Gepubliceerd op 13 augustus 2019

Bedrijfsveiligheid waarborgen: een ondergeschoven kindje

Organisaties wordt verplicht gesteld op ieder moment voldoende bedrijfshulpverleners opgeleid en aanwezig te hebben. Daarnaast moeten organisaties een gedegen risicoanalyse uitvoeren om zo volledig op de hoogte te zijn van mogelijke risico’s die kunnen bestaan met betrekking tot bedrijfsveiligheid. Op basis hiervan moet iedere organisatie een veiligheidsplan hebben en weten wat er moet gebeuren bij een calamiteit.

Het woordgebruik hierboven zegt het al: het moet, maar in de praktijk blijven organisaties regelmatig achter. Hierdoor kunnen veiligheidsrisico’s ontstaan en medewerkers en bezoekers onnodige risico’s lopen die eenvoudig geminimaliseerd kunnen worden door de juiste maatregelen te treffen.

Arbowet in de praktijk niet goed bestudeerd

De Arbeidsomstandighedenwet, ook wel simpelweg de Arbowet, is een wet die richtlijnen geeft aan iedere organisatie om een veilige werkomgeving te creëren voor alle medewerkers. Hierin staan verschillende zaken vermeld, zoals het opleiden van voldoende bedrijfshulpverleners (BHV’ers). Op ieder moment moeten er bovendien voldoende BHV’ers aanwezig zijn binnen de organisatie. De verwoording, “voldoende”, is hierin wat vaag. Hierdoor ontstaat er vaak twijfel over het juiste aantal BHV’ers, wat soms resulteert in grote organisaties die slechts één of enkele BHV’ers opleiden.

Hoewel de gebruikte woorden openstaan voor interpretatie, is dat met een goede reden. Binnen iedere organisatie bestaan immers andere risico’s. Het is onmogelijk om in de wet een vast vuistregel of aantal BHV’ers vast te leggen. Twee ondernemingen met honderd werknemers kunnen heel ander aantal benodigde BHV’ers vereisen, afhankelijk van de branche en het type werkuitvoering dat binnen de onderneming plaatsvindt.

Het is aan de organisatie om te bepalen hoeveel BHV’ers er nodig zijn, onder meer aan de hand van een eveneens verplichte Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en Plan van Aanpak (PVA). Wordt dit niet gedaan, dan is de organisatie niet compliant met de wet. Dit is dus niet alleen verboden, maar leidt ook tot veiligheidsrisico’s, wat bij calamiteiten kan leiden tot grote schade en mogelijke gewonden of doden.

Veiligheidsorganisatie naar behoren opbouwen

De veiligheidsorganisatie van een onderneming raakt vaak ondergesneeuwd wanneer er twijfel bestaat over de te volgen stappen. Verschillende teams moeten bijvoorbeeld samenwerken, protocollen verschillen onderling, zijn niet centraal opgeslagen en er is geen duidelijk leiderschap in het opzetten van de veiligheidsorganisatie.

Omdat BHV’ers over het algemeen niet dagelijks bezig zijn met bedrijfsveiligheid, kan dit vervolgens leiden tot een gebrekkige kennis, ondanks het volgen van een BHV-cursus. Het resultaat is een veiligheidsorganisatie die niet functioneert, met name wanneer op calamiteit plaatsvindt. In de chaos die een calamiteit kan meebrengen, weet men niet goed wat er moet gebeuren, wie men moet alarmeren en wat de juiste stappen zijn om de situatie te de-escaleren.

Organisaties moeten daarom zorg dragen voor het aanstellen of inhuren van specialisten op het gebied van bedrijfsveiligheid, die een functionerende, doelgerichte veiligheidsorganisatie kunnen opzetten. Met een centrale veiligheidsorganisatie kan men pro-actief werken aan risicomanagement en de veiligheid verbeteren. Zonder een goede organisatie is dit doorgaans vooral reactief: na een calamiteit wordt geëvalueerd en worden aanpassingen gedaan. Schade kan hierbij echter al hebben plaatsgevonden.

Voor een gedegen veiligheidsorganisatie is het bovendien verstandig om gebruik te maken van nieuwe middelen die up-to-date zijn en regelmatig getest worden. Nog altijd vallen er onnodig gewonden en doden doordat men gebruik moet maken van gebrekkige middelen bij noodsituaties. Organisaties moeten een pro-actievere houding aannemen om de bedrijfsveiligheid te waarborgen. Gebeurt dit niet, dan wordt er onvoldoende rekening gehouden met de veiligheid van de eigen werknemers, terwijl deze op de eerste plaats zou moeten staan.