Gepubliceerd op 9 oktober 2018

Versnelt een financiële prikkel de energietransitie?

Als kind logeerde ik graag bij mijn oma. Zij woonde in zo’n prachtig jaren-30-huis, maar uiteraard niet in een energiezuinige versie zoals ze dit type huizen tegenwoordig bouwen. Toch was haar energieverbruik minimaal.

Wanneer de avond viel, hulde het hele huis zich in duisternis. Zij sloot de glas-in-looddeuren van de kamer en suite en trok zich terug in de achterkamer, alwaar zij bij het licht van één lamp in haar stoel ging zitten voor een potje patience. Behalve spaarzaam met elektriciteit was ze ook bijzonder sober met de verwarming. Een vest en een plaid hielden haar warm. Dat ze zo zuinig met energie omging had niets te maken met een dreigend tekort, maar kwam puur voort uit financiële overwegingen. Deze spaarzaamheid werd er bij mij met de paplepel ingegoten en heb ik naarstig geprobeerd op mijn eigen kinderen over te brengen. Niet uit financiële motieven, maar om de hedendaagse overwegingen.

Ik vertel mijn kinderen over de tekorten aan fossiele brandstoffen, de klimaatverandering, het feit dat we in 2030 twee keer de aarde nodig hebben om ons allen te voorzien van voedsel en energie. Het gewenste effect blijft helaas uit. Zo blijven beeldschermen, computers en verlichting ongebruikt aan staan en staat de verwarming te loeien omdat kindlief ook in de winter in zijn T-shirt op zijn kamer wil zitten. Het is niet alleen het puberbrein, dat vooral alleen met zichzelf bezig is, maar in z’n algemeenheid een probleem van de mens. Zo weten wetenschappers vrij goed wat ons in 2050 te wachten staat, maar handelen we daar niet snel genoeg naar. Om de problemen niet door te schuiven naar volgende generaties, zullen we nu in de hoogste versnelling moeten. Stoppen met het kortetermijndenken en ons inzetten voor een leefbare en duurzame wereld op de lange termijn is het credo. Als we in staat zijn voldoende vakbekwame professionals op te leiden, zit het met de benodigde technische innovaties wel goed. Een grotere zorg lijkt de noodzakelijke gedragsverandering van ons allen zoals minder vlees eten, de auto laten staan, investeren in zonnepanelen, enz.

Zullen uiteindelijk financiële motieven -zoals bij mijn oma- daarbij misschien toch behulpzaam kunnen zijn? Ondertussen blijf ik het thuis proberen en zijn er bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen gelukkig ook nog zo’n 34.000 studenten. Dus dat biedt perspectief!«

Christien Lokman
Programmamanager Sustainable Energy & Environment
Hogeschool van Arnhem en Nijmegen