Ondernemend Liemers zet in op circulaire economie

Parijse klimaatafspraken houden politiek én bedrijfsleven bezig. Hoe geven we die duurzame en circulaire economie vorm? Te gast bij BKC in Zevenaar zijn negen direct betrokkenen uit het Liemerse.

Gastheer is Alfred Hakvoort, directeur-eigenaar van BKC, specialist in boomverzorging, groen en milieu. Hier gaan bedrijfsvoering en milieu hand in hand. Zo gebruikt BKC voor de verwarming van het bedrijfspand geen gas maar beschikt het over een eigen biogas-installatie. Om de aanvoer van brandstof te garanderen bebouwt BKC niet optimaal benut grasland in de omgeving met Miscanthus ofwel olifantsgras. Dat is een prima brandstof en neemt nog veel CO₂ op ook. “Irritatie leidt tot innovatie”, vindt Alfred Hakvoort. Het irriteerde hem dat gas als brandstof zo voor de hand lag en hij zocht een alternatief. Hetzelfde gold voor de toevoer van brandstof.

“We lopen ergens tegenaan en willen het er niet bij laten zitten. Door de irritatie word ik geprikkeld. Ik wil winnen en ga op zoek naar oplossingen”, vertelt hij. Er waait een frisse circulaire wind door De Liemers. Wim Nabbe weet wel waarom. Hij is omgevingsmanager bij Groene Alliantie De Liemers. Dat is een regionaal samenwerkingsverband van ondernemers, overheden en onderwijsinstellingen om versnelling te bewerkstelligen in de circulariteit van energie en grondstoffen. Hij rolt een landkaart van het gebied uit en vertelt: “Wat zie je? Maar liefst 34 bedrijventerreinen. Die kunnen goed met elkaar samenwerken om circulariteit te bevorderen.

Als je dieper naar de kaart kijkt, zie je dat er veel expertise is om die circulaire economie een boost te geven. In Westervoort weet Putman veel over het verwerken van bouwmaterialen, in Spijk verwerkt een bedrijf petflessen. Van Gansewinkel, SUEZ en AVR hergebruiken afval. En als je nog dieper kijkt, zie je dat er allerlei verbindingen gecreëerd zijn tussen banken, bedrijven en overheden in dit gebied. We hebben een roadmap circulaire economie met een visie. En we hebben mensen in huis die er aandacht voor vragen. Dat is ontzettend belangrijk, want waar je naar kijkt, waar je je aandacht op richt, daar ga je naartoe. Daar gebeuren dingen. Daarom komt het hier goed.”

Nieuw businessmodel
De Rabobank voelt zich betrokken bij het onderwerp. Sander Jansen is accountmanager Grootzakelijk bij Rabobank Arnhem en Omstreken. Hij vertelt dat de bank die betrokkenheid omzet in daden. Zo gebruikt de Rabobank sinds 2008 33 procent minder CO₂ per FTE en gaat 88 procent van het energieverbruik via groene stroom. “We zijn een grote financier van duurzame energie”, zegt Sander Jansen. Hij vervolgt: “Wat heeft een bank met circulaire economie? Wij hebben de overtuiging dat de lineaire economie eindig is. Ondernemers met een lineair businessmodel zullen op termijn minder succesvol zijn. De noodzaak ligt dus niet alleen in het redden van de wereld maar ook in de continuïteit van je eigen onderneming.” Jan Willem Bulters, directeur van NTP INFRA, denkt dat de bouwwereld circulair werken aan het omarmen is. De laatste twintig jaar is recycling in de bouw naar zijn zeggen standaard geworden. Het grootste gedeelte van het bouwmateriaal wordt gerecycled. “Durf te starten met een circulaire ambitie. Van ontwikkeling komt ontwikkeling”, is zijn stelling.

“We zoeken die stip op de horizon. We weten niet precies waar die staat en de weg ernaartoe kennen we ook niet. Ga dus gewoon aan de slag. Recyclen in de bouw kon ook pas na veel uitproberen, testen. Elke keer kom je een stap verder. Er hoort ook ambitie bij. En enthousiasme. Wat ik nu maak, moet over tien of twintig jaar restwaarde hebben. Dat moet tussen de oren zitten. Ik moet het kunnen hergebruiken.” NTP produceert inmiddels asfalt bij een lagere temperatuur. Dat bespaart gaskosten. En het bedrijf voegt nieuwe, biologische oliën toe. Het nieuwe productieproces levert geld op, waarmee de ontwikkelkosten bestreden kunnen worden. Het hele proces wordt goed gemonitord. Jan Willem Bulters rekent erop dat de komende generatie volledig circulair kan bouwen.

Overheid
De overheid is een onmisbare schakel in de circulaire economie. Dagblad Trouw schreef onlangs dat de markt faalt omdat de ‘externe kosten’, de werkelijke milieukosten, niet in de prijzen en de belastingen zijn verwerkt. De overheid is nodig om dat gedaan te krijgen. De gemeente Zevenaar ziet het belang van duurzaamheid en circulariteit in en gaf wethouder Tienke van der Werf deze taakvelden mee in de portefeuille. Zij weet inmiddels dat er veel kanten zitten aan het ontwikkelen van de circulaire economie. Maar ze helpt waar ze kan. Zo kon de vergunning voor de biogasinstallatie van BKC vlot worden afgegeven.

Als politica weet ze dat de kiezers snel resultaat verwachten. Anders volgt een afrekening met de komende verkiezingen. Tienke van der Werf: “Die kortetermijnvisie is wel killing. We gaan bijvoorbeeld een nieuwe school bouwen. Ik ben voorstander van duurzame bouw volgens bouwbesluit 2020, dat is bijna energieneutraal. Op de korte termijn levert dat financieel niets op. Het is goedkoper om traditioneel te bouwen. Dat is voor overheid en onderwijs lastig. Je moet dus verder durven kijken. Dan vertaalt de duurzame doelstelling zich uiteindelijk toch financieel gunstig.”Sander Jansen: “De overheid kan soms een vliegwielfunctie vervullen om een circulair project te laten draaien. Als de overheid van mening is dat het belangrijk is, kan die daarin het voortouw nemen. Dan moeten wij met elkaar accepteren dat het misschien wat kostbaarder is. Maar daarmee maken we wel initiatieven mogelijk.” Regelgeving zit circulair denken soms in de weg. Het overheidsloket ‘Ruimte voor regels’, moet wet- en regelgeving die niet de duurzaamheid bevorderen, zichtbaar maken. Tienke van der Werf: “Het is een wens van de overheid om die belemmerende regelgeving aan te pakken. Het wordt vaak geroepen dat regels belemmerend zijn. Bij dat loket kan je het concreet maken. Tegen welke regels loop je aan en wat doen we eraan?”

Innovatiemakelaar
Joost Bouman is innovatiemakelaar bij het Regionaal Centrum voor Technologie Gelderland. Dat centrum brengt vragen en antwoorden op het gebied van innovatie en duurzaamheid bij elkaar. Het doel is om ontwikkelingen te versnellen en daarmee de werkgelegenheid te bevorderen. Joost Bouman is een echte bruggenbouwer en ziet meteen een kans naar aanleiding van het betoog van de wethouder: “Wet- en regelgeving zou een thema kunnen zijn voor de business to businessbeurs. Dat geldt ook voor samenwerking zoeken op het gebied van duurzaamheid. Laten we het, in plaats van elkaar dingen te verkopen, eens over dit soort ontwikkelingen in de regio hebben. Want bedrijven moeten het toch doen. De politiek heeft zoals gezegd te maken met de korte termijn en de consument kiest nog te vaak voor de plofkip, terwijl ze duurzaamheid met de mond belijden. Dan blijft het bedrijfsleven over om de voorbeeldrol te pakken.

” Samenwerking is volgens Joost Bouman cruciaal: “Hoe maak je producten duurzamer, hoe voorkom je veel afval? Dat is voor veel ondernemers ingewikkeld, je kan het niet in je eentje. Problemen oplossen is een kwestie van samenwerking zoeken; dan kan je de uitdagingen aan.”Sander Jansen kijkt daarbij verder dan de regionale economie: “We hebben een mondiale economie. Dus als wij niet op duurzaamheid inzetten en China wel, dan worden we door de Chinezen ingehaald. Dat is lastig, want daar kan meer centraal door de regering worden opgelegd. Door krachtig overheidsingrijpen zijn vervuilende brommertjes er al vervangen door elektrische scooters.

” Joost Kelderman is accountant bij Stolwijk en Kelderman. Zijn bedrijf heeft een groen hart en is betrokken bij de financiële kant van circulaire ontwikkelingen. De accountant heeft wat hem betreft een rol. Want je kan nog zo circulair vooruit willen, onder de streep moeten wel zwarte cijfers staan. Hij ziet: “Als ontwikkelingen groot worden ingezet, zijn de besparingen ook groot en dus mag het wat kosten. Bij kleine bedrijven knijpt dat principe meteen. Want als je een klein beetje kunt verdienen, kan je wel veel investeren, maar dan loop je een groot risico. Je kunt dus als kleine onderneming maar beter voorzichtig opereren. Dat is circulaire oplossingen bedenken en er goed op letten dat je de investeringen snel lonend maakt.” Joost Bouman noemt familiebedrijven in dit verband. Die zijn sterk gericht op de lange termijn. Dat kan de ontvankelijkheid voor duurzame investeringen in de hand werken.

Kleine stapjes
Volgens Alfred Hakvoort hoeft circulariteit niet altijd om grote investeringen te vragen. Kleine stapjes zijn ook goed. Maar als je dan aan het eind van de maand 300 euro hebt bespaard, gebruik die dan ook voor een nieuwe investering. Alfred Hakvoort: “En vergeet niet dat je door kostenbesparing ook meer concurrerend bent. Dat is een beloning.” Sander Jansen heeft in dit verband een goed idee. Hij roept alle ondernemers in De Liemers op om de komende tijd één circulair idee bij de kop te pakken en uit te gaan voeren. De bank heeft daar financieringsmogelijkheden voor. Hij vertelt ook dat de Rabobank bezig is een scan van het gebied te maken. Alle relevante waardestromen (bijvoorbeeld in de fruitteelt, tuinbouw, weg- en waterbouw, metaalindustrie) worden onderzocht op de mogelijkheden voor snelle omzetting naar circulariteit. Sander Jansen: “Daarna gaan we kijken welke bedrijven we willen gaan benaderen om een start te maken.”

Belonen
Joost Kelderman pleit voor een beloningsstructuur in plaats van een straf- en controlecultuur. Laat de overheid de ondernemers helpen om energie te besparen in plaats van te handhaven op een woud van regels. “Het gaat om een andere attitude bij alle partijen. Samenwerken levert meer op dan je afzetten tegen de milieuambtenaar.” Tienke van der Werf denkt dat controleren milieudoelstellingen ook kan helpen bevorderen. Ze stelt: “We hebben de Wet milieubeheer. Die schrijft voor dat bedrijven milieu-investeringen moeten doen als die binnen vijf jaar terug te verdienen zijn. Daar wordt nauwelijks op gecontroleerd. En dus gebeurt er te weinig. Daar gaan we verandering in brengen. We faciliteren ondernemers om stappen te nemen maar we verwachten vervolgens dat die stappen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.”

Onderwijs
Circulair produceren begint met circulair denken. De urgentie begint breed draagvlak te krijgen. Het onderwijs moet daarin niet vergeten worden, vindt Alfred Hakvoort. Hij ontvangt dan ook jaarlijks groepen schoolkinderen op zijn bedrijf om duurzaamheid aanschouwelijk te maken. Het gaat er om dat je bij de jeugd beleving creëert. “Wij weten hoe het circulaire denken in elkaar zit maar het moet van onderaf opgebouwd worden. Over dertig jaar zijn we oud, de jeugd heeft de toekomst”, zegt hij.Tienke van der Werf onderschrijft dat. Ze constateert tevreden dat er geen kind meer is, dat een tekening maakt waar niet een windmolen op te zien is. Jongeren krijgen dus al een andere kijk op de toekomst.

Bert Blonk is directeur-eigenaar van Blonk Training, Coaching en Advisering en daarnaast kartrekker van het Gelderse Arbeidsmarkt Model. Hij richt zich vooral op de mens in het circulaire proces en -denken. Dat betekent talent op de juiste manier inzetten. Zorgen dat er zo min mogelijk mensen aan de kant komen te staan. Materiaal is opnieuw –circulair- in te zetten, maar die aandacht moet er ook voor mensen zijn, wat Bert Blonk betreft: “We moeten ook in het werken met elkaar rekening houden. Een vacature van 28 uur is discriminerend voor talenten met een draagkracht van maximaal acht uur. Biedt als bedrijf de mogelijkheid om banen te splitsen en mensen op meerdere dagen van de week kort te laten werken. Vier keer twee uur per week werken betekent ook continuïteit voor een bedrijf. Die continuïteit is voor een bedrijf belangrijk. En bedenk dat mensen die werkloos thuis zitten, geen extra euro kunnen betalen voor die duurzaam gemaakte circulaire producten. Dat mechanisme houden we dan met elkaar in stand. Want als mensen niet verdienen wat ze eigenlijk waard zijn, dan kunnen ze ook het geld niet uitgeven. Het boeit mij enorm hoe we die combinatie goed vorm kunnen geven.”

Zoektocht
Desmond Hulsteijn is docent organisatiekunde bij de faculteit economie en management. Hij is onder andere projectleider voor het HAN-aandeel in de verduurzaming van de 34 bedrijventerreinen in De Liemers. Daar staat energie nu centraal. Maar het gaat verder. Te denken valt aan duurzame inzetbaarheid van mensen, maar ook van materieel zoals gebouwen, installaties, machines, voertuigen. Reststromen kunnen nieuwe waarde opleveren, maar ook sociale en relationele aspecten zijn te verduurzamen. De HAN helpt hierbij. Desmond Hulsteijn: “Wij kunnen lectoren, docenten en studenten in deze uitdagingen van verduurzaming als leeropdrachten inzetten. Daarmee versterkt de regio haar eigen toekomstige personeel.” De driehoek onderwijs, werkveld en onderzoek probeert Desmond Hulsteijn te verbinden. Met name op duurzame thema’s. Hij omschrijft het circulaire denken als een zoektocht, waar de HAN als onderwijsinstelling in kan faciliteren. “Leren is een heel breed begrip. Leren is invulling geven, betekenis geven aan nieuwe begrippen. Dat is een zoektocht. Daarom moet je naar dat leren over de circulaire economie niet lineair kijken, zo van ‘uiteindelijk weten we het’. Zo gemakkelijk is het niet. Overheden, onderwijs en bedrijfsleven moeten dat samendoen. Die partijen moet je bij elkaar brengen. Dat is één. Maar daarnaast is er nog een opgave, want ook de beroepen veranderen razendsnel. Accountants, bedrijfskundigen, technici, moeten nieuwe invulling aan hun beroep geven en er ontstaan volkomen nieuwe beroepen. We moeten dus leerlingen opleiden voor beroepen die nu nog niet bestaan, maar waar de circulaire economie in de nabije toekomst om zal vragen. Dat vraagt een enorme flexibiliteit van onderwijsinstelling én leerlingen.”

Workshop
Wim Nabbe vertelt over een nieuw initiatief dat goed aansluit bij het thema onderwijs en kennisvermeerdering: “We gaan een workshop voor ondernemers en overheden opzetten over circulair aanbesteden. De kunst is om de tempi waarin alle partijen zich circulair ontwikkelen op elkaar af te stemmen. Dat valt niet mee. Kijk alleen al naar de overheid met die ingewikkelde rol, enerzijds als partner en aanjager en anderzijds als handhaver.” Tienke van der Werf: “Voor wat betreft het ‘met elkaar’ wil ik een lans breken voor Het Gelders Energie Akkoord. Het is heel bijzonder dat we als ondernemers, grote kennisinstellingen, financiële wereld, belangenbehartigers en overheden bij elkaar aan tafel zitten om duurzaamheid te bevorderen. Er is een goede uitvoeringsagenda vanuit de wens om het met elkaar te gaan doen.

Ook de provincie is inhoudelijk en financieel betrokken bij het akkoord. Ik roep iedereen op om zich daarbij aan te sluiten.” Jan Willem Bulters: “Je moet cross-sectoraal denken. Je moet niet bij jezelf blijven maar informatie delen. Samen met de gemeente Zevenaar ontwikkelen we een volledig circulair fietspad. Het ambitieniveau gaan we goed vastleggen. Kijken of we de effecten kunnen meten. Dat meetinstrument is er nog niet. We lopen dus telkens tegen uitdagingen aan, waarbij andere partijen ons goed kunnen helpen.” Desmond Hulsteijn neemt de handschoen op: “Meetbaar maken is interessant vraagstuk. Als je wacht tot je de methodiek gevonden hebt, dan start je niet. Fouten durven maken, leren, is heel belangrijk in dit ontwikkelingsproces.” Alfred Hakvoort vertelt tot slot van de bijeenkomst over de Green Office die hij oprichtte. Het is een initiatief om start-ups in de circulaire economie professioneel te ondersteunen. Twee ervan dingen al mee naar Gelderse duurzaamheidsprijzen. “Kennis en ervaring bij elkaar brengen. Dat is dé manier om die vaak briljante jongeren verder te helpen. Je hoeft op niemand te wachten. Gewoon aan de slag gaan!” «

 

Tekst: Paul de Jager / Fotografie: Istar Verspuij