weten we allemaal wel. Maar, door het toenemende gebruik van elektriciteit begint het op het stroomnet te knellen. Dus, we willen van alles, maar de infrastructuur is er nog niet klaar voor. Ik vraag me af hoe zorgvuldig Den Haag daar mee omgaat.” Van der Meer haalt de wet- en regelgeving aan. “Wij zijn één jaar geleden begonnen om zonnepanelen op ons bedrijf te leggen. Ze liggen er inmiddels, maar vraag niet hoe. Je moet bij veel instanties langs die ook nog eens lange wachttijden hanteren, dat is niet leuk meer. Maar, uiteindelijk zijn we wel blij dat ze er nu liggen.”

Containerbegrip

We komen op het begrip duurzaamheid, wat door Tuinenga een containerbegrip wordt genoemd. “Bij duurzaamheid denken we nu vooral aan het milieu, maar het is natuurlijk veel breder. Duurzaamheid binnen ons bedrijf betekent ook goed met onze mensen omgaan. Zij moeten tot hun 67e werken en het is mijn taak om daar de randvoorwaarden voor te creëren.” Mario Berends vindt dat we in ons land zijn doorgeschoten met de neo liberale opvattingen over de economie. “Kijk bijvoorbeeld naar het aanbesteden. Dat levert lang niet altijd de beste partij op die een klus mag uitvoeren, met vaak alle gevolgen van dien. Daarom kiezen wij liever voor ketenpartners en investeren we in elkaar.”

Van der Meer vindt dat het woord duurzaamheid in elk geval voor meer bewustwording zorgt. “Het zet mensen aan het denken. Waar ik me wel zorgen over maak is de snelheid waarmee alles gaat en gerealiseerd dient te worden. Ik pleit voor meer dosering, anders ben je de burger straks kwijt.” Van Asten zegt dat duurzaamheid voor een groot deel een keuze is. “En helaas leiden keuzes meestal niet tot ander gedrag en moeten bepaalde maatregelen soms in een wet worden opgenomen.” Als voorbeeld noemt hij de Arbowet, waardoor de werkomstandigheden sterk verbeterden en vooral veiliger werden. “Bijna niemand zag dat zitten, maar kijk nu eens: we hebben creatieve oplossingen gezocht en gevonden en nu is de Arbowet door iedereen geaccepteerd en betaald de klant mee aan de maatregelen.”

Circulair bouwen

Alsof de overstap naar duurzame alternatieven nog niet genoeg is, komt de volgende ontwikkeling er ook al aan, namelijk circulair bouwen. “Dat is een kwestie van tijd”, denkt Berends, “en ik verwacht dat de betonindustrie daar als eerste mee te maken krijgt. Het zijn misschien wel positieve ontwikkelingen, maar wat als de prijs van alle maatregelen tegenvalt, zijn we dan ook nog zo enthousiast?”

Van der Harst geeft aan dat de financiering van alle plannen een issue is, “maar ook daarin zie ik allerlei ontwikkelingen, zoals de objectlening, die door sommige gemeenten wordt aangeboden. Deze lening betaal je terug via je eigen gemeentelijke lasten. Dus ja, er zit wel innovatie in de markt.”

Heel anders ligt dat voor ondernemers en vastgoedbeheerders. Banken willen nu al ‘vieze’ panden niet meer financieren en Tuinenga vindt dat terecht. “Heeft je bedrijf bestaansrecht als je niet aan verduurzaming doet?”, vraagt hij zich hardop af. Nico Hoeksma denkt dat nog niet elke burger, en dus ook ondernemer, overtuigd is van de nut en noodzaak van verduurzaming. “Zelf heb ik m’n huis zo veel mogelijk verduurzaamd. Tegen mijn ouders heb ik vervolgens verteld dat ze ook iets aan hun woning moesten doen, maar het antwoord dat ik kreeg was duidelijk: waarom zou ik die investering doen? Ze wonen er waarschijnlijk nog maar kort en dan wegen de kosten niet op tegen de baten. De terugverdientijd ten opzichte van hun huidige lasten liggen daarvoor te ver uit elkaar, dus ik begrijp hun standpunt ook nog wel.”

Innovatie

Ondertussen zitten de ondernemers aan tafel niet stil. Van Asten:” Wij doen veel aan circulair onderhoud. Zo zoeken we naar een tweede leven voor de houten kozijnen, in plaats van het vervangen voor kunststof kozijnen.” Bij het zusterbedrijf van VDM Woningen, Timmerfabriek de Jong in Woudsend, laten ze het basiskozijn al zitten en zetten er nieuw glas in met een hogere isolatiewaarde. “Met name in monumentale gebouwen is dit een ideale oplossing.” En er is ook al glas verkrijgbaar waarin kleine zonnepanelen zijn verwerkt. Er zijn dus allerlei ontwikkelingen en volgens de Tafel is innovatie dan ook één van de sleutelwoorden naar de toekomst. “Wij zijn daar continu mee bezig”, geeft Tuinenga aan. “Want als je stopt met innoveren, dan stopt je bedrijf ook.” Volgens Berends zou het goed zijn als er wat meer druk op het verduurzamen wordt gelegd. “Druk zorgt ervoor dat je in beweging komt. En als opdrachtgever kun je ook druk organiseren. We zitten midden in een aanpassingsfase naar een nieuw niveau waar we met elkaar heen willen, dus aan de slag.”

“De kracht zit hem in het met elkaar op zoek gaan naar de beste oplossingen”, denkt Nico van Asten. “Ik pleit daarom voor samenwerking, in een keten, zoals we eerder ook al bespraken. Een uitdaging, maar als dat lukt, kunnen we echt slagen maken. Ik vind dat we nu teveel bij de waan van de dag leven en dat is niet altijd verstandig.” Berends wijst naar familiebedrijven waar veel bewuster naar keuzes voor de toekomst wordt gekeken. “Naast het primaire proces heeft een familiebedrijf altijd een takje aan de boom dat mag groeien.”

Van Asten zegt dat men in de woningbouwsector ook bewust met verduurzaming bezig is. “Corporaties begrijpen heel goed dat de huurlasten voor bewoners hoog zijn en dat ze via lagere energielasten veel geld kunnen besparen.” Volgens Hoeksma moeten eigenaren wel getriggerd worden. “Ik kom panden tegen waarin zoveel te doen valt, maar je moet het wel visueel maken voor de klant. Pas dan gaat hij inzien wat hij kan verdienen met duurzaamheid.”

Geen duurzaamheidskeurmerk

Voor een duurzaamheidskeurmerk voor gebouwen pleit de Tafel in elk geval niet. Volgens Tuinenga is dat nauwelijks te handhaven en heeft het dus geen zin. Van der Harst zegt dat er nu al teveel keurmerken zijn, waardoor mensen de weg allang kwijt zijn. “Ik kan het als specialist al bijna niet uitleggen, laat staan de burger. Nee, ik ben meer voor harmonisatie, waardoor er duidelijkheid kan ontstaan.” Berends pleit voor branchespecifieke labels. “In de zorg is men daar al mee bezig, juist omdat energie en bedrijfsprocessen elkaar beginnen te raken. De huurder gaat straks tot een bepaald label behoren en heeft hij een niet duurzame houding, dan gaan we op termijn wellicht andere keuzes maken. Dit heeft namelijk een rechtstreeks verband met de vastgoedwaarde, wat we dus zelf in de hand hebben.”

Tenslotte, de conclusie is gerechtvaardigd dat er nog heel veel moet gebeuren. En het laatste woord over de verduurzaming is ook nog lang niet gesproken. En een beetje druk is ook helemaal niet verkeerd. Immers, de meeste mensen zijn bereidwillig om maatregelen te nemen, maar ze hebben wel behoefte aan richting en praktische voorbeelden. Kortom, genoeg gepraat, er is werk aan de winkel.

De deelnemers:

René Tuinenga – Lodema Elektrotechniek – tuinenga@lodema.nl
Mario Berends – Habion – marioberends@planet.nl
Martijn van der Harst – Energie Inspectie Friesland – martijn@eif.frl
Jan van der Meer – VDM Woningen – j.vandermeer@vdmwoningen.nl
Nico Hoeksma – Makelaardij Hoekstra Vastgoedbeheer – n.hoeksma@hoekstravastgoedbeheer.nl
Marco Visser – Wits Vastgoedonderhoud – m.visser@wits.nl
Nico van Asten – Wits Vastgoedonderhoud – n.vanasten@wits.nl

Fotografie: Gerrit Boer

Tekst: Henk Poker

Onze partners