Gepubliceerd op 20 maart 2019

Bouwen, techniek en zorg zorgen voor stimulerende dynamiek

Bouw, techniek en zorg. Het zijn terreinen die onder invloed van allerlei maatschappelijke factoren steeds nauwer vervlochten raken. Die factoren zijn onder andere bezuinigingen op de Rijksbegroting en de verdergaande vergrijzing in het land. Een divers gezelschap treedt aan om over dit onderwerp van gedachten te wisselen. De tafel staat dit keer in Huize Heyendael op het terrein van het Radboudumc in Nijmegen. “Een goed gebouw vraagt om een goede opdrachtgever.”

René Bleeker is directeur bouwzaken van het Radboudumc. Daarmee tekent hij voor alle renovatie-, nieuwbouwprojecten en groot onderhoud op het ziekenhuisterrein.

De afgelopen decennia zijn vrijwel alle gebouwen toegesneden op eigentijdse optimale gezondheidszorg. En nu?

René Bleeker schetst een toekomstbeeld:

“Zelfstandig wonen is een trigger, die leidt tot bezuinigingen maar ook tot verbetering van kwaliteit van leven”

“Hoe gaat de patiëntenzorg zich de komende 15 jaar ontwikkelen? Wat voor soort patiënten verwachten we? We denken dat vanwege de ouderdom de zorgvraag 16 procent toe gaat nemen in onze regio. Daarnaast is er de snelle opkomst van de techniek. Door nieuwe toepassingen in de genetica kunnen we in de toekomst met DNA aanpassingen veel ziekten meer doeltreffend behandelen dan nu of zelfs voorkomen. Domotica maakt het mogelijk om patiënten vanuit het ziekenhuis thuis te monitoren. Implantaten voor kaak- en schedelingrepen printen we steeds meer zelf met de 3D-printer. Operaties worden nauwkeuriger en zijn in één keer afdoende waar de patiënt vroeger soms drie keer terug moest komen. Die technologie is in steeds ruimere mate voorhanden maar kost ook veel geld. Tegelijkertijd blijven onze inkomsten gelijk. Dus wat gaan we nu doen? We hebben goed naar ons vastgoed gekeken en zien dat lang niet alle ruimten, zoals operatieruimtes, efficiënt gebruikt worden. Dus hebben we besloten om de komende tijd 100.000 m² te slopen. We gaan terug van 450.000 m² naar 350.000 m² vastgoed, maar blijven dezelfde productie draaien als in 2016. Dat wordt krap en spannend. Maar we verwachten hierdoor financieel gezond te kunnen blijven en dat hebben we voorzichtig in onze businesscase ingerekend. Verder gaan we inzetten op de weerbaarheid van ons personeel. De werkdruk is hoog. Dat vraagt onder meer om een gezonde leefstijl. We willen burn-outs onder verplegend personeel en jonge doktoren tegen gaan, een gezonde werkomgeving kan hier zeker aan bij dragen. Samengevat: minder stenen, meer technologie en een andere manier van werken.”

Medische technologie

Eric Mimmel is als manager vastgoed en infrastructuur van het Radboudumc verantwoordelijk voor de instandhouding van alle bestaande vastgoed en medische technologie. Daarnaast is hij binnen de projectgroep bouwzaken ook verantwoordelijk voor technologie ontwikkeling en technologiekeuzes. Hij ziet dat technologie bij kan dragen aan efficiëntieverbetering in de zorg: “Dat heeft onder andere te maken met het verzamelen van data. Daar kunnen we slimmere informatie van maken en die gebruiken om onze processen te verfijnen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het monitoren van patiënten: er worden veel zaken geregistreerd, maar ze worden nog onvoldoende omgezet in trends. Als je dat doet, dan kan je conclusies trekken die je niet uit de momentopnamen haalt. Daarmee kan je eerder ingrijpen bij de patiënt en voorkomen dat hij naar de intensive care moet of bereiken dat hij sneller naar huis kan. Als we op die manier ook opnames kunnen verkorten van zes naar vijf dagen dan levert dat de maatschappij en de patiënt heel veel rendement op. Ook daarom denken we dat we met minder vierkant meters uit kunnen komen.” Eric Mimmel ziet het als een enorme uitdaging om de collega’s met al die nieuwe technologie te laten werken: ”De zorgprofessional duikt niet als eerste in de techniek. Maar ze zullen er zodanig handig in moeten worden dat het een tweede natuur wordt. Die denkstap maken is vaak heel lastig. Daar moet je mensen in meenemen. Daartoe hebben we twee zorgomgevingen van de toekomst gebouwd waar we de komende jaren samen met zorgprofessionals kunnen ervaren hoe die nieuwe omgeving gaat werken. We kunnen er leren en aan de hand van de praktijk onze ideeën bijsturen.”

Turbulentie

Albert Zeggelaar is directeur zorg, welzijn, sport en uiterlijke verzorging bij het ROC Nijmegen. Hij voelt zich aangesproken door de vraag hoe medewerkers gestimuleerd kunnen worden om aan de slag te gaan met nieuwe techniek. Hij constateert een hoge mate van turbulentie in de werkprocessen. De omlooptijd van nieuwe technieken is kort, de innovaties buitelen over elkaar heen. Albert Zeggelaar: “Mensen moeten zich continu aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Het is een verstandige strategie om mét mensen te sleutelen aan hun opvattingen hierover. We trainen ze vaak in kennis en vaardigheden. Maar hoe kan je blijven leren? Dat is een competentie. Het gaat om het leren van leren, leerstimulatie dus. Dat is maar een onderdeel van de puzzel. Leefstijl speelt zoals gezegd een rol bij het vergroten van weerbaarheid voor mensen die onder grote druk werken. In de zorg is de uitstroom het grootst bij medewerkers onder 35 jaar. Hoe kan je die jonge zorgprofessionals leren om hun eigen strategie te pakken? Nadenken over jezelf en over hoe je staat in het leven is hier een belangrijk onderdeel.”

Chris Doomernik, directeur van het zorginnovatie netwerk Health Valley, trekt het nog iets breder: “Die turbulentie doet zich in alle domeinen van het leven voor, ook privé. Daarmee leren omgaan, daar kan je niet vroeg genoeg mee beginnen.”

Frits Schultheiss, hoofddocent bouwkunde en onderzoeker bij het lectoraat architecture in health van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) wijst erop dat ook docenten bij moeten blijven. Hij zegt: ”Ik zie dat studenten vlot leren. Ze maken zich snel nieuwe vaardigheden eigen. Maar als ik wil dat dat zo blijft, dan moet ik als docent zéker goed bij de tijd zijn.” De HAN biedt docenten ruimte voor deskundigheidsbevordering en in lectoraten worden samen met studenten onderzoeksopdrachten uit het bedrijfsleven uitgevoerd.

Chris Doomernik: Hoe leer je als professionals, maar ook patiënten, omgaan met nieuwe technologie? Ik zie bij innovaties dat er een belangrijke sleutel ligt bij het vanaf het begin samenwerken met de potentiële gebruikers. In de zorg zie je mensen die niet gekozen hebben voor hun opleiding vanwege de technologie. Zij willen ‘met mensen werken’. Maar het beroep is ondenkbaar zonder technologie. Ga met de zorgprofessionals in gesprek. Dan werk je vanaf dag 1 aan de adaptatie. Health Valley vervult daar een rol in door ondernemers die ideeën hebben over verbetering van de zorg in een vroeg stadium in contact te brengen met de doelgroep die ze voor ogen hebben: professionals en patiënten. Vaak leidt dat er toe dat het prachtige idee dat de ondernemer heeft, meteen afgeschoten wordt of drastisch aangepast moet worden omdat het anders niet gaat werken. Lastig is wel dat professionals in de zorg werken onder tijdsdruk. Ruimte om te freewheelen is er niet veel.”

Wijken

Het gesprek verschuift van de zorg op het ziekenhuisterrein naar ambulante zorg en zorg in de wijken. Want de overheid wil dat burgers zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Bestuurder van zorginstelling Driestroom Wim Muilenburg ziet daar winst. Hij constateert dat burgers in zorginstellingen allerlei rechten verliezen. Dat geldt zowel voor ouderen als voor mensen met een beperking. Ze raken intramuraal de regie over hun leven kwijt, maar behouden die als ze in de wijk kunnen blijven wonen. Digitale techniek ondersteunt de cliënt in zijn thuissituatie. Zorginstellingen kunnen zorg op afstand leveren. Patiëntenverenigingen en bewonersorganisaties kunnen inspringen. Het recht op zelfstandig wonen leidt zo tot allerlei zorginnovaties. Wim Muilenburg: “Neem Nijmegen-West, een sociaal wat zwakke wijk. Als je daar instroom van oud GGZ-cliënten krijgt, dan leidt dat tot druk op de leefbaarheid. Daar moet je nieuwe concepten op los laten. Zelfstandig wonen is een trigger, die leidt tot bezuinigingen maar ook tot verbetering van kwaliteit van leven.” Even later introduceert Wim Muilenburg de term ‘zorgneutrale wijk’. Vanuit het ziekenhuis of de zorginstelling worden kwetsbare mensen thuis ondersteund. Maar er is meer: “In Druten willen we jongeren in gesprek laten gaan met ouderen. Wat kunnen ze voor elkaar betekenen? En mensen met een beperking kunnen tuintjes in de wijk opknappen. Zo zijn er meer voorbeelden van zorg voor elkaar.”

Woonruimte als mantelzorger

Jarno Nillesen is architect en mede-directeur van Wiegerinck Architecten. Het kantoor is actief op de terreinen ziekenhuizen, onderwijs en onderzoek en wonen en zorg. Hoe kan architectuur bijdragen aan de zorg voor de bewoner? Jarno Nillesen pleit voor een open wijkstructuur, waar plaats is voor een zorginstelling. Het is belangrijk dat mensen zo dicht mogelijk bij hun oude leefomgeving in een zorginstelling komen. Maar het is ook helpend als zorginstelling en wijk goed op elkaar aansluiten. Jarno Nillesen: “Je moet van elkaar kunnen zien hoe je leeft of woont. In Ede ontwierpen we 120 appartementen dichtbij een villawijk. We waren bang voor protesten. Maar door de open en kleinschalig opzet bleken bewoners ontvankelijk voor hun nieuwe buren. Nu maaien ze daar het gras ook wel even, als ze toch bezig zijn in hun eigen tuin; ze gaan participeren.”

Architectuur kan volgens Jarno Nillesen ook helpend zijn in kleinschalig groepswonen. Hij noemt architectuur ‘een taal die 24 uur per dag aan staat’. Jarno Nillesen: “Neem mensen met geheugenverlies. We helpen ze met wat we noemen een intuïtieve leefomgeving. Als ze de gang op gaan zullen ze waarschijnlijk gaan lopen in de richting waar prikkels zijn; de gemeenschappelijke woonkamer. Zorg dat daar het toilet gemakkelijk te vinden is. Met een pictogram van een toilet op de deur. Als je de deur open doet, dan zie je het toilet meteen. Dat is belangrijk voor dementerenden. En de gemeenschappelijke woonkamer kan je zo inrichten dat je overprikkeling, vaak gepaard gaand met ongewenst gedrag, tegen gaat. Een goede routing draagt eraan bij dat de bewoner zijn appartement zelf terug vindt.” Jarno Nillesen noemt een verpleeghuis in Ede, gebouwd voor zorginstelling Vilente, waar een goede synergie tussen zorg en gebouw bij draagt aan de rust op de afdelingen.

Frits Schultheiss: “Wij zien woonruimte als hulp voor een mantelzorger die thuiszorg biedt. Een empathische woonruimte die meevoelt en reageert op de behoeften van de bewoner en zo bijdraagt aan behoud van de gezondheid van de bewoner. We hebben ter inspiratie op het terrein van Industriepark Kleefse Waard in Arnhem de empathische woning neergezet. Daar worden onze onderzoeksresultaten beproeft. We doen er aan praktijkgericht onderzoek, studenten gebruiken het als laboratorium.”

Opdrachtgever

Rikus Wolbers is directeur van Novio Tech Campus. Dat vestigt zo’n 70 bedrijven op het gebied van health en high tech en biedt ondersteuning aan bedrijven, met snellere groei als doel. Hij typeert de bouwwereld gemiddeld genomen als een redelijk conservatieve sector die niet heel snel over te halen is tot nieuwe ontwikkelingen. Rikus Wolbers: “Dat betekent dat je als opdrachtgever goed moet weten wat er te koop is, welke nieuwe technologie voor handen is en wat je kan vragen van de architect en de bouwer. Je moet als opdrachtgever je zaakjes dus goed op orde hebben. Daar komt bij dat bouwen kapitaalintensief is en een gebouw relatief lang staat. Dat zou overigens best wat korter mogen. Gebouwen zouden demontabel mogen zijn. De industrie gebruikt gebouwen als omhulling voor een productieproces dat na vijf jaar weer veranderd is. Dus dan wordt alles alweer wat anders. Dat geldt voor de zorg net zo goed. Er is een spanning tussen de traditie, hoe we het altijd gedaan hebben, en hoe we het gaan doen in de komende 10, 20 jaar. Dat gat moet gedicht worden, is de grote uitdaging. Van de bouwsector gaat dat niet uit. Dat moet van de opdrachtgever komen. Die moeten kiezen tussen alternatieven en vooruit kijken om te zien welke technieken de winnaars en welke de verliezers zijn in de gebouwen van de toekomst. Hoe werkt het en hoe kies je je positie als opdrachtgever? Blijkbaar is het gebouw ook een drijfveer voor verandering en het nadenken over veranderingen in de zorg. Een bouwproject stimuleert en verplicht de gebruikers om na te denken over hoe ze willen gaan werken in de toekomst. Wat komt er de komende jaren op ons af en wat gaat dat voor het gebouw betekenen? De opdrachtgever van zo’n bouwproject heeft veel verantwoordelijkheid! Vertrouwen en backing van je directie zijn belangrijk. Het Is spannend want als je het gebouw neergezet hebt, dan staat het er wel.” Rikus vertelt verder dat op Novio Tech Campus een bedrijf kantoorruimte kan bouwen, maar ook huren of verbouwen. Wanneer een partij voor (een van) de laatste twee kiest, is Novio tech Campus niet de directe opdrachtgever maar speelt het een adviserende en ondersteunende rol.

Jarno Nillesen: “Een goed gebouw verdient een goede opdrachtgever.”

Frits Schultheiss: “Je weet niet wat er over vijf of tien jaar gebeurt. Je moet dus flexibel bouwen. Verdeel in lagen die aangepast kunnen worden zonder andere lagen aan te tasten. Lijm geen elementen aan elkaar maar zorg dat het gemakkelijk uit elkaar te nemen is. Maar circulair bouwen, hergebruiken, is een best ingewikkelde problematiek.” «

Tekst: Paul de Jager

Fotografie: Istar Verspuij