Gepubliceerd op 18 mei 2020

De zekerheden voor de aannemer tijdens de COVID 19-pandemie

Tijdens de coronacrisis is het vooral raadzaam om snel liquiditeit te creëren door middel van voorschotten en vooruitbetalingen, zo nodig het zogenaamde argument van de onzekerheid aan te voeren en een bankgarantie van de opdrachtgever op te vragen (Bauhandwerkersicherung).

Probleem/vraagstuk

De aannemer is in principe gehouden eerst te presteren en is slechts in beperkte mate beschermd tegen wanbetaling door de opdrachtgever door middel van voorschotten conform § 632a BGB (Duits Burgerlijk Wetboek) of § 16 lid 1 VOB/B (Vergabe- und Vertragsordnung für Bauleistungen). Vanwege de economische gevolgen van de coronacrisis dient de aannemer zich zoveel mogelijk te beschermen tegen een prestatie zonder voorafgaande zekerheidsstelling.

Opties van de contractant in de COVID-19-pandemie

Om de liquiditeit te waarborgen, dient de opdrachtnemer te proberen met de opdrachtgever voorschotten af te spreken (dit is niet eenzijdig mogelijk). De opdrachtgever kan dit in ieder geval afhankelijk maken van een aanbetalingsgarantie na het sluiten van de overeenkomst (§ 16 lid 2 nr. 1 VOB/B). Opdrachtnemer dient op zijn minst met korte tussenpozen deelfacturen uit te schrijven conform § 632a BGB of § 16 lid 1 VOB/B en deze actief af te dwingen (let op: neem daarbij de eisen van § 16 lid 5 nr. 4 VOB/B voor het stopzetten van de werkzaamheden in acht). In het geval van noodzakelijke bouwmaterialen of onderdelen die worden geleverd of speciaal worden gefabriceerd en geleverd, moet rekening worden gehouden met de eis van vooruitbetaling overeenkomstig § 632a lid 1 zin 6 BGB of § 16 lid 1 nr. 1, zin 3 VOB/B. De opdrachtnemer dient hiervoor zekerheid te stellen aan de opdrachtgever (het alternatief eigendomsoverdracht geldt in de regel niet in verband met het eigendomsvoorbehoud).

Met name als de klant behoort tot een bedrijfstak die bijzonder getroffen is door de COVID-19-pandemie (met name de horeca en het toerisme, de luchtvaart en de evenementenindustrie), moet het argument `onzekerheid´ uit § 321 BGB in overweging worden genomen. Volgens deze bepaling kan de opdrachtnemer, die verplicht is vooraf te presteren, de hem toevertrouwde prestatie weigeren indien na het sluiten van de overeenkomst blijkt dat zijn aanspraak op de vergoeding voor de werkzaamheden in gevaar komt door het gebrek aan prestatievermogen van de opdrachtgever. Een tijdelijke belemmering van de uitvoering door de contractpartner kan een dergelijk recht om de uitvoering te weigeren rechtvaardigen.

Tijdens de pandemie is het opvragen van een zekerheid volgens § 650f BGB een belangrijk beschermingsmiddel. Opdrachtnemer kan dit vorderen ter hoogte van de onbetaalde facturen plus 10% van de opdrachtgever. Indien de daarvoor gestelde redelijke termijn zonder resultaat blijft, kan de opdrachtnemer overeenkomstig § 650f lid 5 zin 1 Alt. 1 BGB, kan hij de uitvoering weigeren, de overeenkomst opzeggen of in een versnelde procedure voor de rechter een vordering tot zekerheidstelling instellen. Bij het vaststellen van een tijdslimiet hangt het in principe af van wat er moet worden geëist van een opdrachtgever die zich in normale financiële omstandigheden bevindt. In het geval van § 650f BGB is dit objectief gezien een contractuele verplichting van de opdrachtgever, waarmee hij bij de planning van zijn financiering van meet af aan rekening moet houden.

Op het eerste gezicht suggereert deze fundamenteel objectieve norm dat de opdrachtgever niet bijzonder getroffen wordt door de COVID 19-pandemie. Momenteel zijn er echter landelijke contactverboden en ook kredietinstellingen en kredietverzekeraars zijn moeilijker te bereiken of hebben langere doorlooptijden door moeilijkere werkomstandigheden en deels door sluiting van filialen. Daarom moet tijdens de COVID-19-pandemie toch wel een langere redelijke termijn voor het overleggen van de garantie worden aangehouden (afhankelijk van het individuele geval, waarschijnlijk nauwelijks minder dan twee tot drie weken).

Tijdens de pandemie moet de contractant zich ervan bewust zijn dat hij in veel gevallen niet concreet genoeg wordt getroffen door het coronavirus om zich te kunnen beroepen op “overmacht“.

Voor overige vragen kunt u contact opnemen met Udo Croonenbrock.

STRICK Rechtsanwälte & Steuerberater houdt u graag op ge hoogte over zakendoen in Duitsland en het coronavirus. Alle informatie kunt u vinden op deze https://www.strick.de/duitsland/nieuws/nieuwsbrief pagina.

STRICK Rechtsanwälte & Steuerberater

Siemensstr. 31
D-47533 Kleve
Tel: 0049 – 2821 – 72220
Mail: kanzlei@strick.de
Web: www.strick.de

Hashtags

#bouw #zekerheden #aannemer #covid_19 #corona #pandemie #liquiditeit #voorschot #vooruitbetaling #bankgarantie #opdrachtgever #opdrachtnemer #bauhandwerksicherung #aannemer #vob_b #factuur #eigendomsoverdracht #eigendomsvoorbehoud #overmacht