Gepubliceerd op 9 mei 2017

Smart Industry dwingt tot omdenken

Voor dit rondetafelgesprek over Smart Industry is een groep specialisten bijeengekomen in een conferentieruimte van STODT Toekomsttechniek in het zowel industrieel historische als hypermoderne pand van ROC van Twente in Hengelo.

Achteraf moet ik constateren dat met dit onderwerp en de enthousiaste vakkundige input van de deelnemers aan deze rondetafeldiscussie met gemak een complete editie van dit magazine te vullen zou zijn geweest. Het aanwezige gezelschap is dan ook dermate gevarieerd, dat alle aspecten van Smart Industry de revue passeren en geen invalshoek onbenut wordt gelaten. Want de gebezigde term tijdens deze bijeenkomst is dan wel Smart Industry, waar het onderwerp op neerkomt is natuurlijk niets minder dan de vierde industriële revolutie.

Ontwikkelingen in razend tempo
Om te beginnen opper ik dat, als het over Smart Industry gaat, de Nederlandse overheid niet goed weet waar ze het over heeft – en daardoor menige ondernemer dus ook niet. “Treffend” vindt Gerwin Knippenborg (Knippenborg Subsidieadvies). “Maar het gaat ook wel verschrikkelijk hard. De ontwikkelingen in ICT, robotisering en het aan elkaar knopen van processen gaan in razend tempo.” “Er ontstaan nu studies die Smart Industry heten, dat is helemaal nieuw”, zegt Remco Boer van Protyp. “Opleidingen moeten nog kijken: Waar gaan we naartoe? En wat moet ik pakken?” Dick Theisens (Symbol): “Het is goed dat daar wat gebeurt. Beroepen gaan verdwijnen. En het kan natuurlijk altijd beter, maar er ligt wel een goede agenda. De ondernemers zijn aan zet.”“Je moet de stelling omdraaien: Ondernemers moeten leidend zijn, de overheid heeft het wel goed aangepakt”, aldus Theo de Vries van VIRO. “Het is belangrijk dat de trends die gaande zijn door de overheid gesignaleerd worden en dat zij programma’s ontwikkelt die daar goed op aansluiten.” Arjan Bijker (Impazz): “We weten allemaal wel waarover we het hebben, maar niet waar het naartoe gaat.” “Het draait erom verschillende technieken vaak via ICT aan elkaar te verbinden”, zegt Jeroen Rouwhof van STODT Toekomsttechniek. “Maar je hebt ook te maken met grote verschillen op kennisgebied tussen bedrijven.” Remco Boer: “Automatiseren van processen is cruciaal.”

“Je hebt een aantal stappen voordat een product op de markt wordt gebracht”, stelt Arjan Bijker. “De stap van prototype naar het op grote schaal in productie brengen is het kostbaarst. Daar kan de overheid een rol in spelen.”

Dienstverlener over de keten heen
Jeroen Rouwhof: “In Duitsland wordt er flink geld in gepompt. Nederland faciliteert juist meer.” “De overheid wil wel meedoen, en kan en doet dat ook, maar snapt er vaak niet alles van”, zegt Gerwin Knippenborg.Theo de Vries: “Onder meer op Universiteit Twente zijn heel goede initiatieven bezig op het gebied van robotisering. Het gaat om gebruikmaken van informatie die uit Smart machines beschikbaar komt. De industrie moet die vervolgens omzetten in praktijksituaties, bijvoorbeeld processen op afstand sturen en controleren. In deze regio is de proeftuin bij Thales een goed voorbeeld. We moeten er steeds meer naartoe dat je als bedrijf dienstverlener wordt, óver de keten heen.” “Er worden nog te weinig mensen in ICT opgeleid, er ontstaat straks een tekort aan mensen die machines aan elkaar kunnen knopen – dáár ligt een rol voor de overheid”, stelt Dick Theisens. “Overheden kunnen sturen in wat er aan opleidingen geboden wordt.” Als Theo de Vries opmerkt dat het een maatschappelijk probleem is om jonge mensen enthousiast te krijgen voor techniek, reageert Dick Theisens: “Ik mis in het middelbaar onderwijs de vakken die hierop aansluiten.”“Het zou een idee zijn om in het basisonderwijs al technisch bouwen met Lego als vak aan te bieden”, oppert Arjan Bijker. “Lego is overigens ook een mooi voorbeeld van een succesvol Smart Industry-bedrijf.” Hij vertelt dat sensortechnologie betaalbaarder wordt en er steeds betere sensoren beschikbaar komen die ons nieuwe inzichten geven. Zoals sensoren die eerder voorspellen dat er bijvoorbeeld een pomp gaat stilstaan.

Nieuwe businessmodellen
“Bij ontwerpbureaus in de regio worden middagen Arduino-training georganiseerd, waarbij je allerlei disciplines aan dit opensource-computerplatform kunt schroeven”, zegt Remco Boer. Dat maakt Smart Industry visueel en potentiële gebruikers enthousiast.” Theo de Vries: “Het leidt ook tot nieuwe businessmodellen, daarin zou Nederland voorop moeten lopen. In Duitsland hanteert men het begrip Industry 4.0; qua thematiek van Smart Industry zitten we hier op het goede spoor.” Gerwin Knippenborg beaamt dat: “Je ziet het nu ook binnen ondernemingen, binnen een minuut heb je een gerichte offerte terug – dat biedt mogelijkheden. Smart Industry moet inderdaad leiden tot nieuwe businessmodellen.” “Maatwerk creëren met veel standaard elementen is de toekomst”, vervolgt Theo de Vries. Ik zeg dat ik me afvraag of de ontwikkelingen in verschillende branches wel helemaal parallel lopen. Dick Theisens: “Veel bedrijven zijn toch nog heel afwachtend. De eerste stap is kennis opdoen. Menigeen zet die stap nog niet.” “Maar fabrikanten kunnen hun processen niet even stilleggen om een testje toe doen”, zegt Remco Boer. “Dat moeten ze uitbesteden.” “Naast al je strategieën moet je ook nadenken over een internetstrategie”, vindt Arjan Bijker. “Anders kun je zo verrast worden. Zo zijn er momenteel supermarktorganisaties die enkel via online bestellingen juist goedkoper en efficiënter kunnen leveren.” “Nieuwe initiatieven worden vaak platgeslagen door bestaande constructies c.q. bedrijven”, zegt Dick Theisens. Jeroen Rouwhof zegt dat de grootte van bedrijven wel meespeelt: “Kleinere bedrijven moeten dit ook gaan doen om te overleven: Ervoor open staan en dan gaan inhuren en opleiden.“ Remco Boer: “Je hoeft er echt niet groot voor te zijn. Het is een kwestie van uitbesteden.”

De voorsprong van Oost-Nederland
Als ik de stelling poneer dat Overijssel beter is toegerust voor Smart Industry dan de rest van Nederland, reageert Gerwin Knippenborg: “De overheid heeft in deze regio de tas gevuld klaarstaan om proeftuinen op te starten. Ik zou het daarbij overigens liever hebben over ‘Oost’, dus Overijssel plus Gelderland, maar dan klopt het zeker.” “Bij toegerust zijn draait het om kennis en creativiteit, en die hebben we hier zeker. De wil tot samenwerken is er ook. En zijn er genoeg ondernemers die het willen? Zeker wel.” Arjan Bijker: “Je moet niet alles van tevoren willen uitwerken voordat je er ja op zegt. Je kunt mogelijkheden als een robotarm en 3D-printer aanbieden aan je personeel en ze zelf praktijktoepassingen laten bedenken.” “Als ergens op de wereld een machine van jou stilstaat, omdat er een onderdeel nodig is, moet je gaan omdenken”, legt Remco Boer uit. “Dan zou je dat middels een 3D-printer op maat kunnen maken. Dat proces van omdenken is van groot belang. Men moet zijn denkprocessen loslaten om creatief in oplossingen te kunnen denken.” “We moeten niet meer naar de capaciteiten van een sollicitant kijken, maar naar zijn aanpassingsvermogen”, aldus Arjan Bijker.“Wij hebben met een iets andere doelgroep te maken”, zegt Jeroen Rouwhof. “Je moet mensen hebben die open staan voor nieuwe technieken. Sommigen vinden het eng om iemand aan te nemen die anders denkt, maar je kunt er als bedrijf van leren.” Gerwin Knippenborg: “Je hebt een ander soort mensen nodig.”

Anders durven denken
Remco Boer vindt dat dat wel meevalt: “Vooral mensen die anders durven denken. Door proefprocessen gaat men er wel anders naar kijken.” “We hebben werknemers nodig die in staat zijn om te leren”, stelt Theo de Vries. “Leren is een belangrijke competentie, we moeten aan onze mensen die inzet vragen om te willen leren – ontwikkelingen presenteren als een uitnodiging om dat te doen, en dus aan het werk te blijven.” Dick Theisens: “Ontwerpen in 3D-producten is allang niet meer iets op universitair niveau.” “Maar in zo’n proces heb je wel mensen nodig die dat ook kunnen bedenken”, zegt Remco Boer. Gerwin Knippenborg: “Robotisering kan een bedreiging zijn, maar ook een grote kans. In de zorg bijvoorbeeld kunnen sociale robots worden ingezet en een goede aanvulling vormen.” Arjan Bijker: “Banen verdwijnen voor de korte termijn, niet voor de lange.” Maar dat banen veranderen, wordt door alle aanwezigen beaamd.“Productie komt uit lagelonenlanden ook weer terug naar Nederland”, vertelt Remco Boer. “Dat heeft hoofdzakelijk te maken met een stabiele kwaliteitsbeheersing, de factor arbeid is bij geautomatiseerde processen van minder belang.” Dick Theisens: “Er liggen kansen in Nederland. Wij hebben creativiteit te bieden, flexibiliteit en een goede logistieke infrastructuur. Dit biedt veel nieuwe mogelijkheden voor alle lagen in de economie.” «

Tekst: Theo Bennes / Fotografie: Wim van ’t Hoff

 

 

Onze partners