Gepubliceerd op 29 juni 2017

Bedrijven zoeken naar circulaire verdienmodellen

De aarde en de mensheid zijn dringend toe aan een nieuwe, circulaire economie. Welke haken en ogen zitten er aan de weg er naartoe? Aan de hand van stellingen wisselden deskundigen medio juni van gedachten over dit onderwerp. Plaats van handeling was Huize Heijendaal. Gespreksleider was hoogleraar duurzaam ondernemen Jan Jonker.

De hoogleraar heeft zojuist een landelijk onderzoek naar de circulaire economie afgerond. Circulaire economie wordt erin omschreven als het organiseren van kringlopen rond grondstoffen, materialen, onderdelen of producten. Circulaire business vindt voornamelijk plaats door recyclen, energiebesparing en grondstoffenreductie. Bedrijven worstelen in hun praktijk met het vormgeven van een specifieke strategie om circulair te ondernemen. Ook blijft circulair ondernemen vaak gebaseerd op traditionele verdienmodellen. Het onderzoek laat zien dat het denken over de circulaire economie ver voor loopt op de organisatiepraktijk. De conclusie is dat de circulaire economie nog maar nauwelijks uit de startblokken is. Jan Jonker: “Ondernemers vinden het spannend en is er een kloof tussen interesse en de vraag hoe circulair werken concreet in een business propositie vertaald kan worden.” Tóch houden de onderzoekers de moed er in, getuige de titel van het onderzoek: Eén zwaluw voorspelt veel goeds.

Voortouw
Naast onderzoeker blijkt Jan Jonker ook een kundig voorzitter. Met schijnbaar gemak loodste hij de elf deelnemers al discussiërend langs de stellingen die ze inbrachten over de circulaire economie. Theo Joosten, Directeur Faculteit Economie en Management at Hogeschool van Arnhem en Nijmegen bijt de spits af. Zijn stelling is dat de regering het voortouw moet nemen om de overgang naar een circulaire economie te versnellen. “We moeten circulaire principes verplicht willen stellen. De vrijblijvendheid moet er af. We hebben regeringsleiders nodig die ervoor gaan staan”, vindt hij.

“De circulaire economie vraagt om een fundamentele heroverweging”

Gerard van Gorkum is algemeen directeur van de afvalverwerkings- energiecentrale (ARN) in Weurt. Hij ziet een praktisch probleem: “Het is vaak nog steeds goedkoper om maagdelijke grondstoffen te gebruiken dan gerecyclede grondstoffen. Daar moet iets aan gedaan worden. Het gaat immers nog bij veel ondernemers slechts om winst maximalisatie.”Bas Gietemans, projectdirecteur kenniscentrum Gebouwde Omgeving (KGO), ziet wel wat in de stelling van Theo Joosten: ”Niet mensen pamperen maar sturen op gedrag. Er is een fundamentele nieuwe manier van denken en handelen nodig. Hoe bewerkstellig je dat?” Pieter-Balth Linders, algemeen directeur van DAR, merkt op dat publieke leiders nu eenmaal gekozen worden. “We moeten ervoor zorgen dat de noodzaak bij kiezers ontstaat om leiders te kiezen die voor een circulaire economie gaan staan”, zegt hij.Het lukt de overheid nog niet om dat voortouw te nemen, volgens Patrick Schreven, directeur-eigenaar van ECO+BOUW. Hij heeft er een verklaring voor. Die is erin gelegen dat overheid, provincie en gemeenten los van elkaar het – circulaire – wiel aan het uitvinden zijn. De uitwisseling moet verbeteren, net als de inhoud. “Geen populisme maar goede informatie”, vindt hij.

Consumptiemaatschappij
Ingo Bouman, bedrijfsleider Van Wijnen Arnhem BV, noemt bewustwording als belangrijke succesfactor voor een circulaire economie. Het tij zit wat dat betreft niet mee. De westerse wereld kruipt uit een crisis en omarmt de wegwerpeconomie opnieuw. Circulaire economie in een consumptiemaatschappij is onbegonnen werk, is zijn stelling. “Misschien begint de bewustwording wel bij onze kinderen.” Jan Jonker vat samen: “De circulaire economie vraagt om een fundamentele heroverweging. We moeten af van de wegwerpcultuur.” Gerard van Gorkum over het weggooien van voedsel: “En het is soms zo eenvoudig. Toch heb ik nog maar weinig restaurants gezien die vragen of ik een kleine portie of een grote portie wil.”

Voorbeeldfunctie
Gerard van Gorkum brengt als stelling in dat de overheid een voorbeeldfunctie kan invullen door circulair in te kopen. Hierop gaan marktpartijen vervolgens inspelen en dan zet je wat in gang. Dat vindt Jan Jonker een goed punt: “De overheid geeft op landelijk en regionaal niveau voor 60 tot 80 miljard uit aan inkoop. Je zou ervoor kunnen pleiten dat de overheid dat exponentieel benut voor circulair inkopen. Dus volgend jaar 1 miljard, het jaar daarop 2 miljard en het jaar daarop 4 miljard. Dan kan iedereen meegroeien in dit inkoopbeleid en dan kan je intussen de norm die je daarvoor nodig hebt vorm geven.” Jan Westra, programmamanager circulaire economie bij de provincies Gelderland, is het daar mee eens. Maar hij signaleert een praktisch probleem. Namelijk dat partijen vaak steggelen over definities. Wat is bijvoorbeeld circulair asfalt? “De aannemer wil het product gedefinieerd zien. De overheid kaatst de bal terug en zegt: Als het leverbaar is willen we het wel kopen.” Gerard van Gorkum: ”Kies een definitie en maak een stap. Je moet niet één, maar wel honderd stappen maken en misschien weten we over tien jaar wat circulair asfalt is.” Leen van Dijk, rayonmanager bij Reef infra in Wijchen, zet zijn vraagtekens bij de voorbeeldfunctie van de overheid. Hij kijkt daarbij naar het aanbestedingsbeleid: “Er wordt alleen op de laagste prijs gestuurd. Als dat de insteek is, dan is de circulaire gedachte meteen om zeep geholpen.” Christian Lorist is regiomanager werkgeversorganisatie VNO NCW-Midden. Volgens hem zijn regels vaak ingericht op het ‘hoe’ en niet op het ‘wat’: “De overheid gaat vaak voor de ondernemer bedenken hoe iets moet gebeuren. Het is beter om dat over te laten aan het bedrijf dat de kennis daartoe in huis heeft. Aanbesteding en regelgeving moet ingericht zijn op de doelstelling die je nastreeft.”

Ketensamenwerking
De volgende stelling komt van Bas Gietemans. Hij vindt circulaire economie geen opgaaf maar een gegeven. “Circulaire economie helpt én dwingt ons om anders te gaan denken én te gaan gedragen. Bedrijven moeten meer gaan samenwerken om de nieuwe economie vorm te geven. Ketensamenwerking is essentieel.” Patrick Schreven vindt die stelling te vrijblijvend: “Mensen zijn van nature niet duurzaam. Zo zijn we niet geboren. Het besef dat het anders moet, moet meer aandacht krijgen. We zullen middelen moeten bedenken om duurzaamheid leuk en interessant te maken. Circulariteit status geven. Dat je ertoe doet als je in een verantwoorde auto rijdt of een verantwoord gevangen vis eet. Die kant moeten we op. En dat is een opgave.” Ingo Bouman vult aan: “Een andere manier van marketing van ons product zou helpen. Een andere manier van neerzetten in de markt, waardoor je bereid bent er iets meer voor te betalen.” Alle bouwbedrijven op een – circulaire – lijn krijgen lukt niet. Bouwend Nederland krijgt hiertoe niet alle partijen op één lijn. Patrick Schreven: “Marketing ja, wij zijn al bezig met het creëren van vraag door een andere manier van bouwen en materiaalgebruik onder de aandacht te brengen.” Het belang van bewustwording wordt door de gespreksgenoten breed onderschreven. Pieter Balth Linders kijkt ook naar aandeelhouders, als het om de focus van bewustwording gaat: “Als aandeelhouders het sturen op financieel resultaat niet gaan combineren met doelen voor het maatschappelijk rendement van een organisatie gaat de circulaire economie niet van de grond komen.” Theo Joosten: “We praten over economische en industriële vraagstukken maar ultiem is het een moreel vraagstuk. We moeten denken aan de wereld voor onze kinderen. Wanneer gaat bij ons de knop om?” Volgens Jan Westra krijgt het korte termijn eigen belang de voorkeur boven het lange termijn politieke en algemene belang: “Daarom is het belangrijk om andere waarden mee te gaan wegen in ons economisch systeem. Bij inkoop moeten ecologische en sociale belangen mee gaan wegen.”

Onbekend
De stelling van Patrick Schreven is dat de ins en outs van circulariteit nog onvoldoende bekend zijn bij belanghebbende partijen. Daardoor worden verkeerde keuzes gemaakt. Hij krijgt bijval van Ingo Bouman: “Windmolenparken zijn fantastisch, maar de wieken kunnen we nog steeds niet op een goede manier hergebruiken. We denken dat we het goed doen, maar we creëren een probleem voor onze kinderen. Het is belangrijk dat we materialen kiezen die we, zonder dat we er heel veel energie aan te verspillen, herbruikbaar kunnen maken.”Jan Westra is in gesprekken met bedrijven inderdaad vaak veel tijd kwijt om uit te leggen wat circulaire economie is: “Eigenlijk moet je vragen ‘hoe ga je met je grondstoffen om’? Ziet een bedrijf kans om dat nog te verbeteren?” Pieter Balth Linders signaleert belemmeringen op het moment dat definitiekwesties belangrijk worden: “Er zijn meer dan 230 definities op internet van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Maar uiteindelijk moet je het gewoon doen. Het is een must. Laat de term verdwijnen. Het gaat om het gedachtengoed.”Leen van Dijk reageert meteen, verwijzend naar de praktijk van zijn werk: “Als er een aanbesteding ligt, dan wil je als bedrijf niet dat daarin appels met peren vergeleken worden. Want hoe kan ik daaraan voldoen? Je moet dus grenzen stellen en je hebt definities nodig.” Hij meent dat de goede wil er is, zowel bij opdrachtgevers als bij bouwers, maar regelgeving gooit vernieuwende ontwikkelingen in het slot: “We zijn bijvoorbeeld bezig cementloze betonwegen aan te leggen. Biobased asfalt dat je oneindig kunt recyclen. Beter kan het niet, zou je zeggen. Elke keer worden we afgeschoten door de opdrachtgever, vaak de overheid, omdat alternatieven niet zijn toegestaan.” Patrick Schreven onderstreept ook het belang van de juiste uitvraag: “Als die gedaan wordt, kan er geen bandbreedte ontstaan tussen prijs en circulariteit. Dan kan er alleen circulair asfalt aangeboden worden. De overheid moet de juiste uitvraag doen.”

Commerciële kansen
Christiaan Donners, advocaat bij Hekkelman advocaten en notarissen, poneert een stelling die Jan Jonker van harte onderschrijft: Ondernemers realiseren zich de commerciële kansen van de circulaire economie onvoldoende. Hij licht toe: “De circulaire economie biedt meer kansen voor ondernemers dan alleen het uitdragen van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een voorbeeld hiervan is de samenwerking tussen leverancier, leasemaatschappij en de klant. De leverancier zorgt in samenwerking met de leasemaatschappij voor het hergebruik van het product. Hierbij valt aan allerlei soorten producten te denken, zoals vervoermiddelen, hardware, machines of kantoormeubilair. Voor de klant en de leverancier kan deze samenwerking verschillende voordelen opleveren. Zo kan de leverancier extra onderhoud aanbieden, worden verouderde producten vervangen en wordt afgeschreven kantoormeubilair weer opgehaald bij een verhuizing. Het voordeel voor de leverancier zit niet alleen in de eventuele restwaarde van een product, maar ook in huur- en onderhoudsopbrengsten. Deze opbrengsten worden niet gerealiseerd als er slechts eenmalig een koopprijs wordt betaald. Bovendien krijgt een leverancier bij een dergelijke samenwerking een langdurige relatie met een klant. Hij levert niet slechts en het is einde relatie. Dat is in het lineair denken het geval. Nee, in het circulaire denken blijft hij met de klant in gesprek. Dat kan commercieel interessant zijn.”Daar gaat onvoldoende prikkel van uit, vindt Ingo Bouman. De bouw zit weer goed in z’n orders. Circulair bouwen is pas aan de orde als daar vraag naar is. Pieter-Balth Linders: “Moet je dan zeggen dat de aantrekkende economie de dood in de pot is voor de circulaire economie?” Gerard van Gorkum vindt van niet: “Vaak gaan bedrijven pas nadenken als het helemaal verkeerd loopt. Maar als je het comfort hebt dat je voor langere tijd orders hebt, kan je juist in die fase al je denkkracht stoppen in circulaire projecten.” Patrick Schreven omschrijft de bouw als een conservatieve sector. Krachtig optreden van de overheid is gewenst: “Ik kijk naar de overheid. Hef een CO₂-taks. Zorg ervoor dat de industrie verplicht wordt om CO₂-arm te werken.” ECO+BOUW biedt honderd procent circulaire projecten aan. “Dus organiseer het zo, dat de consument weet wat er te koop is”, geeft hij mee.

Gedeeld bezit
De stelling van Christian Lorist is dat we traditioneel denken in termen als staats- en privébezit, maar dat we toe moeten naar denken in ‘gedeeld bezit’. “We delen de aarde met toekomstige generaties. Hou dat in gedachten en je krijgt een relatie die continuïteit biedt.” Patrick Schreven: ”Uiteindelijk komen we er achter dat we geld niet kunnen opeten. We moeten dus zorgen voor de planeet en zorgen voor voldoende grondstoffen en voedingsmiddelen. En we moeten nadenken over de groei van de wereldbevolking. Techniek helpt, maar de mindset is belangrijker.”
Leiders zullen circulair moeten leren denken. En er moet volgens de aanwezigen meer aandacht voor circulariteit komen in het onderwijs.

Onvermijdelijk
Jan Westra ziet de transitie naar circulariteit als onvermijdelijk: “Het onvermijdelijke ervan is dat grondstoffen schaars zijn. De vraag neemt nog toe. Prijzen fluctueren. Beschikbaarheid is door geopolitieke spanningen niet gegarandeerd. We moeten niet wachten tot de grondstoffen op zijn voor we overschakelen naar een circulaire economie. Het stenen tijdperk is ook niet geëindigd omdat de stenen op waren. Bedrijven die daarin het voortouw nemen, bouwen een concurrentie voorsprong op.” Pieter-Balth Linders is er ook van overtuigd dat die circulaire economie er gaat komen: “Maar hoe? Oorlog, strijd of gezamenlijke kracht en sturing? Die keuze is aan ons, nu.” Patrick Schreven: “Veel ontwikkelingslanden maken ontwikkeling door die wij al doorgemaakt hebben. Laten we onze kennis en ervaring op de juiste manier vermarkten, dan krijg je een interessante businesscase.” De toon van de discussie wordt tegen het eind optimistisch. Velen zien dat er een goede boterham te verdienen valt in de circulaire economie. Theo Joosten noemt het IPKW-bedrijventerrein in Arnhem: “Tien jaar geleden was dat leeg, nu werken er meer dan duizend mensen. Dat is een aanleiding om optimistisch te zijn.”Het slotwoord is voor Jan Jonker: “Ik onderstreep dat we in een mooie regio werken en wonen waar heel veel gebeurt. Waar dit soort discussies en ontmoetingen op allerlei plekken plaats vinden. Dat gebeurt ook steeds meer op allerlei plekken in Nederland. Laten we ondanks dat er nog sprake is van een begin, onze zegeningen tellen en de dialoog aangrijpen om samen meters te maken richting een circulaire economie. We praten nog te veel langs elkaar heen en te weinig mét elkaar. Nodig elkaar uit. Maak de verbindingen. We hebben een goed speelveld en moeten nu meters te maken.” «

Tekst: Paul de Jager / Fotografie: Istar Verspuij