In een schildersbedrijf zijn het vaak niet de grote projecten die chaos veroorzaken, maar juist de kleine klussen. Even een deur aflakken, een wand sausen, een kozijn bijwerken… drie adressen op één dag, tussendoor een telefoontje, en een klant die vraagt of je “dat randje ook nog” meepakt. Als je dan niet strak vastlegt wat er is gedaan, ben je later tijd kwijt aan zoeken, bellen en gokken.
Daarom zijn werkbonnen zo handig: niet als administratief ritueel, maar als praktische dagsturing. Je legt vast wie waar was, wat er is gedaan, hoeveel tijd erin zat en welke materialen zijn gebruikt.
Zeker als je veel onderweg bent, helpt een aanpak met werkbonnen voor schilders die veel onderweg zijn. Zo sluiten de uitvoering en de afronding netjes op elkaar aan.
Waarom werkbonnen bij afwisseling het verschil maken
Bij kleine klussen zit je winst in snelheid en duidelijkheid. Het gaat vaak mis op dezelfde punten:
- Overdracht: een collega springt bij, maar noteert niet precies wat hij heeft gedaan
- Meerwerk: een extra onderdeel wordt uitgevoerd, maar verdwijnt “tussen de regels”
- Kleinverbruik: tape, folie, kit en rollers tellen op, maar belanden niet altijd op de eindafrekening
- Tijdverlies: wachten op toegang, extra schuren door een tegenvallende ondergrond, terugrijden voor één detail
Werkbonnen pakken die ruis aan, omdat je het op het moment zelf vastlegt.
Checklist: wat zet je op een goede werkbon bij schilders
Hou het kort en vooral bruikbaar. Deze punten zijn meestal genoeg:
- Klant + adres (eventueel: ruimte/onderdeel, zoals “kozijnen achterzijde”)
- Datum + medewerker(s) (wie was er, ook bij kort bijspringen)
- Werkzaamheden in werkwoorden: geschuurd, gegrond, gekit, afgelakt
- Kleur/afwerking: RAL/naam + glansgraad (mat/zijdeglans/hoogglans)
- Uren (incl. reistijd of wachttijd als dat afgesproken is)
- Materialen (verfsoort + opvallend verbruik of extra’s)
- Meerwerk/afwijking: wat kwam erbij en waarom
- Status: klaar / vervolg nodig / droogtijd / aandachtspunt
Meerwerk vastleggen zonder discussie
Meerwerk is in schilderwerk vaak geen “extra luxe”, maar een gevolg van wat je aantreft: loszittende lagen, extra schuurwerk, houtrot, scheuren, kitnaden die alsnog moeten. Als je dat niet noteert, krijg je achteraf discussies of lever je marge in.
Een simpele regel op de werkbon helpt al: “Extra schuren i.v.m. slechte hechting oude laag (+45 min)” of “Kitnaden vernieuwd op verzoek klant (+materiaal)”. Kort, feitelijk, en je kunt er later altijd op terugvallen.
Wil je dit proces nog strakker maken, dan helpt het om te werken met een digitale werkbon voor de kleine klus, zodat je het direct op locatie vastlegt en niet later hoeft te reconstrueren.
Zo maak je werkbonnen een routine (in 3 stappen)
- Voor vertrek: zet adres, klusomschrijving en kleurinfo alvast klaar.
- Op locatie: noteer direct afwijkingen en extra materiaal/uren (niet pas ’s avonds).
- Bij afronding: 1 opleverregel + wat er eventueel openstaat, zodat je meteen kunt afronden.
Digitaal werken op locatie: wanneer loont het?
Als je meerdere klussen per dag draait, is “later invullen” vaak de bron van fouten. Een digitale werkbon die je op de klus bijwerkt, voorkomt dat briefjes zoekraken en dat details vervagen. Je houdt het praktisch: invullen, afronden, en door.
Wil je zien hoe zo’n aanpak eruitziet als het echt is ingericht op schilders en kleine klussen? Bekijk dan deze uitleg over werkbonnen en hoe je ze eenvoudig bijhoudt en beoordeel of het past bij jouw manier van werken.
Kortom: werkbonnen geven je rust, niet omdat je “meer admin” doet, maar omdat je minder hoeft te herstellen. En bij kleine klussen is dat precies waar je je tijd én je marge terugwint.
Reacties op dit artikel
Reactie plaatsen? Log in met uw account.