Gepubliceerd op 29 juni 2017

Van afval tot circulaire grondstof

Circulair is meer dan recyclen. Bij recyclen is het doel afval opnieuw in te zetten op basis van de (rest)waarde. Bij circulair ondernemen is het doel afval te minimaliseren of niets meer tot afval te laten verworden. Samenwerking is hierbij een must. De Nederlandse regering heeft tot doel gesteld dat in 2030 nog maar vijftig procent primaire grondstoffen gebruikt mogen worden ten opzichte van het totaal.

Met je waardeloze afval een verdienmodel opzetten. Arend Jan Geerds van Continutritia adviseert bedrijven hoe ze maximaal rendement kunnen halen uit hun afval. Ook als het totaal niet in lijn ligt met hun eigenlijke business. “Veel bedrijven leggen nu geld toe op hun afval. Totaal onnodig!”

Circulaire economie: zegt het u iets? Arend Jan Geerds begon zijn bedrijf Continutritia vanuit een heldere missie: waarde toevoegen aan afval. “Zodat bedrijven echt gemotiveerd zijn om hun afval goed aan te bieden, kan er een nieuwe grondstof van gemaakt kan worden. De ondernemer die deze grondstof kan inkopen, bespaart op zijn inkoop.” Win-win in het kwadraat dus, zou je kunnen zeggen.

Aan het woord ‘afval’ hangt een stevig negatieve weerklank. Waardeloos. Afgedankt. Vuil. Troep. Maar als je concreet kijkt naar wat afval is, wordt het al anders. Zo bestaat de afvalstroom bij een bloemenexportbedrijf voornamelijk uit bloemenstengels. Niet direct vies. En waardeloos? Bepaald niet. Pers bloemstelen uit en je creëert een vezelstroom en een sapstroom die beide kunnen dienen als grondstof voor andere producten. “Het vergt misschien wat creativiteit om vanaf dat punt verder te denken, maar er zijn in Nederland tal van slimmeriken die graag willen zoeken naar mogelijkheden om zulke specifieke afvalstromen als het ware te vermarkten, om waardeloos afval om te zetten in een waardevolle grondstof. Dat neigt naar cradle-to-cradle: je moet dan wel aardig buiten de kaders kunnen denken.”

“Geld verdienen met afval is voor elk bedrijf haalbaar”

Als het om groenafval gaat kunnen veel mensen zich die denkstap nog wel voorstellen trouwens: compost, veevoeder, vergisten. Lastiger wordt het al met puin, hout, plastic, metaal en papier. Verder dan recyclen en gebruiken als grondstof voor precies hetzelfde product komen de meesten niet. “Maar zelfs aan die afvalstroom kun je nog verdienen”, zegt Arend Jan Geerds.

Heel veel afval
Hoe meer afval een bedrijf produceert, hoe beter. Als het aan Arend Jan Geerds ligt tenminste. “Dat afval moet dan wel wat opleveren natuurlijk, logisch.” Met Continutritia richt Arend Jan Geerds zich uitsluitend op het circulair krijgen van reststromen waar geen inzamelingsvergunning voor nodig is, zoals hout, plastic, papier en karton, metaal en groenafval.” Maar ook worden contracten gemanaged van bedrijfsafvalstromen die worden opgehaald door inzamelaars, waardoor de klant in zijn geheel ontzorgt wordt, en nooit iets teveel betaalt.

Bij grote sorteerbedrijven en exporteurs, in de glastuinbouw en bij fabrieken is de omvang van de afvalstroom vaak al snel zo groot dat je er bij wijze van spreken een aparte afdeling voor zou kunnen optuigen. Maar zo kijken niet veel bedrijven naar hun afval, is de ervaring van Arend Jan Geerds. “Je ziet eerder dat ze zich helemaal niet of nauwelijks met hun afval bezighouden. Afval is afval, weg ermee, is een gangbaar credo. De kosten lopen jaar in jaar uit op.

Geerds werkt volgens een helder tweestappenplan. Allereerst berekent hij hoe bedrijven kunnen besparen op de afvalstroom. Door mogelijke sorteeracties en het terugbrengen van het aantal transporten. Een mooi voorbeeld is de ontwateringscontainer die voor Bakker Seedproductions is ontworpen. De terugverdientijd van een investering mag hooguit drie jaar bedragen. Uiteindelijk moet elke installatie tailormade gemaakt worden naar de behoefte van de eigenaar.

Vervolgens wil hij – afhankelijk van het soort afval – onderzoeken of er een tweede leven voor te bedenken is. “Het advies is gratis. Ik kijk naar de afvalstroom, naar het volume en gewicht, naar de afvalsoort, en bij welk nieuw proces dit als grondstof het beste past.” Over de haalbaarheid van zijn voorstellen is Geerds heel realistisch – het bedrijf krijgt de berekening zwart op wit.

Op de werkelijke besparing wordt een eenmalige fee bedongen, zodat het onderzoeksproject uit de eerste besparing wordt betaald. Bovendien kan Geerds ook verder kijken dan alleen die besparing. “Misschien is het bijvoorbeeld zinvol om te investeren in een machine of methode die het afval zodanig bewerkt, dat het aangeboden kan worden als een nieuwe grondstof voor andere bedrijven. Een mooi machinatievoorbeeld is de dubbelschroefseparator van Piet Visscher uit Balkbrug om groenstromen uit te persen tot herbruikbare vezels en sap.”

Maximale efficiency
Het transport van het afval is voor de meeste bedrijven verreweg de grootste kostenpost. “Het is dus zeker zinvol om daar eens kritisch naar te kijken. Gaat dat transport wel zo rechtstreeks mogelijk van aanbieder naar gebruiker?

Daarnaast is het ook van belang dat organisaties hun afval zo ‘schoon’ mogelijk aanleveren. “Daar maak je eigenlijk een zijsprong naar meer bewustwording bij de mensen in het bedrijf over hun afval en wat daarmee gebeurt als het opgehaald wordt. Als je uitlegt dat de waarde van bijvoorbeeld groenafval verdubbelt als er geen hout, papier, karton en plastic doorheen zit en een positieve waarde kan krijgen als je het uitperst. Zo bespaar je dus direct kosten voor je bedrijf door aan de bron al goed te scheiden. Dan stijgt de motivatie enorm om dat ook daadwerkelijk te doen.”

Met Continutritia focust Arend Jan Geerds nadrukkelijk op de toekomst. “Nu wil ik de afvalstromen bij bedrijven optimaliseren en waar mogelijk kosten besparen. Uiteindelijk wil ik verbinden. De aanbieder van afvalstromen zal een relatie krijgen met de afnemer van grondstoffen, omdat ze afhankelijk van elkaar worden in de toekomst. En laten we eerlijk zijn, welke tomatenteler vind het nou niet leuk om dozen te gebruiken die gemaakt zijn van z’n eigen tomatenplantenafval?” «

CONTINUTRITIA
www.continutritia.nl

Tekst: Isabelle Brus / Fotografie: Marcel Rob