Gepubliceerd op 2 maart 2020

Een treinengek die anderen graag op het spoor van God brengt

Toen Maarten Pijnacker Hordijk net bij de Nederlandse Spoorwegen werkte en blij was te ontdekken dat zijn collega ook christen was, kon hij niet vermoeden wat daar allemaal uit voort zou komen. Lees het bijzondere verhaal van een man met een missie die zijn hele werkzame leven één hele duidelijke focus heeft: werkend christelijk Nederland bemoedigen en helpen om licht en zout te zijn op de werkvloer.

Een logische keuze

Maarten is eind 1953 geboren en, samen met een drie jaar jongere broer en een acht jaar jongere zus opgegroeid in een predikantengezin in Zevenaar. Hij gelooft al vanaf zijn vroege jeugd, maar in 1970 is hij als zestienjarige jongen echt tot bekering gekomen tijdens een Europese campagne van Billy Graham, die een week lang elke avond in de Westfalenhal in Dortmund voor dertienduizend mensen sprak. In dertien Duitse en tweeëntwintig andere Europese steden konden de bijeenkomsten in stadions via grote schermen gevolgd worden, wat voor die tijd heel spectaculair was. In Nederland volgden zo’n vijfendertigduizend mensen de bijeenkomsten in de Expohal in Hilversum.

Maarten: “Daarvoor deed ik er niet veel meer mee dan op zondag vanuit traditie naar de kerk gaan. Maar in de Expohal werd ik echt aangeraakt en ben ik tot een levend geloof gekomen. Ik zat toen op het Stedelijk Gymnasium Arnhem. Na het gymnasium studeerde ik Civiele Techniek aan de Technische Hogeschool (TH), de huidige Technische Universiteit (TU), in Delft, met Verkeerskunde als specialisatie.”

Hij studeerde in 1981 af op Openbaarvervoerkunde en Spoorwegbouwkunde. In datzelfde jaar had hij een open sollicitatie gedaan op de afdeling Dienstregelingontwikkeling bij de Nederlandse Spoorwegen. Dit was een logische keuze, gezien het feit dat hij van kinds af aan al gek is van treinen. De pastorie in Zevenaar lag aan het Stationsplein, recht tegenover het station. Als kind was Maarten daar vaak te vinden en op zolder had hij een modelspoorbaan van Märklin.

Ondanks het feit dat Maarten met gemak door de medische en psychologische keuringen kwam, werd hij toch niet aangenomen, omdat hij geen algemeen inzetbare manager was en er op dat moment sowieso een vacaturestop was.

Maarten: “Toen dacht ik echt: ‘Ok Heer, wat nu?’ Ik was inmiddels in 1978 getrouwd met Ria die ik in Zevenaar op catechisatie heb leren kennen. We woonden toen in een klein studentenflatje in Delft en Ria verdiende sinds ons trouwen de kost, omdat ik studeerde. Ze werkte in een ziekenhuis, maar dat was voor haar absoluut geen fijne tijd, omdat haar collega’s zich tegen haar afzetten vanwege haar christen-zijn. Zij wilde dus dolgraag stoppen en aan een gezin beginnen terwijl ik dan voor de inkomsten zou gaan zorgen.”

Totaal anders naar de werkelijkheid kijken

Ondertussen bleef Maarten solliciteren en om zich te verbreden is hij toen een studie bedrijfskunde gaan doen op de Interuniversitaire Interfaculteit Bedrijfskunde in Delft vanuit een samenwerkingsverband tussen de TH Delft en de Erasmus Universiteit. Het was een kopstudie, een studierichting die geen eigen vooropleiding heeft en gevolgd kan worden na het succesvol afronden van de kandidaatsopleiding van een willekeurige andere studierichting. Met een kopstudie kunnen HBO-diploma’s en master- en ingenieurstitels behaald worden. “Dat was een mooie tijd.”, aldus Maarten: “Er zaten neerlandici, psychologen, afgestudeerden in rechten en mensen die, net als ik de TH gevolgd hadden. Iedereen kreeg vrijstelling op zijn of haar eigen vakgebied en het was een bont gezelschap dat met elkaar allerlei projecten deed. Het ging er totaal anders aan toe dan op de TH. Ik noem altijd het volgende voorbeeld: zowel op de TH als op de Interfaculteit Bedrijfskunde kregen we het vak Statistiek. Maar waar we op de TH allerlei wiskundige formules en afleidingen moesten kennen, liet men ons op de Interfaculteit Bedrijfskunde zien dat er een statistisch verband is tussen de afname van het aantal geboorten en de afname van het aantal ooievaars in Nederland. En als je die twee statistieken naast elkaar legt, klopt dat. Maar er is natuurlijk geen causaal verband, want er is geen sprake van een oorzaak en gevolg. Beide afnames hebben niets met elkaar te maken. Maar omdat de ooievaar van oudsher verbonden is met de geboorte van een baby, gebruikten ze dit ter illustratie om duidelijk te maken dat je met getallen alles kunt bewijzen, maar dat je elkaar dan dus ook zand in de ogen kunt strooien. Voordat je zaken statistisch gaat onderzoeken met getallen, moet je dus eerst kijken of er een causaal verband aanwezig is, en niet andersom. Ik heb daar geleerd om totaal anders naar de werkelijkheid te kijken en dat is echt een eyeopener voor mij geweest.”

Dienstregelingontwikkeling

In 1985 had Maarten weer een afstudeerstage bij de NS. In datzelfde jaar studeerde hij af als doctorandus ingenieur en deed hij weer een open sollicitatie bij de NS waarbij hij aangaf dat hij graag bij Dienstregelingontwikkeling wilde werken. Tijdens het sollicitatiegesprek kreeg hij te horen dat hij daar inderdaad voor in aanmerking kwam, maar dat ze ook iemand nodig hadden voor de Afdeling Automatisering. Nederland stond toen qua automatisering nog in de kinderschoenen. De computers waren nog mega groot en heetten mainframes en pc’s waren er niet of nauwelijks. Hoewel Maarten in eerste instantie tegensputterde, werd hem te kennen gegeven dat ze hem toch écht graag op die afdeling wilde hebben en dat ze vertrouwen in hem hadden. Na er goed over nagedacht te hebben, heeft hij toch besloten om het te gaan doen en heeft hij daar drie jaar met heel veel plezier gewerkt.

Maarten: “Daarna had ik de mogelijkheid om me verder te ontwikkelen als informatieanalist, maar ik wilde nog steeds graag naar Dienstregelingontwikkeling. Ik heb daar in 1988 gesolliciteerd en ben er ook aangenomen. In die tijd was de NS nog ongedeeld en verzorgde ze van Roodeschool tot aan Schin op Geul zowel reizigers- als goederenvervoer. Ik heb daar echt een hele leuke tijd gehad.”

In 1996 ontstond er door de Europese regelgeving een splitsing bij NS, omdat er bepaald werd dat een spoorwegnet van een land, naast de nationale vervoerder, open moest staan voor private railvervoerders. Verder moest er een scheiding komen tussen de exploitatie van het spoor en het beheer en onderhoud van het spoorwegnet. De NS was een staatsbedrijf en is dat ook gebleven, maar een aantal delen van de werkzaamheden werden afgesplitst met als gevolg dat de spooraannemers en de ingenieursbureaus sindsdien zelfstandig onder eigen BV’s opereren. Datzelfde gold voor de infrastructuur waarvoor drie werkmaatschappijen, zogeheten taakorganisaties, werden gevormd, met dien verstande dat die wel onder de paraplu van de NS opereerden: Railned ging over de capaciteitsverdeling en de spoorwegveiligheid, Railinfrabeheer ging over het onderhoud van de infrastructuur en Railverkeersleiding zorgde ervoor dat het treinverkeer goed geleid werd.

Maarten kon kiezen: of bij de NS blijven of met één van de taakorganisaties meegaan. Hij heeft gekozen voor het laatste en was acht jaar werkzaam bij Railned, omdat de capaciteitsverdeling en de spoorwegveiligheid het dichtst in de buurt kwamen van de Dienstregelingontwikkeling. Hij bleef daar werken tot Railned in 2004 ophield te bestaan en met Railinfrabeheer en Railverkeersleiding samengevoegd werd tot ProRail BV.

Maarten werkt sinds die tijd bij ProRail, dat zich ontwikkeld heeft tot dé spoorinfra-manager van Nederland.

Een geestelijke werkelijkheid

Vlak na zijn bekering in 1970 maakte Maarten kennis met De Navigators, die ingehuurd waren door de Billy Graham Campagne om in de lokale situaties nazorg te plegen. Hij heeft toen deelgenomen aan de studiekringen die door deze stichting opgezet waren en nam daar voor het eerst heel bewust kennis van Bijbelteksten als 1 Korintiërs 10:13: U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan (NBG Vertaling). Dat hielp hem enorm, want het was hem al snel duidelijk geworden dat er een geestelijke werkelijkheid is waarin een strijd gaande is tussen God en satan.

“Weliswaar is de duivel op Golgotha overwonnen”, aldus Maarten: “maar wij hebben nog steeds last van de stuiptrekkingen die behoorlijk heftig kunnen zijn! En het is geen inbeelding, maar heel reëel. De studies bij De Navigators zijn me qua bemoedigende Bijbelteksten altijd bijgebleven en in verband met deze wetenschap heel waardevol voor mij.”

Toen hij bij de NS ging werken, bleek de collega met wie hij op één kamer kwam te zitten ook christen te zijn. Na diverse gesprekken over het geloof gevoerd te hebben, besloten ze samen met regelmaat in de pauze te gaan bidden. Ze baden voor collega’s en allerlei werk gerelateerde zaken. Al snel leerden ze andere christenen op het werk kennen, waardoor er een gebedsgroep ontstond. De redactie van het evangelische maandblad Uitdaging kreeg hier lucht van, waardoor er in dat blad een artikel aan gewijd werd. Dit leverde diverse positieve reacties en vragen op, wat ertoe leidde dat Maarten een paar artikelen schreef over de praktische kanten van het opstarten van een gebedsgroep op het werk. Tegelijkertijd ontdekte hij dat hij niet de eerste initiatiefnemer op dit gebied was en dat er her en der in het land al gebedsgroepen in bedrijven waren, die hij vervolgens allemaal in kaart heeft gebracht. Elk jaar groeide die lijst. Dat kwam door mond tot mond reclame en jaarlijkse publicaties in het blad Uitdaging.

Bedrijfsgebed.nl was geboren

Met het verstrijken der jaren was de gebedsgroep bij de Nederlandse Spoorwegen uitgegroeid tot een serieus netwerk dat veel meer behelsde dan alleen de NS: het Nederlands netwerk van christenen in de spoorwegbranche (NNCS), tegenwoordig RailHope Nederland Spoorchristenen, kortweg Spoorchristenen. Inmiddels had het internet haar intrede gedaan en kwam Maarten in contact met Mark van der Woude, die zelf een website had waarop hij van alles publiceerde qua geestelijke ontwikkelingen wereldwijd. Hij bood Maarten aan om de lijst met gebedsgroepen op die site te publiceren. Na een paar jaar wilde Mark zich meer specialiseren en heeft Maarten zijn eigen website opgericht. Bedrijfsgebed.nl was geboren.

Maarten: “Toen ging het écht in een stroomversnelling, want het aantal mensen met een eigen pc groeide en de website werd steeds vaker bezocht. Ik kreeg via de mail allerlei reacties en hulpvragen, omdat mensen op hun eigen werk ook een gebedsgroep wilden starten. Vervolgens ben ik de website gaan uitbouwen met inhoudelijke content. Toen ik daar mee bezig was, ontdekte ik dat er niet alleen bedrijfsgebedsgroepen zijn, maar naast Spoorchristenen ook diverse andere netwerken van professionals in allerlei beroepsgroepen. Bij deze groepen is het hoofddoel niet om samen te bidden, wat uiteraard wel gebeurt, maar ligt de nadruk op het geven van vorm en inhoud in hun eigen beroepsgroep op het gebied van christen-zijn. Bij de politie is dat uiteraard heel anders dan bij personeel in de gezondheidszorg, waar het weer heel anders is dan bij de mensen die bij het spoor werken. Elke beroepsgroep heeft zo zijn eigen bijzonderheden en problematiek. Ik ben toen al die netwerken ook gaan inventariseren. Dat is een lijst geworden van ruim honderd netwerken, verdeeld over zo’n veertig beroepsgroepen.”

Vierhonderdduizend werkende christenen

Vanuit Bedrijfsgebed.nl is ‘Christen-zijn op je werk’ ontstaan, maar dat heeft een voorgeschiedenis, ruimschoots voordat Bedrijfsgebed.nl bestond. Daarvoor gaan we eerst terug naar 1985. Toen Maarten definitief aangenomen was bij de NS en daardoor in Utrecht kwam te werken, besloot hij samen met Ria om naar die provincie te verhuizen. Ze maakten heel bewust een pragmatische keuze. Ze wilden in hun eigen woonplaats naar een ‘evangelisch achtige’ kerk kunnen en, omdat Maarten bij het spoor werkte, moest er een station in die plaats zijn. Verder wilden ze niet in de stad Utrecht wonen, maar wat landelijker. De keuze viel op Houten. Daar hebben ze een huis gekocht waarin ze nog steeds wonen en ze werden lid van de Evangelie Gemeente Houten (EGH) waar ze nog steeds lid van zijn. Ze hebben twee kinderen gekregen. Joanne is in 1988 geboren en Pieter-Jan in 1990.

“De Nederlands Gereformeerde Kerk van Houten was in die tijd behoorlijk in ontwikkeling”, aldus Maarten: “en heeft in 1998 aan de wieg gestaan van de Alpha-cursus in Nederland. Jan Bakker was toen directeur van Alpha-Nederland en ook woonachtig in Houten. Tot de mogelijkheden bij de Alpha-cursus behoorden Business Alpha, een cursus voor de top van het bedrijfsleven, en Alpha Op De Werkplek, bedoeld om samen met collega’s in de middagpauze of na afloop van het werk in het bedrijf een Alpha-cursus te volgen. Ik kwam op een gegeven moment met hem in contact en Jan en ik kregen het idee om in Nederland alle werknemers, die worstelen met hun christen-zijn op het werk, actief te benaderen met Alpha Op De Werkplek. Samen met mijn collega Eddy de Pender, oprichter van Stichting Geloven op Maandag, en Frans van Santen, de toenmalige directeur van Impact Netwerk, hebben we toen vanaf 2004 gedurende drie jaar, door het hele land, vier avonden per jaar georganiseerd met als thema ‘Christen-zijn op je werk’. We bereikten de mensen via internet, de mail en het blad Uitdaging. Na elke avond vroegen we de deelnemers om een kritische evaluatie met eventuele tips en in de schaal van één op tien werd het gemiddeld beoordeeld met een ruime acht.”

Hoewel de waardering goed was en de opkomst qua beroepsgroepen heel divers, was het bereik helaas niet al te groot. Per avond kwamen er gemiddeld dertig bezoekers. Op een beroepsbevolking van zo’n acht miljoen mensen, waarvan ongeveer vijf procent christen is, stelt dat niets voor. Daarom is er tijdens een evaluatie in 2006 besloten om te stoppen met de avonden. Maar in 2010 werd het toch weer nieuw leven ingeblazen door een idee van Jan Bakker. Alpha Nederland werkt ook samen met Marriage Course. Omdat Valentijnsdag dat jaar op een zondag viel, hadden ze bij Alpha bedacht om daar ‘Relatiezondag’ van te maken. Dat bleek een groot succes, want in heel veel kerken werd er die dag gepreekt over relaties. En dan niet alleen over die tussen man en vrouw, maar over allerlei relatievormen. Zo kreeg Jan Bakker het idee voor een ‘Christen-zijn op je werk Zondag’. De gedachte hierachter was dat de meesten van de vierhonderdduizend werkende christenen op zondag naar de kerk gaan. En één keer per jaar preken over ‘christen-zijn op je werk’ moet dan toch haalbaar zijn?

“Als wij licht en zout zijn, gaat Nederland er anders uitzien”

Maarten: “De zondag in november na Dankdag voor Gewas en Arbeid leek ons goed, omdat de herfstperiode qua opkomst gunstig is. In de zomer is de opkomst lager en rond de feestdagen is het lastig qua Kerstmis et cetera. Eddy had al eens de domeinnaam www.christenzijnopjewerk.nl gereserveerd, dus die konden we mooi gebruiken. En zo is ‘Christen-zijn op je werk’ ontstaan. Ik heb de website toen gevuld met allerlei content en vervolgens hebben we door het hele land kerken van verschillende stromingen uitgenodigd om de zondag na Dankdag dit thema in te voeren. Diverse gemeentes hebben dat opgepakt en het loopt nog steeds, maar het blijkt toch een taai thema te zijn, omdat er landelijk al behoorlijk wat themazondagen zijn. Toch blijf ik van mening dat ‘Christen-zijn op je werk’ voor de kerk de grootste blinde vlek én een van de grootste onbenutte potenties is voor Gods Koninkrijk in Nederland, omdat de doelgroep uit vierhonderdduizend mensen bestaat die overal zitten. Je hebt christenen die koffiejuffrouw zijn en je hebt christenen in de top van het bedrijfsleven, om maar even twee uitersten te schetsen. En de meeste mensen zien hun collega’s vaker dan de mensen die ze privé kennen. Als wij licht en zout zijn zoals de Bijbel het bedoeld heeft, gaat Nederland er anders uitzien. Maar het is helaas ook de minst gebruikte potentie en tachtig tot negentig procent van de christenen leeft in twee werelden. We hebben ons christelijke wereldje waarin we op zondag naar de kerk gaan en misschien doordeweeks nog meedoen in een huiskring of op een koor zitten of zoiets dergelijks en daarnaast hebben we ons werk. Maar er is geen enkele relatie tussen die twee. De meeste christenen zijn bang om zich op het werk kwetsbaar op te stellen en belachelijk gemaakt te worden vanwege hun geloof en hebben het er dus maar niet over.”

Hij benadrukt dat hij het heel goed begrijpt en het dus niet als een veroordeling bedoelt. Toch heeft Maarten goede hoop op positieve veranderingen. En volgens hem word je tegenwoordig op je werk niet zo snel meer belachelijk gemaakt vanwege je geloof. Hij ziet een jonge generatie die geen vooroordelen meer heeft over allerlei kerkelijk gedoe met bijbehorende schijnheiligheid. Daarbij is hij de eerste om toe te geven dat we die vooroordelen aan onszelf te danken hebben, omdat de kerk in het algemeen heel veel boter op het hoofd heeft en genoeg verkeerde dingen heeft gedaan. “Maar de jongeren hebben geen idee!”, aldus Maarten: “Wij denken nog ‘Laten we ons maar stil houden, want dan worden we niet belachelijk gemaakt’, terwijl de situatie de laatste jaren behoorlijk veranderd is en jongeren zoiets hebben van ‘Wat geloof je dan? Vertel!’ Ik heb ook een pamflet geschreven met de titel ‘Christen-zijn op je werk mag weer’. Als je er maar respectvol mee omgaat en niet gaat lopen drammen. Je zit op je werk om te werken en niet om te evangeliseren. Maar je bent wel wie je bent en mijn stelling is ‘Ze krijgen met mij mijn geloof er gratis bij’ en daar zullen ze het mee moeten doen.”

Hij mag ervan verzekerd zijn dat zijn werk voortgezet wordt

De laatste jaren stond Maarten er alleen voor met Bedrijfsgebed.nl en ‘Christen-zijn op je werk’, en was er niemand die aangaf het wel van hem over te willen nemen. Het besef groeide dat als hij er niet meer is, het als een kaartenhuis ineen zou storten. Zijn gebed werd “Heer, het is Uw zaak. Als U wilt dat dit standhoudt, moet U met een oplossing komen.” En toen kreeg hij in 2015 opeens een mail van Bert den Hertog, directeur van de christelijke stichting Encour.

Deze stichting heeft in Nederland SchuldHulpMaatje en JobHulpMaatje opgezet. De namen spreken voor zich. Met de eerste organisatie worden mensen geholpen om uit de schulden te komen en met de tweede om werk te vinden. Met beide organisaties worden zowel christenen als niet-christenen geholpen. De naam ‘Encour’ heeft een tweeledige betekenis. Het Franse woord voor ‘hart’ zit erin: ‘coeur’ en een afkorting van het Engelse woord voor ‘bemoedigen’: ‘encourage’. Stichting Encour houdt zich bezig met de Bijbelse visie op geld en werk en heeft  voor beide onderwerpen een programma ontwikkeld hoe je daar op Bijbelse gronden mee om zou moeten gaan.

Omdat Bert den Hertog duidelijke raakvlakken zag met Bedrijfsgebed.nl en ‘Christen-zijn op je werk’ stelde hij in de bewuste mail aan Maarten voor om samen te werken. Er was sprake van een wederzijdse klik, waardoor Maarten zich vervolgens heeft aangesloten bij Encour en zijn beide sites nu eigendom zijn van de stichting. In de praktijk is er niet veel veranderd, want hij behartigt zijn sites nog steeds zelf. Daarnaast zit Maarten in het bestuur van de stichting en is er regelmatig onderling overleg. Maar mocht hem nu iets overkomen, dan mag hij ervan verzekerd zijn dat zijn werk voortgezet wordt.

Sponsors zijn meer dan welkom

Maarten: “In 2016 zijn we in contact gekomen met Ruilof van Putten die toen bankdirecteur bij de ABN-Amro en onbezoldigd parttime predikant van de Sionskerk in Zwolle was. Ruilof heeft dezelfde visie als ik en geeft leiding aan het Centrum voor Geloof en Werk (CGW), een pioniersplek van de Protestantse Kerk in Nederland. Omdat we elkaar wilden helpen en versterken, is hij toen ook in het bestuur van Stichting Encour gekomen. Ruilof is in contact gekomen met The London Institute for Contemporary Christianity (LICC). Dat is een organisatie die heel goed bezig is met het thema christen-zijn op je werk. Ze vervullen een toonaangevende rol in Het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Australië, Nieuw-Zeeland, Canada en de Verenigde Staten, ofwel de Angelsaksische landen. Ze beschikken over uitstekend materiaal, waaronder een studieserie ‘Transforming Work’. Het CGW heeft officieel toestemming gekregen om daar een Nederlandse versie van te maken en is daar momenteel druk mee bezig. Dat wordt een achtdelige cursus over christen-zijn op je werk, ondersteund met video’s en een mobiele app. Het is een samenwerkingsverband tussen CGW, Stichting Opwekking en de Christelijke Hogeschool Ede. Uiteraard sluit ik me daarbij aan en speel er ook een bescheiden rol in. Het wordt gepresenteerd bij Opwekking en dit jaar dus ook op de markt gebracht.”

Bert, Ruilof en Maarten hebben verder de visie om een digitaal platform te ontwikkelen waarop alle initiatieven op het gebied van christen-zijn op je werk te vinden zijn; van welke organisatie dan ook. Omdat alles dan gebundeld is, hoeven de vierhonderdduizend werkende christenen via het ‘Platform geloof en werk’ maar één URL te onthouden waaronder alle tips en tricks te vinden zijn hoe je als christen licht en zout op je werk kunt zijn. In een agenda zullen alle evenementen op dit gebied te vinden zijn, men kan er artikelen lezen over christenen in de verschillende beroepsgroepen en via een goede zoekfunctie komt de bezoeker heel snel bij de juiste organisatie. “Het doel is om christelijk werkend Nederland hier zo goed mogelijk mee te dienen”, aldus Maarten: “en de uitdaging is om alle organisaties, die op dit terrein actief zijn, zover te krijgen dat ze hun content en diensten op dit platform gaan delen. Het zijn nu nog allemaal eilandjes die wij aan elkaar willen smeden, zodat we elkaar kunnen aanvullen en versterken.”

Omdat er financieel nogal wat komt kijken bij de vertaalslag van ‘Transforming Work’ en het te realiseren platform, zijn sponsors meer dan welkom. Daarvoor kun je contact opnemen met een van de drie heren wat uiteraard mogelijk is via de rode links in de tekst.

Tekst: Leo Singor

Onze partners