De economische omstandigheden blijven ook in 2026 onzeker. Stijgende kosten, hogere rente, geopolitieke spanningen en een aanhoudende druk op marges zorgen ervoor dat zowel ondernemers als particulieren vaker te maken krijgen met betalingsproblemen. In die context komt de vraag naar voren welke mogelijkheden de wet biedt wanneer belastingschulden niet langer kunnen worden voldaan. De Nederlandse invorderingsregels kennen inderdaad instrumenten om belastingplichtigen in uitzonderlijke situaties tegemoet te komen, waaronder het geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van belastingschulden. Die mogelijkheden zijn echter strikt gereguleerd en vragen om een zorgvuldige onderbouwing.
De juridische basis voor kwijtschelding is te vinden in de Algemene wet bestuursrecht en de Invorderingswet 1990. Deze wetten geven de Belastingdienst de bevoegdheid om af te zien van (verdere) invordering wanneer invordering zou leiden tot onevenredig zware gevolgen voor de belastingplichtige. De praktische uitwerking daarvan is vastgelegd in uitvoeringsregelingen en beleidsbesluiten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen particulieren en ondernemers, waarbij voor ondernemers een beduidend strenger toetsingskader geldt.
Diverse mogelijkheden
Voor particulieren is kwijtschelding van belastingschulden in 2026 nog steeds mogelijk voor verschillende belastingsoorten, waaronder inkomstenbelasting, loonbelasting, erfbelasting en schenkbelasting. De beoordeling richt zich primair op de betalingscapaciteit en het aanwezige vermogen. Daarbij kijkt de Belastingdienst naar het netto besteedbare inkomen in verhouding tot de noodzakelijke kosten van bestaan, maar ook naar spaargeld, bezittingen en eventuele overwaarde. Alleen wanneer structureel blijkt dat de belastingschuld niet kan worden voldaan, komt kwijtschelding in beeld. Is aannemelijk dat de financiële situatie binnen afzienbare tijd verbetert, bijvoorbeeld door een inkomensstijging, verkoop van vermogen of een te verwachten belastingteruggaaf, dan wordt een verzoek doorgaans afgewezen.
Voor ondernemers ligt de lat hoger. Kwijtschelding van belastingschulden is in beginsel alleen mogelijk in uitzonderlijke situaties en vrijwel altijd gekoppeld aan een bredere schuldenregeling. De gedachte daarachter is dat de Belastingdienst geen preferente positie mag opgeven zonder dat ook andere schuldeisers een bijdrage leveren. In de praktijk betekent dit dat kwijtschelding vaak pas aan de orde is bij een akkoord met alle schuldeisers, waarbij de Wet Homologatie Onderhands Akkoord een steeds belangrijkere rol speelt. Binnen een WHOA-traject kan ook de Belastingdienst worden gebonden aan een akkoord, mits aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. Zo moet het aangeboden percentage aan de Belastingdienst ten minste het dubbele bedragen van wat concurrente schuldeisers ontvangen, en moet het akkoord aantoonbaar beter zijn dan een faillissementsscenario.
Onderbouwing
Het indienen van een verzoek om kwijtschelding vereist in alle gevallen een schriftelijke en goed onderbouwde aanvraag. Daarbij is transparantie essentieel. De Belastingdienst verwacht een volledig overzicht van inkomsten, uitgaven, vermogen en schulden, evenals een realistische inschatting van de toekomstige financiële situatie. Gedurende de behandeling van het verzoek wordt de invordering doorgaans opgeschort, wat tijdelijke rust kan geven. Die opschorting betekent echter niet dat het verzoek automatisch wordt toegewezen; het is nadrukkelijk een voorlopige maatregel.
Een belangrijk aandachtspunt in 2026 is de rechtsbescherming bij afwijzing van een kwijtscheldingsverzoek. Tot op heden gold dat tegen een afwijzing alleen administratief beroep openstond, wat in de praktijk beperkte mogelijkheden bood. De wetgever heeft aangekondigd dat deze administratieve beroepsprocedure vanaf 2027 zal worden vervangen door een formele bezwaarprocedure. Dat betekent dat belastingplichtigen bij een afwijzing eerst bezwaar kunnen maken bij de Belastingdienst en daarna, indien nodig, beroep kunnen instellen bij de fiscale rechter. Deze wijziging versterkt de rechtspositie van belastingplichtigen aanzienlijk en zal naar verwachting ook invloed hebben op de zorgvuldigheid waarmee verzoeken worden beoordeeld.
Maatwerk
Hoewel kwijtschelding in 2026 dus nog steeds mogelijk is, blijft het een ultimum remedium. De Belastingdienst kijkt kritisch naar de inspanningen die een belastingplichtige zelf heeft geleverd om tot betaling te komen, zoals het aanvragen van betalingsregelingen, het beperken van uitgaven of het benutten van vermogen. Tegelijkertijd is er ruimte voor maatwerk wanneer duidelijk wordt dat invordering geen realistisch perspectief biedt en alleen leidt tot verdere problematiek.
Voor ondernemers en particulieren die structureel in zwaar weer verkeren, is het daarom verstandig om tijdig advies in te winnen. Niet elk dossier leent zich voor kwijtschelding, maar in de juiste omstandigheden kan het een reële weg zijn naar een nieuwe financiële start. In 2026 geldt daarbij meer dan ooit dat een goed onderbouwd verzoek, met oog voor zowel de huidige situatie als de toekomstige verwachtingen, het verschil kan maken tussen afwijzing en daadwerkelijke verlichting van de schuldenlast.
Geschreven door Barry de Vent fiscaal content specialist bij Nextens fiscale software.
Reacties op dit artikel
Reactie plaatsen? Log in met uw account.