Gepubliceerd op 10 januari 2020

Waar geen rook is, is ook geen vuur

Branden kunnen onbeheersbaar worden en dan monumentale schade aanrichten. Zelfs in deze tijd van high tech brandbeveiliging is dat nog mogelijk, zoals vorig jaar bewezen werd met de verwoesting van de Notre Dame kathedraal van Parijs. Eén brandende peuk zou de oorzaak zijn geweest. Eén brandwacht had kunnen voorkomen dat zo’n miniem brandje tot zoiets catastrofaals was uitgegroeid.

Aan het begin van het industriële tijdperk was vuur een veel groter probleem. Soms brandde er zelfs een complete binnenstad bij af. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 1871 toen het centrum van Chicago in de as werd gelegd. We denken dat zo’n vuurzee het gevolg is van een andere ramp, zoals de grote brand in het stadshart van Rotterdam van 14 mei 1940 veroorzaakt werd door het Duitse bombardement, maar in Chicago groeide de catastrofe uit enkele kleine ‘fikkies’. Bijna elke bosbrand is het trieste resultaat van een achteloos weggeworpen smeulende sigaret, de meeste branden in een magazijn zijn het gevolg van kortsluiting en veel kantoorpanden zouden nooit zijn ontstaan als de prullenbak tijdig was geleegd. Een ongeluk schuilt al in een klein hoekje, maar het hoekje waarin de brandhaard ontstaat is vaak nog veel kleiner.

Mens én machine

Nu we beschikken over camera’s, rookmelders en sprinklers zouden we eigenlijk in staat moeten zijn elke brand in de kiem te smoren. Geen beter oog, geen scherper neus dan de elektronische variant, nietwaar? Maar als de techniek inderdaad zo almachtig was, zou het beroep van brandweerman inmiddels even toekomstbestendig zijn als dat van loketbediende en geldteller in een bank. Het feit dat brandweerlieden vaak de helden van vandaag zijn, bewijst dat we met techniek alleen de branden niet meester kunnen worden. Mens en machine moeten hierbij samenwerken. Voor het bestrijden van een bosbrand is het blusvliegtuig noodzakelijk maar evengoed de brandweerman die met zijn bijl een vuurgang hakt.

Bouwplaatsen

Wat voor het blussen opgaat, geldt ook voor het voorkomen. De menselijke brandwacht ziet en meldt gevaarlijke situaties omdat hij vooruit kan denken, omdat hij getraind is en ervaren, ook situaties waar een apparaat nog niet op reageert. Er moet immers eerst rook zijn eer er vuur is. De brandwacht ziet het voor zijn geestesoog al fikken en grijpt dus pro-actief in. Brandwachten worden niet alleen ingezet om te voorkomen dat een reeds geblust vuur weer oplaait, maar ook om gebouwen en bouwplaatsen brandvrij te houden. Brandbeveiligingsinstallaties moeten worden onderhouden en dus tijdelijk stilgelegd. Dan is de inzet van een brandwacht aan te bevelen. Op een bouwwerf is de brandbeveiliging vaak nog niet op punt. Ook dan is het verstandig een brandwacht in te zetten. Dat werk is te belangrijk om over te laten aan eigen personeelsleden of andere ongetrainde krachten. Aangezien het per definitie om een tijdelijke inzet gaat, buiten de reguliere werkuren, is het huren van een professionele brandwacht zowel de beste als de meest betaalbare optie.

De gevolgen van een bedrijfspand kunnen desastreus zijn. Los van het menselijk leed is er de bedreiging van de bedrijfscontinuïteit. Hoe goed ze ook verzekerd zijn, een belangrijk deel van de getroffen bedrijven gaat na het blussen en uitkeren toch failliet. Reden te meer een brandwacht in te huren. Hij haalt het ongeluk ook uit het allerkleinste en meest onzichtbare hoekje.

Voor meer informatie, ga naar: www.brandwachthuren.nl

Tekst: Jeroen Kuypers