De positie van zzp’ers staat opnieuw hoog op de politieke en economische agenda. De Nederlandse overheid probeert al jaren duidelijker onderscheid te maken tussen echte zelfstandigen en mensen die feitelijk in loondienst werken, maar als zelfstandige worden ingehuurd. Dat fenomeen staat bekend als schijnzelfstandigheid.

In dat debat duikt steeds vaker een opvallend bedrag op: ongeveer €38 per uur. Dit bedrag wordt in discussies rond nieuwe regelgeving, handhaving en arbeidsmarktbeleid steeds vaker genoemd als een indicatie van een mogelijk te laag tarief voor zelfstandig werk.

Hoewel het geen officieel wettelijk minimumtarief is, gebruiken beleidsmakers, vakbonden en sommige opdrachtgevers dit soort bedragen als signaalwaarde. Werkt een zzp’er structureel onder dat niveau, dan kan dat vragen oproepen over de vraag of er wel sprake is van echte zelfstandigheid.

Voor ondernemers die met zzp’ers werken, kan dat dus gevolgen hebben.

Het probleem van schijnzelfstandigheid

De kern van de discussie draait om schijnzelfstandigheid. Daarbij werkt iemand officieel als zelfstandige, maar lijkt de werkrelatie sterk op een normale arbeidsovereenkomst.

Kenmerken daarvan kunnen zijn dat de persoon voor één opdrachtgever werkt, weinig vrijheid heeft in werktijden of werkwijze en feitelijk onderdeel is van de organisatie. In zulke situaties vindt de overheid dat er eigenlijk sprake is van een werknemer.

Als dat achteraf wordt vastgesteld, kan dat grote financiële gevolgen hebben. Opdrachtgevers kunnen alsnog loonbelasting, premies en soms boetes moeten betalen.

Daarom proberen beleidsmakers duidelijke signalen te formuleren waarmee mogelijke schijnconstructies eerder zichtbaar worden.

Waarom een laag uurtarief een waarschuwingssignaal kan zijn

Een zelfstandig ondernemer moet in principe zijn eigen kosten, verzekeringen, pensioenopbouw en risico’s kunnen dragen. Wanneer een uurtarief erg laag ligt, wordt het economisch steeds moeilijker om dat als echte zelfstandige te doen.

Denk bijvoorbeeld aan kosten voor:

  • verzekeringen
  • pensioenopbouw
  • administratie
  • belasting
  • periodes zonder opdrachten

Wanneer een zzp’er bijvoorbeeld €20 of €25 per uur verdient, is het vaak nauwelijks mogelijk om al die kosten te dekken. Dat is precies waarom beleidsmakers lage tarieven zien als een mogelijk signaal dat iemand feitelijk geen echte zelfstandige positie heeft.

Het bedrag rond €38 per uur wordt daarom in verschillende analyses genoemd als een soort ondergrens waarbij het financieel realistischer wordt om als zelfstandige te opereren.

Nogmaals: het is geen wettelijk minimumtarief, maar wel een indicatie die steeds vaker terugkomt in discussies over nieuwe regelgeving.

De nieuwe regels rond zzp en handhaving

Vanaf de komende jaren wil de overheid strenger handhaven op schijnzelfstandigheid. Daarbij kijken instanties zoals de Belastingdienst niet alleen naar contracten, maar vooral naar hoe iemand daadwerkelijk werkt.

Belangrijke vragen zijn bijvoorbeeld:

  • Is de zzp’er vrij om eigen opdrachten aan te nemen?
  • Werkt hij of zij voor meerdere opdrachtgevers?
  • Is er ondernemersrisico?
  • Wordt er zelfstandig gewerkt of onder directe aansturing?

Een zeer laag uurtarief kan in zo’n beoordeling een extra signaal zijn dat de werkrelatie mogelijk niet klopt.

Voor opdrachtgevers betekent dat dat het inhuren van goedkope zzp’ers op termijn juist risico’s kan opleveren.

Waarom ondernemers hier nu alert op moeten zijn

Voor veel mkb-bedrijven zijn zzp’ers een belangrijke manier om flexibel personeel in te zetten. Zeker in sectoren zoals bouw, zorg, ICT, marketing en logistiek wordt veel met zelfstandigen gewerkt.

Juist daarom kan de discussie over tarieven en schijnzelfstandigheid impact hebben op ondernemers.

Wanneer een organisatie bijvoorbeeld structureel werkt met zzp’ers tegen zeer lage tarieven en deze personen eigenlijk functioneren als werknemers, kan dat later problemen opleveren bij controles.

Dat kan leiden tot:

  • naheffingen van loonbelasting
  • premies voor sociale verzekeringen
  • correcties in de administratie
  • juridische discussies over arbeidsrelaties

Veel bedrijven kijken daarom opnieuw kritisch naar hun zzp-constructies.

Wat ondernemers praktisch kunnen doen

Ondernemers hoeven niet meteen te stoppen met het inhuren van zzp’ers. Flexibele samenwerking blijft in veel sectoren noodzakelijk.

Wel is het verstandig om een aantal zaken goed te controleren.

Ten eerste is het belangrijk dat een zelfstandige ook daadwerkelijk zelfstandig opereert. Dat betekent dat iemand bijvoorbeeld meerdere opdrachtgevers heeft en eigen keuzes kan maken in de uitvoering van het werk.

Daarnaast kijken steeds meer bedrijven kritisch naar tarieven. Niet alleen omdat lage tarieven mogelijk risico’s opleveren, maar ook omdat een realistischer tarief vaak beter past bij een professionele samenwerking.

Ook contracten worden vaker opnieuw bekeken. Steeds meer organisaties leggen duidelijk vast dat een zzp’er zelfstandig werkt, zelf verantwoordelijk is voor de uitvoering en ondernemersrisico draagt.

De arbeidsmarkt verandert snel

De discussie over het uurtarief van zzp’ers laat vooral zien hoe snel de arbeidsmarkt verandert. Het aantal zelfstandigen in Nederland is de afgelopen jaren sterk gegroeid en daarmee ook de complexiteit van de regels.

Tegelijkertijd willen overheid en politiek voorkomen dat mensen als zelfstandige werken terwijl ze feitelijk werknemer zijn.

Daarom zal de komende jaren waarschijnlijk meer duidelijkheid ontstaan over tarieven, zelfstandigheid en handhaving.

Voor ondernemers betekent dit vooral één ding: het wordt steeds belangrijker om goed na te denken over hoe je met zzp’ers samenwerkt.

Een laag uurtarief lijkt soms aantrekkelijk, maar kan uiteindelijk juist meer risico opleveren dan verwacht.