De wetwijziging: salderen stopt ook voor zakelijke kleinverbruikers

Per 1 januari 2027 stopt in Nederland definitief de salderingsregeling voor alle kleinverbruikersaansluitingen tot en met 3 × 80 ampère. Dit betreft een groot deel van het mkb, waaronder kantoren, winkels, horecabedrijven en kleine productiebedrijven met zonnepanelen.

Tot en met 2026 kunnen ondernemers opgewekte elektriciteit nog wegstrepen tegen de stroom die zij van het net afnemen. Vanaf 2027 vervalt dit volledig. De energierekening wordt dan opgebouwd uit twee gescheiden stromen: de elektriciteit die een bedrijf inkoopt en de elektriciteit die het teruglevert.

Voor teruggeleverde stroom ontvangen ondernemers alleen nog een vergoeding van hun leverancier. Wettelijk is vastgelegd dat deze vergoeding tot en met 2029 minimaal 50 procent van het kale leveringstarief moet bedragen. Daarna mogen leveranciers deze zelf bepalen.

Wat teruglevering zakelijk betekent na 2027

Na het stoppen van salderen verschuift de economische waarde van zonnepanelen duidelijk. Niet langer staat maximale productie centraal, maar maximaal eigen gebruik.

Stroom die direct binnen het bedrijf wordt gebruikt, vervangt volledig de inkoop van elektriciteit en levert daarmee de hoogste besparing op. Elektriciteit die wordt teruggeleverd aan het net vertegenwoordigt slechts een gedeeltelijke waarde.

Dit maakt energiebeheer binnen ondernemingen een strategisch onderdeel van de bedrijfsvoering, vergelijkbaar met kostenbeheersing in andere bedrijfsprocessen.

Terugleverkosten: een bestaande zakelijke realiteit

Veel ondernemers met zonnepanelen betalen momenteel al terugleverkosten. Dit zijn kosten die energieleveranciers in rekening brengen vanwege de structurele lasten die samenhangen met teruglevering.

Deze lasten bestaan onder meer uit kosten voor balanshandhaving op de elektriciteitsmarkt, systeemkosten en risico’s die ontstaan doordat zonnestroom niet continu voorspelbaar is.

De Autoriteit Consument & Markt heeft vastgesteld dat energieleveranciers dergelijke kosten mogen rekenen, mits deze transparant en redelijk zijn.

Hoe zakelijke terugleverkosten worden berekend

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, worden terugleverkosten niet altijd gebaseerd op het exacte aantal teruggeleverde kilowatturen per maand.

Zakelijke energieleveranciers hanteren in de praktijk twee hoofdmethoden.

De eerste methode is een staffelsysteem. Hierbij wordt vooraf een schatting gemaakt van de jaarlijkse teruglevercapaciteit van een installatie. Deze schatting is doorgaans gebaseerd op het totale piekvermogen van de zonnepaneleninstallatie, historische terugleverdata en gemiddelde opbrengstverwachtingen.

Op basis hiervan wordt een onderneming ingedeeld in een categorie met een vast maandbedrag voor terugleverkosten.

De tweede methode is een variabel model waarbij een tarief per daadwerkelijk teruggeleverde kilowattuur wordt gerekend.

Welke methode wordt toegepast, is contractueel vastgelegd en verschilt per leverancier en per type zakelijke energieovereenkomst.

Waarom leveranciers niet uitsluitend met werkelijke maanddata werken

De keuze voor vaste staffels hangt samen met de aard van de kosten die leveranciers maken. Deze kosten zijn niet alleen afhankelijk van de werkelijk teruggeleverde hoeveelheid elektriciteit, maar ook van het potentiële vermogen van een installatie om stroom terug te leveren.

Een grotere installatie veroorzaakt namelijk structureel hogere systeemkosten, ongeacht de exacte maandelijkse productie. Daarom wordt bij veel zakelijke contracten gekeken naar de installatiecapaciteit in plaats van uitsluitend naar de gerealiseerde teruglevering.

Direct eigen verbruik valt buiten terugleverkosten

Een essentieel juridisch onderscheid is dat terugleverkosten uitsluitend betrekking mogen hebben op elektriciteit die daadwerkelijk aan het openbare net wordt geleverd.

Stroom die een onderneming direct zelf gebruikt, bijvoorbeeld voor bedrijfsprocessen, kantoorapparatuur, koeling of laadinfra, wordt niet teruggeleverd en kan daarom niet onder terugleverkosten vallen.

In de praktijk wordt direct eigen verbruik achteraf berekend als het verschil tussen de totale productie van de zonnepaneleninstallatie en de hoeveelheid elektriciteit die via de terugleverteller op de netmeter wordt geregistreerd.

Hoe de zakelijke energierekening wordt vastgesteld

Zakelijke energiecontracten werken doorgaans met maandelijkse voorschotten. Deze worden gebaseerd op een inschatting van het jaarlijkse verbruik en de verwachte teruglevering.

De slimme meter registreert uitsluitend twee gegevens: de elektriciteit die van het net wordt afgenomen en de elektriciteit die aan het net wordt teruggeleverd. De totale opwek van een zonnepaneleninstallatie wordt gemeten via de omvormer.

Op de jaarlijkse eindafrekening worden de werkelijke meterstanden verrekend met de betaalde voorschotten.

Strategische gevolgen voor ondernemers

De combinatie van het einde van salderen, bestaande terugleverkosten en toenemende netcongestie verandert de rol van energie binnen ondernemingen fundamenteel.

Voor bedrijven met zonnepanelen verschuift de focus naar het verhogen van direct eigen gebruik, het spreiden van energieverbruik over de dag en het verminderen van afhankelijkheid van teruglevering.

Steeds vaker wordt energiebeheer daarmee een integraal onderdeel van financiële planning, investeringsbeslissingen en operationele bedrijfsvoering binnen het mkb.