Gepubliceerd op 2 april 2020

Levensloop bestendig bouwen actueler dan ooit

Nu de zorgvraag in de maatschappij snel toeneemt, is nadenken over levensloop bestendig bouwen actueler dan ooit. Woningbouwcorporaties, gemeenten, zorginstellingen en bouwbedrijven nemen de handschoen op. Elf deskundigen gingen erover in gesprek bij woningcorporatie Vivare in Arnhem. “We kunnen het ons niet veroorloven dat over twintig jaar gezegd wordt dat we hebben zitten slapen.”

Levensloop bestendig bouwen is niet eenduidig te definiëren. Het kan gaan om woningaanpassingen die het mogelijk maken om langer zelfstandig te wonen. Het kan ook gaan over slimme oplossingen om wonen en zorg in wijken te integreren. Het betekent ook: doorstroom mogelijk maken, zodat bijvoorbeeld mensen die slecht ter been zijn naar een gelijkvloerse woning kunnen. ‘Stenen’ en zorg komen bij elkaar op dit thema.

Vereenzaming

Levensloop bestendig bouwen spreekt niet vanzelf voor Rob Withaar, commercieel directeur bij Talen Vastgoedonderhoud: “Ik vraag me af of vereenzaming niet juist in de hand gewerkt wordt, als mensen alsmaar op dezelfde plek blijven wonen. De populatie in wijken veroudert daardoor; er is geen aanwas van jonge gezinnen. Ouderen sluiten zich op in hun woning omdat publieke ruimtes, waar ze hun kopje koffie drinken, gesloten worden vanwege lagere subsidies. Door het toewijzingsbeleid van de overheid loop je dus het gevaar dat je de kracht uit de wijk weg haalt en sociaal zwakkeren over blijven. Dat is een probleem. Daar moeten we een gesprek over voeren. Ik zou er graag constructief over willen praten. We moeten wijkplannen maken, hoe gaan we integraal werken aan het thema levensloopbestendig bouwen?” Rob Withaar is al betrokken bij een project waarin dat gebeurt. Het draagt de naam ‘De inclusieve stad’.

Renovaties

Joep Burghouts, proceseigenaar De Variabele, een organisatie die zich richt op onderhoud en renovatie bij woningcorporaties en andere gebouweigenaren, meent dat renovaties minder vanuit techniek en meer in gesprek met wijk en bewoners benaderd moet worden. “Sociale verduurzaming van de wijk moet je als thema altijd meenemen als je praat over het technisch verduurzamen van je bezit. Dat zou altijd een gespreksonderwerp moeten zijn, zelfs voor je überhaupt ergens een schroef hebt ingedraaid. Er moet meer begrip komen, voor elkaar, voor andere visies en gedachten”, vindt hij.

Wilma van der West is regiomanager van het RIBW Arnhem en Veluwe Vallei. Die organisatie biedt specialistische begeleiding aan volwassenen en jongeren vanaf 16 jaar met een psychiatrische aandoening of ernstige psychosociale problemen bij het wonen, werken en leven. Wilma van der Westen: “Levensloop bestendig vastgoed moet een onderdeel van de levensloop bestendige wijk zijn. Maar je moet er wel verschillende doelgroepen bij betrekken. Ook jongeren kan je er prima bij betrekken als je er iets tegenover stelt.”

Directeur vastgoedcombinatie Vivare Tanja van Voorthuijsen onderschrijft dat: “Daar hebben we ervaring mee opgedaan in de Arnhemse wijk Presikhaaf. Na verduurzaming van de woningen keerden een aantal bewoners niet terug. Zo ontstond er binnen een gebouw ruimte om te experimenteren. Er zijn jonge mensen komen wonen die in eerste instantie op inschrijfduur niet in aanmerking zouden komen. Maar onder de voorwaarde dat ze zich sociaal zouden inspannen, kregen ze de kans. Ze voegen energie toe. Met een praatje op de galerij, vuilniszakken buiten zetten of een gezamenlijke activiteit organiseren, dragen ze écht iets bij. De ervaringen zijn heel positief.”

Energie

William Vlug is directeur bij Nijhuis Bouw, specialist in nieuwbouw en onderhoud in de sociale koop- en huursector. Hij onderkent de energie die vrij komt bij een renovatieproject: “Je beleeft samen een avontuur. We implementeren techniek, bewoners ondergaan dat, je doorleeft samen momenten waar je voor of tegen een voorstel moeten besluiten. Deuren gaan open, mensen ontmoeten elkaar. Wij zijn betrokken tot einde servicemoment. In samenwerking met corporaties, wijkteams, opbouwwerkers zou de dynamiek verder gedragen kunnen worden.”

Carel Hagemans, is DGA bij Hagemans Vastgoedonderhoud dat veel ervaring heeft met renovatie- en verduurzamingsprojecten voor de sociale sector. “Maar”, zo zegt hij, de corporaties beheren maar een derde van de woningvoorraad in Nederland. Hoe krijg je de andere twee derde mee? Dat zijn de koopwoningen, de woningen die hun onderhoud regelen via een Vereniging van Eigenaren. Stel dat in een rijtje van zes woningen er twee verkocht zijn door de woningbouwcorporatie. Die vier van de corporatie worden verduurzaamd maar die twee verkochte woningen niet. Dat geeft minder schwung, dat zie je. De particulieren doen niet mee. Wij zoeken naar wegen om ze wél bij woningverbetering te betrekken.”

Vergrijzing

Sascha Stoffelen is hoofd van het expertisecentrum van Driestroom. Dat is een organisatie die mensen met een verstandelijke beperking ondersteunt. Ze koppelt levensloop bestendig bouwen direct aan de beperkingen die bewoners hebben en aan het ouder worden. “Ik zou bij renovaties al die aspecten in ogenschouw nemen”, stelt ze. William Vlug: “We zien de vergrijzing in de samenleving. Tegelijkertijd bestaat de woningvoorraad vooral uit eengezinswoningen. Als de kinderen het huis uit zijn, blijven de ouderen over. Van de drie slaapkamers, komen er twee leeg te staan. Misschien moet je kijken naar het opdelen van woningen.”

Jan van den Berg, DGA van Hemink vastgoedonderhoud, komt met een oplossing: “Wat zou het mooi zijn als je de woning zou aanpassen zodat de ouderen beneden kunnen gaan wonen. Die hoeven dan de trap niet meer op. Ze kunnen op die manier in hun vertrouwde wijk blijven wonen. Met behulp van een extra trap maak je de bovenverdieping toegankelijk voor jonge mensen. Die krijgen de bovenwoning toegewezen onder de voorwaarde dat ze wat zorg verlenen aan de ouderen beneden. Studenten vinden dat leuk, daar is onderzoek naar gedaan, dat is al bewezen. Ouderen kunnen als tegenprestatie op kinderen van jonge gezinnen passen. Verder zijn er woningen met een grote achtertuin. Die wordt nauwelijks gebruikt door ouderen. Misschien is daar plek voor een mantelzorgwoning. Dat zijn oplossingen die in de toekomst misschien relevant zijn.”

Sascha Stoffelen haakt in met een voorbeeld van sociale innovatie uit Engeland: “Zorg voor gehandicapten is daar anders gaan werken door bezuinigingen. Er ontstonden nieuwe initiatieven. Zo is er het concept van de key-ring: een groep van 18 mensen woont in een complex en een vrijwilliger krijgt daar gratis huisvesting. Hij stelt zich 24 uur per week flexibel beschikbaar. Niet zozeer voor de zorgvraag van mensen, maar vooral voor verbinding, het bevorderen van de sociale contacten. Wij zijn in Nederland nog heel erg gericht op instanties. Dat kan veranderen in een gerichtheid op elkaar in de wijk. Kracht is dat onplanbare zorg geboden kan worden, die anders heel veel geld zou kosten.”

Wilma van der West: “Bij de RIBWAVV kennen wij de buurtcirkels. In een Buurtcirkel ben je er voor elkaar, want iedereen is wel ergens goed in. Samen naar de tandarts, boodschappen doen, een administratieve klus, of iets in huis. Het zijn soms de kleine dingen waar je elkaar mee kunt helpen. Dit zou voor ouderen ook heel goed kunnen werken. Je zou meer verbinding met elkaar krijgen. Alleen het gaat niet vanzelf. Je moet mensen verleiden.” Igor Claassen, manager klantmaatwerk bij woningcorporatie Vivare, vertelt over een soortgelijk initiatief dat al vorm krijgt in Arnhem. Corporatie, gemeente en zorgpartijen geven rond het Eilandplein vorm aan ‘professioneel noaberschap’.

DEMOGRAFIE

Nico Budel is DGA bij Bumé bouw en onderhoud. Hij vindt de ontwikkeling van levensloop bestendig bouwen onontkoombaar, gelet op de demografische ontwikkelingen in het land: “We worden allemaal ouder, binnen afzienbare tijd gaan we naar een gemiddelde leeftijd van honderd jaar. Daardoor wordt zorg onbetaalbaar. We kunnen met de huidige woningvoorraad al aan de slag om daar op in te spelen. Daar is geen hogere wiskunde voor nodig. We kunnen deuropeningen verbreden zodat rolstoelen er beter door kunnen. Een toilet op de badkamer maakt dat ouderen ’s nachts niet naar beneden hoeven. Zorg moet aansluiten bij de woningaanpassingen. Als we woningen levensloop bestendig maken en zorg daarop aansluiten dan zijn we op de goede weg.”

Mariken van Woerkum, teamleider-bestuurder bij sociaal wijkteam Arnhem, vindt dat signalen uit de wijk naast elkaar gelegd moeten worden. Ze noemt de verschillende bewoners uit een complex met veel ouderen die naar de dagbesteding willen. Dat kan niet, want ze hebben geen indicatie. Maar die zorgvraag zou wél kunnen leiden tot een gesprek met een opbouwwerker of vrijwilliger in de wijk die een mooi programma willen opzetten in de ontmoetingsruimte. Ze signaleert nog meer in de wijken: “In de Arnhemse wijk Kronenburg staat een complex waar achter vrijwel elke voordeur huishoudelijke hulp komt. Interessant. We zien de hele dag autootjes aankomen en weer gaan. Stel je voor dat je van al dat geld drie mensen fulltime in dienst neemt die daar gewoon zijn. Die zorgen dat de huizen schoon zijn, maar nog veel meer doen. Er zijn veel regels waardoor dat niet gaat lukken, maar toch willen we het graag proberen.”

DOORSTROOM

Zorg bundelen is een invalshoek die Mariken van Woerkum aanspreekt. Ze vraagt zich bijvoorbeeld hardop af waarom alle bejaardenhuizen verdwenen zijn. Was dat nu echt zoveel duurder dan de zorg die nu per huishouden geleverd wordt? Het verdwijnen van bejaardenhuizen bemoeilijkt ook de doorstroom, weet ze. En daardoor wonen nu veel ouderen in een te groot huis. Dat vindt ze jammer in een tijd van woonruimte schaarste. Zelf ziet ze wel wat in centraal wonen projecten: “Laat mij maar met vier andere stellen in een huis wonen, elk met eigen ruimte, een aantal gemeenschappelijke ruimtes en ingekochte zorg.” In dure steden zoals Amsterdam ziet William Vlug jongeren al woningen delen omdat de woonlasten individueel domweg niet te dragen zijn. Dat bevordert dat alle kamers in een woning benut worden.

Doorstroom is een belangrijk punt in de discussie. Tanja van Voorthuijsen: “Alles valt of staat met een bepaalde doorstroom. Als de alternatieven er niet zijn, of niet goed genoeg zijn, dan zet je de boel vast. De kinderen zijn het huis uit, kleinkinderen komen, groeien op en dan gebeurt er niks meer. De ouderen blijven in een eengezinswoning zitten ook al zijn ze alleen. Kinderen komen eens in zoveel tijd tuin doen, maar de zorgvraag groeit en een relatief groot huis wordt inefficiënt bewoond.” William Vlug: “Ouderen hebben vaak een woning zonder hypotheek. Die hebben ze keurig afgelost. Ze willen wel kleiner laten bouwen, maar de grond is er gewoon niet. Het wordt niet uitgegeven of er komen eengezinswoningen op. Of andere interessante projecten voor beleggers die passen bij de grondprijzen die gerekend worden.”

Sascha Stoffelen denkt dat het heel belangrijk is dat mensen al in een relatief vroeg stadium, als ze tegen de zestig lopen, eens goed gaan nadenken over hun woonwensen voor de komende jaren. Dat gebeurt volgens haar nu nog veel te weinig. Ze denkt dat mensen best willen verhuizen. Misschien moeten zorgpartijen of corporatie dat gesprek op tijd aan willen gaan, suggereert ze. Want hoe ouder bewoners zijn, hoe moeilijker het wordt om ze te bewegen om te verhuizen.

WONINGMARKT

Oude bomen zijn moeilijk te verplaatsen, weet ook Rob Withaar: “Maar ik moet denken aan een project in Den Bosch. Daar worden heldere levensloopbestendige afspraken gemaakt met de corporatie en weet de bewoner wat hem te doen staat de komende jaren > doorstromen naar passende huisvesting. Dan stroom je gewoon door. Dat kan een manier zijn om mensen te leren nadenken over een passende woonsituatie.” Joep Burghouts is daar kritisch op: “In een gespannen woningmarkt waar vraag en aanbod niet aansluiten sta je voor grote uitdagingen om deze doorstroming waar te maken. Diverse voorbeelden in de regio wijzen dit uit. Toch vind ik dat soort ideeën goed omdat er bewustwording mee wordt gecreëerd. Je bent jong, starter, en mag tijdelijk ergens goedkoop wonen. In de verwachting dat je meer geld gaat verdienen, stroom je na verloop van tijd door naar de commerciële woonmarkt. Wél met 400 euro extra woonasten erbij. Maar dat kan je tegen die tijd best dragen.”

Igor Claassen: “Vivare is in samenspraak met de gemeente een pilotproject gestart in Elst, met als doel de doorstroom te bevorderen. We onderzoeken wat de belemmeringen zijn om te verkassen. Samen bekijken we of we de belemmeringen kunnen oplossen zodat mensen door kunnen stromen. We horen bijvoorbeeld verhalen van mensen die best weg willen, maar ja, die hebben dan de schuur vol spullen of ze bewaren huisraad van de kinderen. Hogere huur kan ook een breekpunt zijn. Daarom communiceren we in termen van woonlasten. De hogere huur wordt misschien wel gecompenseerd door lagere stookkosten omdat de woning label A geïsoleerd is.”

PLANMATIG

Er moet planmatig gewerkt worden om wijken levensloop bestendig in te richten. Het begint met een visie op gedifferentieerd wonen in een wijk. Zo ver is het nog niet, weet Nico Budel: “Wij moeten soms dure trapliften uit woningen verwijderen omdat er een andere doelgroep in moet. Dat is verre van duurzaam. Ook levensloop bestendige aanbouw voor douche of extra kamer heb ik zo zien verdwijnen. Soms is het toewijzingsbeleid de oorzaak. Maar hier mist een heldere toekomstvisie.” Mariken van Woerkum benadrukt de noodzaak van planmatig levensloop bestendig denken: “Iedereen verwacht van ons, betrokken professionele partijen, dat we toekomst gerichter gaan werken. Dat we er hartstikke serieus mee bezig zijn en een aantal scenario’s schetsen. We willen toch niet dat ons over twintig jaar verweten wordt dat we hebben zitten slapen?

Het is bekend dat mensen ouder worden en de zorgvraag groeit. Dat mag geen verrassing zijn. Rest voor mij wel wie die integraliteit moet oppakken. Is dat de gemeente? Tanja van Voorthuijsen vertelt dat al wijksessies met meerdere samenwerkingspartners worden georganiseerd: “Met elkaar kijken we naar klant, pand en leefbaarheid. Geldstromen brengen we bij elkaar. Maar er zijn veel wijken en het komt nog moeizaam van de grond. In bijvoorbeeld Rheden en Duiven hebben we al ervaring opgedaan met gezamenlijke sessies al, maar nog niet met de ketenpartners erbij. Dat is wel mijn wens voor het komend jaar.

Vivare brengt iedere twee jaar de demografische ontwikkelingen van wijken in beeld. Het is goed om die ook met de gemeente en andere partners in de wijk te delen. Die wijksessies zijn een eerste stap, een mooi moment om de technische en zorgkant van wijkverbetering te integreren.” Nico Budel ziet levensloop bestendig bouwen ook in kleine toepassingen. Door bijvoorbeeld vaker of misschien zelfs wel standaard ronde, rolstoelvriendelijke drempels te gebruiken. Joep Burhouts: “Levensloop bestendig maken van een woning kan soms al met een beugeltje voor mevrouw in douche en toilet.” Het nut van lange termijn denken onderschrijft hij. “Maar er is niet zoiets als een heilige graal. Besteden we ons geld handig? Kunnen we over eigen belangen heen kijken? Dan iets mogelijk. Kijk ook naar het buitenland. Zie je kansen om dingen anders te regelen. Maar begin het gesprek aan de voorkant, vroegtijdig in het hele bouwproces.”

Carel Hagemans besluit de discussie met een optimistische noot: “We moeten niet net doen of er niks gebeurt aan levensloop bestendig denken en doen. De tijd is voorbij waarin wij als bouw- en onderhoudsbedrijven dikke bestekken door de bus kregen met voorschriften die we moesten navolgen. Degene met de laagste prijs mocht het uitvoeren. We worden vroegtijdiger betrokken bij bouwplannen en we durven al meer vragen te stellen. Niet alleen over de techniek maar ook over de toekomstvisie op een project. Het mag van mij nog integraler, met minder aandacht voor stenen en meer aandacht voor de sociale aspecten. Maar er worden stappen gezet.”

Tekst: Paul de Jager // Fotografie: Jacques Kok