Gepubliceerd op 23 maart 2019

Bouw, zorg en onderwijs pakken samen eigentijdse problemen aan

Bouwbedrijven, onderwijs en zorginstellingen trekken steeds intensiever met elkaar op. Doel is om de complexe maatschappelijke zorgkwesties gezamenlijk op een eigentijdse manier op te lossen. Daarbij worden de nieuwste technieken gebruikt en herleven tegelijkertijd aloude concepten zoals ‘verbinden’ en ‘ontmoetingen creëren’.

Jeroen Mareé is directeur cluster zorg & welzijn bij regionaal opleidingscentrum Rijn IJssel. Voor het cluster zorg & welzijn gaat dat over 3000 studenten. Hij ziet de grenzen tussen bouwen, wonen, werken en leren vervagen. Dat levert een integraliteit op waar alle betrokken partijen beter van worden. Klant, burger en cliënt, medewerker en student vormen het uitgangspunt. De zorgvraag achterhalen is een kwestie van de dialoog aangaan. “Hoe ziet de toekomstige woningbouw eruit, wat is de invloed van technologische toepassingen, van robotica? Mensen in de zorg- en welzijnssector gaan daardoor op een andere manier werken. Over tien jaar hebben we wellicht geen verzorgingstehuizen meer. Op al die ontwikkelingen moeten we de opleidingen aanpassen”, vindt Jeroen Mareé.

Oscar Arenz is commercieel directeur bij Modderkolk Industry & healthcare solutions. Het Wijchense bedrijf bouwt, onderhoudt en beheert in de medische wereld. Hij herkent het verhaal van Jeroen Mareé: ”In het verleden werden de studenten opgeleid en met een diploma overgedragen aan de bedrijfswereld. Dat had veel weg van ‘over de schutting gooien’. Nu proberen we aansluiting te vinden; samen met het onderwijs. Daartoe zijn we als bedrijf in 2010 totaal veranderd. Zo is er in nauwe samenwerking met het reguliere onderwijs een eigen bedrijfsschool geïmplementeerd.”

Jeroen Mareé: “We erkennen dat we elkaar nodig hebben. Leren en ontwikkelen is een continu proces. Wij als opleidingsinstituut staan aan het begin. Maar we hebben het praktijkveld meer dan nodig. Bijvoorbeeld in het samen begeleiden van kwetsbare jongeren of in het samen ontwikkelen van nieuwe leer- en ontwikkeltrajecten zoals de praktijkleerroutes. Ander mooi voorbeeld is het samen optrekken in de competentieontwikkeling van studenten en medewerkers in het toepassen van nieuwe technologieën.”

“Je mag het handwerk niet uitvlakken, het ambacht moeten we niet kwijt raken”

Willem-Jan Hanegraaf is programmadirecteur bouw bij Rijnstate, het ziekenhuis in Arnhem. Daar draait een ambitieus ‘vernieuwbouwprogramma’. Met een budget van zo’n 160 miljoen euro wordt het ziekenhuis gereed gemaakt voor de periode tot 2045. Ook op tal van locaties staan veranderingen op til of zijn al afgerond. Hij vraagt zich af of de docenten ook het werkveld ingestuurd worden. “Want we zien soms dat docenten met een andere blik naar studenten kijken dan wij dat doen. Voor ons geldt de toegevoegde waarde voor het ziekenhuis als een belangrijk criterium.”

Diagnose

Monique Petit is manager arbeidsontwikkeling bij Scalabor. De organisatie begeleidt mensen uit bijzondere doelgroepen naar duurzaam werk. Ze vertelt: “Wij geloven in een goede diagnose. We hebben een arbeids-onderzoekscentrum en iedereen krijgt een intakegesprek, training en assessment. Daar komt een rapportage en ontwikkelplan uit. Vervolgens kunnen we mensen plaatsen en begeleiden op onze in- en externe leerwerkplekken. Die bieden we in acht branches, tot maximaal opleidingsniveau mbo-1/2. We zijn in gesprek met Rijn IJssel om voor de zorg een nieuw ontwikkeltraject neer te zetten. Vanuit de behoefte van de werkgever, en met de competenties die nodig zijn.”

“Het is een teamspel. Bruggen slaan, anders gebeurt er niets”, vat Oscar Arenz samen.

Willem-Jan Hanegraaf: “Als we dat met z’n allen erkennen hebben we al een hele stap gemaakt. Je kan niet een onderwijsprogramma tien jaar in stand houden.”

Monique Petit wijst erop dat de vele financiële regelingen belemmerend kunnen werken. Maar daar heeft Willem-Jan Hanegraaf een antwoord op: “Volgens mij zit de kracht erin dat je mensen opleidt, wetende dat die belemmeringen er zijn. Dat moet je leren te managen. Ontwikkelingen zijn voor het onderwijs nauwelijks bij te houden. Maar je kunt studenten wel leren om breder te kijken dan alleen hun eigen werkveld.”

Gosse Dousma is directeur bij Van Wijnen Projectontwikkeling Oost. Hij zegt: “Mij valt op dat het hbo-onderwijs steeds meer gaat over waarom je een keus gemaakt hebt en wat je daarvan geleerd hebt. Leren nadenken. Het hbo komt daarmee dichter bij de universiteit. Maar je mag het handwerk niet uitvlakken, het ambacht moeten we niet kwijt raken.”

Zorgconcept

Wim Muilenburg is voorzitter van de Raad van Bestuur van zorginstelling Driestroom. Hij vindt de opleidingsvisies mooi, maar constateert tegelijkertijd dat er ‘iets raars’ aan de hand is in Nederland. Enerzijds staan bijna een miljoen mensen werkloos aan de zijlijn. En anderzijds is er het probleem dat de economie in een neerwaartse spiraal draait omdat werkgevers projecten niet op kunnen pakken vanwege te weinig menskracht. “Daar is dus iets mis gegaan.” Hij vertelt over het nieuwe DROOM!, dochteronderneming van Driestroom, dat bij het NS-station in Elst moet komen. “Dit wordt een conferentieoord met landelijke uitstraling, waar onder meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, ook wel assistent-medewerkers genoemd, komen te werken, die begeleidt worden door Driestroom en DROOM!. Daarnaast krijgen zij een belangrijke rol in het ‘best ontzorgde station van Nederland’, dat Elst de komende jaren moet worden. Het idee is dat je hier als treinreiziger bij wijze van spreken je autosleutel af kunt geven en onze assistent-medewerkers de was doen die achter in je auto ligt, de auto naar de garage brengen als deze een beurt nodig heeft. Enzovoort. Als je terugkomt van je treinreis, liggen je bood- schappen en schone was in de auto en rijd je met een brede glimlach naar huis.” Hij schat in dat dit zorg- concept veel banen oplevert voor mensen met een uitkering, al dan niet met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Sensortechniek

Het gesprek krijgt een technische wending als de gesprekspartners vertellen over de vele moderne toepassingen die op de markt komen. Oscar Arenz vertelt over de asset-sensortechniek, die onderhoudsvoorspelling op afstand mogelijk maakt. Wim Muilenburg laat tinybots de revue passeren. Die kennen het dagprogramma van de cliënt en waarschuwen bijvoorbeeld als over vijf minuten een zorgverlener op de stoep staat. Willem-Jan Hanegraaf heeft het over voorspellende slimme pleisters die door Rijnstate samen met Philips zijn ontwikkeld om zorg op afstand te verbeteren. Monique Petit weet van een virtuele bril die deeltaakjes voorschotelt aan cliënten die een hele opdracht niet kunnen overzien.

eHealth

Het tafelgesprek komt in een stroomversnelling als Tom Vlemingh het woord neemt. Hij is associate partner en architect bij Wiegerinck Architecten. Dat bureau bestaat inmiddels 70 jaar en heeft tal van zorgprojecten op naam staan. Ook binnen Rijnstate Ziekenhuis is Wiegerinck veelvuldig aan het werk. Tom Vlemingh gelooft heilig in eHealth en de digitale revolutie die wonen en werken in de zorg ondersteunt. Hij toont zich dankbaar dat hij aan de ontwikkelingen als architect vorm mag geven. Tom Vlemingh: “Ik zie integratie van systemen, we ontwerpen slimme gebouwen die bijvoorbeeld iemand met dementie goed kan monitoren in de thuissituatie. Dat draagt terdege bij aan hun welbevinden. Aan de andere kant gaat het over mensen. Sociale wezens. Is die menselijke aandacht vervangbaar?

Dat denk ik absoluut niet. En dat moeten we ook niet willen. Het intermenselijk contact is van wezenlijk belang.” Architecten kunnen daar volgens hem vorm aan geven. Door te zorgen voor een bebouwde omgeving waar dat contact kan ontstaan. “Wij noemen dat – met termen uit de oudheid- wel eens de oikos en de agora. Oikos is de plek voor jezelf, waar je je concentreert, kunt werken, jezelf kunt zijn of kunt rusten. Agora is van oudsher de plek waar handel gedreven wordt en mensen elkaar ontmoeten. Die plekken moet je inbouwen. Dat kan een vide zijn, een atrium, ergens een koffiehoek. Want ondanks alle techniek blijft het belangrijk dat mensen elkaar in de ogen kijken. “Gelukkig wel”, betoogt Tom Vlemingh.

Spreekuurassistente

Willem-Jan Hanegraaf ziet toch ook een rol voor techniek bij die intermenselijke ontmoeting: “Ons nieuwe polikliniekconcept voorziet in aanmeldzuilen. De eerste reactie was kritisch: waar is de menselijke maat? Maar dat bevordert juist het contact. De zuil is het begin van het proces. Er staat een gastvrouw naast, een gezicht. Die kan je helpen. Hierdoor konden we de receptiefunctie laten verdwijnen. Als je net uit een consult komt en je hebt vervelend nieuws gehoord over je gezondheid, dan heb je juist aan een balie weinig privacy bij het maken van een vervolgafspraak. Een spreekuurassistente in een aparte ruimte maakt nu tijd voor je vrij, als dat nodig is. Het geeft meer rust in onze organisatie en geeft patiënt meer rust, want door technologie wordt hij beter naar vraag en behoefte bediend. Techniek moet bijdragen aan het proces.”

Gosse Dousma noemt in dit verband de omgevingsgerichtheid van alle medewerkers van hoog tot laag bij Van Wijnen: “Op een gegeven moment moet er gebouwd worden. Dat doen we in ziekenhuizen maar ook in zorgtehuizen. Dan zijn we met techniek bezig. Maar we vragen van onze mensen dat ze zich realiseren dat ze in een bepaalde context werken. Dus ziekenhuispersoneel en bouwvakkers mogen elkaar met respect aanspreken. En de bouwvakker die een gevel aan het verbeteren is, reikt het kopje thee aan als hij ziet dat de bewoonster er moeilijk bij kan. De menselijke maat is en blijft van belang.”

Wim Muilenburg: “Die lijn trek ik even door naar de maatschappij. Want uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat eenzaamheid ontstaat, waar de ontmoeting niet meer is. En daar nemen de zorgkosten exponentieel toe. Het is mijn overtuiging dat we minder hoeven te bezuinigen in dit land als we de ontmoeting tussen mensen beter organiseren. Ik denk dan met name aan mensen met een laag IQ, die nu eenmaal minder goed zijn in contact leggen. Ik zou heel praktisch zeggen: breng ze bijvoorbeeld in contact met ouderen. Dan heb je twee partijen die veel voor elkaar kunnen betekenen. Die koppeling leidt tot verbetering van de sociale status, het voorkomen van eenzaamheid en minder zorgkosten.”

Monique Petit is het daar roerend mee eens: “In Utrecht wordt een gebouw ontworpen voor studenten en ouderen. Zo creëer je een samenleving waarin iedereen mee kan draaien.”

Stenen stapelen

Tom Vlemingh: “We zijn bezig met een project in Hoofddorp. Het verpleeghuis daar is een waar bastion, er is geen verbinding met de wijk. Dat proberen we open te breken. Heel simpel lukt dat bijvoorbeeld al door een fietspad over dat terrein te laten lopen.”

Gosse Dousma: “In Doesburg bouwen we zeven reguliere rijtjeswoningen met daar achter een rij patiobungalowtjes. Die woningen en bungalows zijn middels domotica aan elkaar verbonden. Ouders en kinderen die samen kopen krijgen voorrang. Generaties ouderwets bij elkaar laten wonen is minder in trek; ieder wil zijn eigen voordeur. Maar op deze manier kan er toch zorg en ontmoeting zijn. We hadden ook op 14 rijtjeswoningen kunnen inzetten; dat zal ook wel verkopen. Daar gaat het niet over. Het gaat er om dat je iets meer doet dan sec stenen stapelen. Dat je je afvraagt wat de behoefte is in de maatschappij, welke problemen je op kan lossen. De stenen die we stapelen moeten bijdragen aan de thematieken die we in de maatschappij zien. Dat is onze filosofie.”

Wens

Jeroen Mareé vertelt over een project van studenten in Westervoort. Daar hebben ze een ruimte onder het gemeentehuis, van waaruit ze leren om in de praktijk bij te dragen aan vraagstukken die spelen in de wijk. “Zij helpen activiteiten te organiseren, lossen een probleem op in een verzorgingstehuis. Het is een vorm van vraag gestuurd onderwijs. De wijk is een leeromgeving voor de studenten en de studenten dragen bij aan het welbevinden van wijkbewoners. Men vindt elkaar letterlijk!”

Monique Petit: “Werk vertegenwoordigt dat contact voor mensen, zeker voor mensen met een beperking. We moeten zorgen dat mensen een goede daginvulling hebben. Er is een periode geweest dat allerlei doelgroepen in de maatschappij verbijzonderd werden. Ze werden uit de samenleving gehaald en in fraaie gebouwen ondergebracht met een mooi etiketje erop. En wat zie je nu? We zijn die maatschappij met sociale controle en zorg voor elkaar weer aan het herbouwen.”

Willem-Jan Hanegraaf: “Die wens om erbij te horen en dat belang van verbinding geldt eigenlijk voor ons allemaal. Het hoort bij de mens en niet persé bij een bepaalde doelgroep.”

 

Tekst: Paul de Jager

Fotografie: Jacques Kok