Gepubliceerd op 17 juli 2017

De weg naar een circulaire economie is nog lang en vol met valkuilen

De circulaire economie. Haalbaar en werkbaar, of Utopia? Het recent gepubliceerde landelijke onderzoek door de Radboud Universiteit Nijmegen naar de stand van zaken en de businessmodellen die zich rond de circulaire economie ontwikkelen, geeft wel hoop voor de toekomst, maar niet meer dan dat. Eén zwaluw maakt nog geen zomer. In de praktijk blijkt dat het bedrijfsleven – zeker in de traditionele sectoren – ver achter loopt bij het denken over de circulaire economie. De wet- en regelgeving is er ook niet op afgestemd, het gros van de ondernemers is er (nog) niet klaar voor en de aloude vraag ‘wie zal dat betalen’ speelt ook hier een bepalende rol.

Voor veel organisaties blijkt het vormen van een sluitend kringloopproces een ingewikkelde opgave en veel ondernemers laten het daarom voor wat het is. En als er al iets in de richting van een circulaire economie gebeurt, dan worden de mogelijkheden door bedrijven vooral primair in-huis gezocht, met partners die men kent. Bovendien beperkt de circulaire business zich voorlopig vooral tot recyclen, energiebesparing en grondstoffenreductie.Het rondetafelgesprek met een viertal Limburgse ondernemers over de ontwikkeling van een circulaire economie en de ermee verbonden thema’s innovatie en duurzaamheid, die er veel zo niet alles mee te maken hebben, bevestigt dit beeld. De circulaire economie is voorlopig een hype, die alleen met hulp van de overheid en gedurfd ondernemerschap (zoals startups vertonen) bereikbaar is. Aan het einde van het gesprek rest één hoopvolle conclusie: geef de jeugd de ruimte. Vooral op managementniveau, om de gewenste en broodnodige omwenteling in denken over circulair ondernemen te laten plaatsvinden. Als de ultieme propositie om deze ontwikkeling überhaupt een kans van slagen te geven.

De scepsis ten aanzien van de haalbaarheid van de circulaire economie blijkt ook uit de aangeleverde stellingen van de deelnemers aan het rondetafelgesprek. Bart Verlegh van marketingconsultant BlueHub uit Venlo, Tom Dammann van Profleds uit Geleen, een bedrijf gespecialiseerd in ledverlichting, Thijs van de Ven van Van der Valk Venlo en Jeroen Rondeel van engineeringsbureau Blue Engineering uit Venlo geven er in het Blue Innovation Center op bedrijventerrein Noorderpoort in Venlo hun visie op.

Er moet iets gebeuren
Echt goede innovaties zijn per definitie (ecologisch en economisch) duurzaam gedreven, echte duurzame innovaties komen alleen vanuit startups en nieuwe bedrijven en duurzaamheid of circulaire economie implementeren is te weerbarstig voor bestaande bedrijven, zo stelt Bart Verlegh. Hij wijst erop dat ook de wet- en regelgeving niet altijd past en je als bedrijf niet zomaar je hele proces overhoop kunt gooien. Het gaat verder ook om je bedrijfscultuur, vindt hij. Tom Dammann vindt het te makkelijk om te roepen dat je als bedrijf meedoet, want het gaat uiteindelijk om de pecunia: what’s in it for me. “Je moet bijvoorbeeld eerst verduurzamen om met succes duurzaam energie te kunnen gaan opwekken”, zegt hij. “Overheden plaatsen nu te pas en te onpas zonnepanelen of subsidiëren het duurzaam opwekken van energie. Terwijl energiebesparende maatregelen als warmtepompen, isolatie of energiezuinige verlichting worden overgeslagen. Dat moet juist andersom.”

“Te lang stil blijven staan is geen optie, elke organisatie moet tijdig vernieuwen”

Iedereen weet echter dat zoals het nu gaat het niet langer kan, stelt Jeroen Rondeel. “We consumeren meer dan de aarde ons geeft. Je kunt erop wachten dat er straks oorlog komt vanwege de voedselschaarste. Dus moet er iets gebeuren. Er is een grote reorganisatie nodig, een crisis. De elektrische auto was er ook nooit gekomen als niet iemand ooit was begonnen de Tesla te bouwen. Voor grote veranderingen is altijd een beweging nodig. Zo heeft Tesla BMW gedwongen om ook een elektrische auto te gaan bouwen. Het is dan ook belachelijk dat er subsidie is op hybride auto’s. Elektrisch rijden is goed maar er zijn ook vraagtekens, want de batterijen zijn zwaar vervuilend.” Voor Tom Dammann moet het gaan als met de veiligheidsgordel. “Als de overheid roept dat het moet, gebeurt het. Maar als vervolgens de subsidie ophoudt, dondert het weer in elkaar. Als innovatie ons geld gaat kosten, doen we het niet meer. We willen wel elektrisch rijden, maar als het te duur wordt, valt onze keuze toch anders uit.“

De macht van de jeugd
Bart Verlegh trekt de discussie wat breder. Innovatie is goed maar mag geen hype worden, vindt hij. “De nieuwe generatie jonge ondernemers wordt gedreven door de vraag ‘waaróm doe ik iets’. Zij heeft aandacht voor de wereld en wil niet alleen maar economisch groter groeien. Het is al best een grote groep, die ervoor zorgt dat de circulaire economie uiteindelijk gestalte krijgt. Er zijn al allerlei initiatieven waar de jeugd meer voor wil betalen, zoals biologische ontwikkelingen. Er moet dus iets veranderen in onze mindset. De behoefte van de jonge consumenten als machtige groep gaat bedrijven verplichten om te innoveren en om te schakelen op duurzame alternatieven. Die switch gaat gegarandeerd gebeuren.” Ook Jeroen Rondeel ziet brood in de bioproducten, die jongeren bewust kopen, ondanks hun vaak strakke budget. “Vanaf 25 jaar gaan consumenten meestal ouderwets consumeren, maar voordien niet. Als die trend doorzet, hebben we de gewenste switch te pakken. De jeugd is gewend haar geld anders te besteden. Zij kijkt anders en is bovendien heel autonoom.” Maar Tom Dammann is sceptisch: “Kijk eens in de supermarkt, daar wordt het koopgedrag bepaald door het prijsverschil, niet of een product biologisch is geproduceerd of niet. Ik hoop echter dat jullie gelijk krijgen.”

Maar toch. Thijs van de Ven geeft als voorbeeld dat bij Van der Valk Venlo schoonmaakmiddelen geen chemicaliën mogen bevatten en biologisch afbreekbaar moeten zijn. Als meer bedrijven zo gaan denken, gaan de prijzen voor die producten uiteindelijk omlaag door de grotere afname, denkt hij. “De overheid moet het bestaande bedrijven gemakkelijker maken te investeren in duurzaamheid.” Voor Jeroen Rondeel worden in die hele ontwikkeling steeds twee stappen vooruit gezet en één terug. Het is een vliegwiel dat je, eenmaal in beweging gezet, niet zomaar weer stilzet. “De curve in organisatieontwikkelingenis nu eenmaal lang en gaat langzaam. Dus moet je die groep consumenten tot 25 jaar wel koesteren.” Bart Verlegh onderschrijft dat, al denkt hij dat het wel nog een tijdje zal duren voordat we van een circulaire economie kunnen spreken. En niet alleen in Nederland, stelt Tom Dammann. “Je kunt bijvoorbeeld wel andere producten gaan gebruiken, maar die moeten ook rendement hebben. De overheid kan dat stimuleren, want nieuwe producten ontwikkelen en testen is niet te betalen voor de kleine ondernemer. Daar moet subsidie voor zijn.”

Innovatie en subsidie
Bij innovatie, zoals in auto’s en zonnepanelen, moet het geld er aan de voorkant van het proces worden ingestoken, vindt Jeroen Rondeel. “De overheid moet daarvoor de regels opstellen en aanhouden. Neem een Nederlands bedrijf voor je zonnepanelen, want die zijn innovatief en beter dan die van de Chinezen. Laat zien dat het werkt.” Voor Tom Dammann moet je dan wel eerst het stroomverbruik verminderen, bijvoorbeeld door het aanbrengen van ledverlichting, en daarna pas de zonnepanelen subsidiëren. Jeroen Rondeel en Bart Verlegh delen de opvatting dat innovaties moeten worden gestimuleerd om sneller als volwassen product naar de markt te kunnen. Dat is bij de zonnepanelen helemaal scheef gegaan, vinden zij. “Zodra een businessmodel rond is en naar volwassenheid groeit, moet de overheid er de handen vanaf trekken.” Tom Dammann ziet pas heil in subsidie op zonnepanelen als je eerst het energieverbruik veranderd. Hij wijst op België, waar zoveel zonnepanelen zijn geplaatst dat het land in de zomer een energieoverschot heeft en in de winter een tekort.

Dus, zo luidt de conclusie, zal de overheid de kar moeten trekken. Met subsidie als innovatieversneller. Als bedrijven er maar mee bezig zijn, vindt Thijs van de Ven. Zijn werkgever hoest op dat gebied al allerlei ideeën op. Zo worden producten bewust regionaal ingekocht. Die aanzet tot lokaal circulair produceren en inkopen wordt door zijn gesprekspartners gezien als een goede eerste stap op weg naar een circulaire economie. Wie lokaal producten afneemt, is bovendien als werkgever een stuk relevanter in de regio. Je zou zelfs een deel van je marketingbudget kunnen reserveren om te investeren in local-to-local, in plaats van de aloude bedrijfssponsoring, vindt Bart Verlegh. Dat kan best ver gaan, tot en met het managen van de bedrijfsvoering van je leverancier. Al hebben startups daar problemen mee, zegt Jeroen Rondeel. Het Blue Innovation Center, waar Blue Engineering en BlueHub deel van uitmaken, fungeert als een soort incubator, waar startups met bloed, zweet en tranen tot echte bedrijven kunnen doorgroeien. In open brains-sessies komen hier bijna wekelijks teams samen om allerlei suggesties voor innovaties uit te kristalliseren, wat een berg inzichten oplevert, geeft Bart Verlegh aan. Idee-eigenaren en startups dus samen aan tafel. Als er wel maar een businessplan uitrolt, vindt Tom Dammann. Wilde ideeën zijn prima voor hem, maar ze moeten wel uitvoerbaar zijn, realistisch en financieel haalbaar. En daar heb je experts bij nodig. Je moet leren als ondernemer om in te zien hoe je het beste omgaat met je bedrijf, zegt Jeroen Rondeel. “Ook door minder te gaan produceren, kun je best gelukkig worden. De nieuwe generatie ondernemers staat ook zo in het leven. Daarom kan ik het ook met de stelling eens zijn dat echt goede innovaties per definitie ecologisch en economisch duurzaam gedreven zijn. Niet alleen het economische aspect is belangrijk. Al heb je altijd een goede business case nodig en moet je oppassen voor suboptimalisatie.”

Crisis als oplossing
Voor Tom Dammann moet een business case altijd uitvoerbaar zijn, er moet geld verdiend worden. Eerst investeren en dat geld later terugverdienen. Zoals Tesla, dat ooit een proefkonijn was voor BMW en nu een beursgenoteerd bedrijf is, zegt Thijs van de Ven. Ook Facebook en Silicon Valley zijn ooit klein begonnen, maar aan dergelijke succesverhalen heeft het mkb geen boodschap denkt hij. Bart Verlegh wijst erop dat in staat zijn om groot te denken er wel voor heeft gezorgd dat Noord-Limburg 30 wereldleiders op hun gebied telt. Al komen de nieuwe bedrijven wel allemaal uit de States, waar de ondernemingscultuur anders en de markt veel groter is, maakt Tom Dammann een kanttekening. Jeroen Rondeel refereert in dat kader aan de zware crisis in de maakindustrie in de VS in 2000. De VS hebben zich tijdig gerealiseerd dat het een waanzinnig groot achterland heeft en is weer zelf gaan produceren in plaats van alles maar te importeren en is zo sterk teruggekomen. Hij citeert de succesvolle oud-hockeycoach Marc Lammers, die zei: creëer een crisis en alles is opgelost. “Briljant, crisis als basis voor innovatie.”

Thijs van de Ven noemt zijn eigen hotelbranche als voorbeeld. Te lang stil blijven staan is geen optie, elke organisatie moet tijdig vernieuwen. De crisis heeft iedereen wakker geschud en slechte bedrijven gesaneerd, stelt Tom Dammann. Ontsla in slaap gevallen managers en vervang ze door de jeugd, vindt Bart Verlegh. Jeroen Rondeel constateert dat door de crisis de reguliere industrie nog angstig is en wijst op het gevaar van op de automatische piloot ondernemen. Misschien is de circulaire economie wel de nieuwe crisis, oppert Bart Verlegh afsluitend.

Flinke stappen
Samenvattend illustreert het rondetafelgesprek wat ook het onderzoek van de universiteit van Nijmegen laat zien: bedrijven worstelen met de strategie die nodig is om echt circulair te ondernemen en komen maar mondjesmaat los van hun traditionele verdienmodellen. Waardoor circulair ondernemen nog maar op weinig plekken de basis van de core business vormt. Er zullen nog flinke stappen gezet moeten worden om ooit tot een brede circulaire economie te kunnen komen. «

Tekst: Van Zandvoort Media / Fotografie: Sjef Frijns