Gepubliceerd op 22 oktober 2020

Energietransitie vereist nu daadkracht

De energietransitie gaat veel werkgelegenheid opleveren, maar dan moeten we wel nú schakelen. Dat was een belangrijke conclusie van het rondetafelgesprek over energietransitie dat plaats vond bij Kiemt op het IKPW industrieterrein in Arnhem.

Jeroen Herremans is civic entrepeneur energy bij The Economic Board. De Board ziet als taak om meer gelden naar de regio te krijgen en structuurversterkend te werken voor de ondernemers op het gebied van energy. Als captain van het cluster energy zet hij zich in voor het door ontwikkelen en opschalen van een innovatief energiecluster in de regio. Hij is optimistisch over de toekomst maar is ook kritisch: “Energietransitie leidt feitelijk tot werkgelegenheid. Onderzoeken zijn daar ook naar. Maar het is geen automatisme. Het gaat erom de energietransitie tot economie te maken. Dan hebben we het over waardecreatie en werkgelegenheid. We moeten ervoor waken dat wij de gekke Henkie van Europa worden, door innovaties te ontwikkelen waar Duitsland vervolgens economie en werkgelegenheid van maakt.” Er wordt volgens Jeroen Herremans flink aan Nederlandse ondernemingen getrokken. Bekende bedrijven uit de regio zijn niet meer in Nederlandse handen en nieuwe energie startups krijgen aanbiedingen. Hoe realiseren we dat die werkgelegenheid hier blijft, vraag hij zich hardop af. Zijn antwoord: “Dat is een kwestie van keuzes maken in de regio. Waar willen we sterk in zijn?” Voor Jeroen Herremans ligt die keuze duidelijk bij energy en specifiek op het elektriciteitsnet als verbinder; energieopslag als flexibele buffer en slim en groen aandrijven. En er moet goed geïnventariseerd en op niveau gebracht worden. Hij geeft een voorbeeld: “Een partij met waterstoftechniek moet wél een afnemer hebben in de keten, die er toepassingen voor bussen of trucks van maakt. Als die er niet is en als anderen zeggen dat ze het wel willen afnemen als de productie naar hen toe verhuist, dan is het weg. Maar als we die eindassemblage hierheen kunnen trekken, dan hebben we meervoudige mbo- hbo werkgelegenheid en creëren we economie.”

Jeroen Herremans denkt dat het mogelijk is om werkgelegenheid van hoog tot laag vast te houden in de regio Arnhem: “Dat kan door bedrijven te laten excelleren en startups er omheen te creëren waardoor nog meer werkgelegenheid ontstaat. En we gezamenlijk bijdragen aan de mogelijkheid voor bedrijven om te kunnen opschalen.”

Waterstof

Luc Kikkert is directeur van Kiemt. Kiemt houdt zich bezig met de versnelling van de energietransitie. Energietransitie gaat volgens hem werkgelegenheid creëren, mits we nú schakelen. Anders gaat de werkgelegenheid elders naartoe: “We weten allemaal dat waterstof nog te duur is en niet groen genoeg; we zitten in een transitiefase. Maar in deze fase van onzekerheid moeten we schakelen en zorgen dat kennisontwikkeling en productie hier gaat plaats vinden. Op het moment dat de techniek bewezen is en loopt, zijn de kaarten verdeeld. Dan ligt het initiatief bij de regio’s die hun nek hebben uitgestoken en een infrastructuur hebben gecreëerd waarin dat mogelijk werd gemaakt.” De regio Arnhem heeft wat Luc Kikkert betreft op het gebied van waterstof een unieke positie als je kijkt naar kennisontwikkeling. Hij wijst op de aanwezige expertise op het IPKW-terrein. “Maar helaas zijn de bedrijven hier nooit groter geworden dan mkb. Nu liggen er wel kansen. Als je breder kijkt. Partijen uit Overijssel en Gelderland erbij betrekt die technologie voor handen hebben. We zitten nu in een fase waarin we 30 jaar geleden met de windenergie zaten, waarin kansen ontstaan. Nederland ontwikkelde mooie zonnepanelen, de productie doet China nu. Windenergie, wij het land van de molens, hebben de productie naar Denemarken en Duitsland laten verdwijnen. Laten we dat alsjeblieft op het gebied van waterstof niet doen! Nu kunnen we, met onderwijs, HAN, TU Delft, ondernemers en overheden, gemeenschappelijk stappen zetten. Het kan natuurlijk dat mensen die nu kritisch zijn op waterstof, gelijk krijgen. Het ergste dat ons kan overkomen is dat we ervan leren.”

Ruben Vlaander reageert vanuit zijn rol als directeur van het overheidsorgaan Omgevingsdienst Regio Arnhem. Dat overheidsorgaan verzorgt taken op het gebied van toezicht, vergunningverlening en handhaving voor elf gemeenten en de provincie Gelderland. Hij ziet dat de regio Arnhem duidelijk achter blijft ten opzichte van de regio Eindhoven. Terwijl Arnhem logistiek veel gunstiger ligt. Wat Eindhoven volgens hem wél heeft is een uitgekiende combinatie van werk, kennis, woningvoorraad en een mooie omgeving. Ruben Vlaander: “In een businessmodel, in een innovatief concept kan je niet wonen. Ik denk dat je veel meer moet toe gaan naar een masterplan voor deze regio. Daarin kun je enkele focussen bepalen, waaronder waterstof. De enige manier om te slagen is om met z’n allen een meerjarig contract af te sluiten, voor zeg 30 jaar, waaraan je je gaat committeren. Ik pleit voor samenwerking op elke laag. Dat betekent dat iedereen wat moet geven en wat moet nemen. De overheid is bepalend en beperkend met z’n regelgeving en kan daar dus een belangrijke rol in spelen, meedenken en adviseren. En daar zit onze kracht: we kennen de regelgeving, het beleid en de bedrijven.”

Onderwijs

Geen innovatie zonder gedegen kennis en geen kennis zonder gedegen onderwijsinstituten. Ruud Schuurman is innovatiemakelaar bij het Regionaal Centrum voor Technologie Gelderland, dat bedrijven met elkaar in contact brengt om innovatie te versnellen. De afgelopen jaren sprak hij honderden Gelderse ondernemers: “Wat hoor ik nou van die ondernemers? Dat ze enthousiast zijn over innovatie. Maar ze hebben wel mensen nodig die de techniek in gaan. Goed opgeleide mensen zijn essentieel voor een succesvolle innovatieve economie. Ondernemers willen dan ook dolgraag meer mensen enthousiast krijgen voor de technische beroepen. We hebben echt meer mensen in de techniek nodig.”

Christien Lokman is programmamanager Sustainable Energy & Environment (SEE) bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Ze vertelt dat het de bedoeling is om hogeschool breed onderwijs en onderzoek aan te passen aan de vraagstukken in het kader van het klimaatakkoord. Christien Lokman: “De vraag bij de bedrijven is vaak; hebben jullie nog handjes? Maar wij willen graag naar een veel duurzamere relatie waarbij bedrijven veel nauwer gaan samenwerken met onderwijsinstellingen. Veel dichter erop zitten. Kennis van technologie en apparatuur waar bedrijven mee werken, richting onderwijs brengen, zodat onderwijs goed aansluit bij de praktijk. Anderzijds kan het bedrijfsleven invloed krijgen op onderwijsprogramma’s. We zijn bezig met hybride leer-werkomgevingen. Dat is succesvol en willen we opschalen. Bedrijven kunnen daarin opdrachten neerleggen bij onze docenten, lectoren en studenten en gezamenlijk zo’n programma draaien. Dat is een winst voor het bedrijf als zich vragen voordoen waarover wij de kennis in huis hebben. Daarnaast hebben we speciale onderwijsprojecten voor bedrijven. Bijvoorbeeld trajecten voor havisten die niet zozeer zin hebben in een 4-jarige hbo-studie, maar wel een 2 jarig traject willen doen. Die zijn dan eerder klaargestoomd voor een baan bij zo’n bedrijf. Dat werkt en mijn pleidooi is dan ook voor een nog nauwere samenwerking tussen onderwijsinstelling en bedrijfsleven.”

Ruud Schuurman: “Ondernemers willen graag in een vroeg stadium bij plannen betrokken worden. Als je ze aan de voorkant erbij betrekt is de slagingskans vaak groter.”

Christien Lokman vertelt enthousiast over het op handen zijnde innovatielab Connectr: “Op het terrein van energie gaan we het HAN onderwijs en onderzoek en bedrijfsleven samenbrengen, maar ook de ROC’s en TU Delft. Als je een omgeving creëert met al die kennis, dan kan het gaan vliegen. Connectr krijgt dan een enorme aantrekkingskracht, ook op aankomende studenten waardoor er vast meer voor de techniek gaan kiezen.” Overigens wordt er in de hybride leer-werkomgevingen niet alleen aandacht besteedt aan techniek maar ook aan het sociaal-maatschappelijke en economische vraagstuk van de energietransitie. Het gaat om een multidisciplinaire benadering van de vraagstukken.

Experimenteerkracht

Albert Bloem heeft zijn eigen visie op arbeidsmarktbeleid. Hij is oprichter van Talent voor Transitie, dat de experimenteerkracht en onbevangenheid jonge mensen inzet voor innovatie en energietransitie. Net afgestudeerd, hebben ze nog geen last van bestaande paradigma’s. Niets staat voor ze vast, ze durven vragen te stellen. Dat werkt voor senioren versnellend en verfrissend. “Koppel de ontwikkelvraag van starters aan de hulpvraag van organisaties.

Daarmee krijgen we beweging in vast zittende processen”, stelt Albert Bloem. Hij toont zich kritisch op de huidige arbeidsmarktbenadering: “We hebben een systeem waarin dat via vacatureteksten gaat en daar ligt het probleem. We denken in modellen die we de afgelopen 100 jaar hebben opgebouwd. Met hele standaardprocedures. Als je op zoek gaat naar iemand die in je bedrijf en team past en continu blijft uitgaan van 5 jaar ervaring en werktuigbouw gestudeerd hebben, sluit je 90 procent van de markt af. Als je mensen wilt hebben in je bedrijf, en dat hebben wij bewezen met ruim 100 projecten in de afgelopen 3 jaar, gaat het erom, wat voor talent je precies nodig hebt, welke persoon past bij je innovatievraag, team en bedrijf. Daar ga je op matchen.” Albert Bloem vindt het belangrijk om bij de instromers in kaart te brengen wat ze beweegt. Dat gaat verder dan het blindelings zoeken van bijvoorbeeld een baan in de elektrotechniek omdat de instromer dat toevallig gestudeerd heeft: “Die instromer is op zoek naar impact en verandering in de maatschappij. Als het onderwijs daarop aansluit zetten we een grote stap. Koppel ze vervolgens aan duidelijke vragen van het bedrijfsleven, instellingen en overheden. Daarmee krijg je sterke zelfbewuste professionals. Iemand die bouwkunde studeerde, past misschien perfect op een vacature buiten zijn directe studieveld. Maar die mogelijkheid wordt niet bekeken. Die creativiteit hebben we niet. Maar daar pleit ik wel voor.”

Financiën

Jaya Sicco Smit is strateeg duurzaamheid bij woningbouwcorporatie Vivare. Ze ziet de corporaties als een belangrijke speler voor de energietransitie vanwege de massa. Daarbij vindt ze het belangrijk om het huurdersbelang nadrukkelijk erbij te betrekken: “Het gaat voor ons niet alleen over woningen CO₂-arm maken, maar ook over de betaalbaarheid voor de huurders. Mijn zorg is: moet die hele transitie voor elkaar gekregen worden door de groep mensen die het meest kwetsbaar zijn in de samenleving?”

Wat Jaya Sicco Smit betreft kan de energietransitie veel winnen door efficiëntere inrichting. Dat kan onder andere door het subsidie afhankelijk werken op de korrel te nemen: “Als woningcorporaties dragen wij veel geld af aan de rijksoverheid. En ondertussen kunnen we voor de verduurzaming van onze woningen subsidies krijgen. Op het moment dat wij onze woningen verduurzamen, mogen wij dat doorberekenen in de huur. Als wij dan vragen of dat wenselijk is, zegt de overheid: ‘ja, de huurders kunnen dat weer terug krijgen via huursubsidie’. Zo ben je met elkaar aan het geld rondpompen en je bent er heel erg druk mee. Durf dat te doorbreken, zou ik zeggen.”

De energietransitie in het sociale huursegment staat wat Jaya Sicco Smit betreft niet op zichzelf: “Als wij als corporatie gaan verduurzamen dan combineren we dat altijd met groot onderhoud. Dus als je een bedrag kwijt bent voor verduurzaming, moet je dat bedrag voor groot onderhoud ook hebben. Daar moet je de planning van je investeringen goed rekening mee houden.” Albert Dorland, is medeoprichter van ESCom.nu. Het bedrijf bevordert de energietransitie met een combinatie van technologie, kennis en innovatieve producten. Hij is goed thuis in de financiële problematiek en vertelt: “Vaak is voorfinanciering vereist bij bijvoorbeeld de aanschaf van een warmtepomp. Red je dat ja of nee? Wat mij betreft moet het rendement -meer dan nu gebeurtverdisconteerd worden. Een investering van een miljoen in een warmtepompinstallatie voor een wooncomplex is fors. Maar wij nemen de exploitatie voor 15 tot 20 jaar over en garanderen de bewoners vanaf dag 1 een lastenverlaging. Dit kan omdat wij overschakelen van gas naar elektra en duurzame opwek door middel van PVT waardoor we 80% energiebesparing realiseren. Nadien is de installatie van hen. Je moet dus omdenken van ‘wat kost een installatie in de aanschaf’ naar ‘wat kost die in de loop van de tijd’.” Albert Dorland ziet dat de energietransitie nog in de kinderschoenen staat, met alle onvolkomenheden van dien. Zo is hij in gesprek met een warmtepomp leverancier die 3 jaar garantie geeft op een pomp die 15 jaar probleemloos mee zou kunnen. “Maar ik moet 15 jaar warmte exploiteren. Dus ik ben nu met datbedrijf in onderhandeling voor 15 jaar garantie.” Robbie Bouwmeister is aangeschoven als manager particulieren en private banking bij Rabobank Arnhem en omstreken. Hij heeft duurzaamheid in de portefeuille en vertelt dat dit een vast thema is bij hypotheekgesprekken. “Als Rabobank hebben we een aantal maatschappelijke thema’s waarmee we iets in de regio willen bewerkstelligen. Duurzaamheid is daar één van. Als we in dit tempo door gaan, dan gaan we de klimaatdoelstellingen voor 2050 niet realiseren met z’n allen. Er is veel meer nodig. Het valt ons op dat verduurzaming bijvoorbeeld nog heel gefragmenteerd plaats vindt in de wijken. Een zonnepaneel hier, een warmtepomp daar. Naar ons idee moeten we nu opschalend kijken hoe we wijken kunnen gaan aanpakken. Daartoe zijn we met meerdere banken in overleg. Er zijn meer partijen bij nodig.
Robbie Bouwmeister denkt dat het ook goed is als de bank onderzoekt hoe financieringsmogelijkheden voor groene projecten verruimd kunnen worden. De gesprekspartners zijn het er over eens dat samenwerking tussen partijen op het gebied van energietransitie moet worden versterkt. Het woord ‘samen’ valt regelmatig. Het huidige moment wordt gezien als een tipping point. Zowel in de techniek, als in samenwerking en communicatie is vernieuwend denken en handelen noodzakelijk voor het welslagen van de energietransitie, waarbij deze samenwerkende partners in de regio een belangrijke rol kunnen pakken.