Transportsector staat voor grote uitdagingen

Tijdens het Tafelgesprek in de Kruisweg in Marum kwam het al even ter sprake, “maar het zal zo’n vaart niet lopen”, was de opinie aan tafel. Echter, de inkt van dit verslag was nog niet opgedroogd of de eerste signalen dat de nieuwe regering overweegt een kilometerheffing voor de transportsector in te voeren, kwamen al naar buiten. En dat is niet het enige vraagteken waar de sector transport en logistiek mee te maken heeft.

Het gaat, na de crisis, weer crescendo in de sector transport en logistiek, maar zorgen zijn er ook. Er komt namelijk veel op de werkgevers af. Niet alleen een mogelijke kilometerheffing, maar ook de concurrentie met Oost-Europa, de CO2-reductie, een dreigend personeelstekort, de overgang naar gas of elektrisch rijden, et cetera. Wie mocht denken dat we daardoor met een sombere tafel te maken hebben, komt bedrogen uit. Immers, Nederland bezet nog altijd een kooppositie in de Europese transportsector en de aanwezigen zien dat niet snel veranderen. “Dat heeft met kwaliteit te maken”, zegt Jan Wijnsma van Jan Wijnsma Containertransport in Metslawier, gespecialiseerd in het los gestort vervoer. “Wij onderscheiden ons in het speciaal transport en daarin ondervinden we geen concurrentie van Oostbloklanden”, voegt Hennie Dijkstra van Land Transport in Harkema toe. “Bovendien bieden we zekerheid en dat is waar steeds meer opdrachtgevers naar op zoek zijn.”

“Als het product goed is, blijft de prijs stabiel”, is de overtuiging van Aldert Oosting, van Neerland Lease, gevestigd in Zuidbroek, waar ondernemers vrachtwagens, trekkers, personenauto’s en bestelbussen kunnen leasen. Daarmee doelt hij onder andere op zaken als leveringsbetrouwbaarheid en het nakomen van afspraken.

Liever niet

“Wij hebben er zelf niet direct mee te maken, maar merken het wel in de aanlevering van drukwerk, wat door ons huis-aan-huis verspreidt dient te worden en door onze klanten in het buitenland wordt besteld”, roert Niels Helbig van FRL Post zich in het gesprek. “Als drukwerk vanuit een Oostblokland moet komen, loopt het vaak vertraging op. Wij adviseren onze klanten dan ook anders.”

“In de oliehandel hebben we niets met buitenlandse concurrentie te maken”, geeft Feike Ewen van Postma Oliehandel in Tytsjerk aan. “Vaak hebben we te maken met de levering van relatief kleine hoeveelheden en daar zijn buitenlandse partijen meestal niet in geïnteresseerd. Bovendien onderscheiden wij ons met goede diesel, want vergis je niet, er zit veel verschil in de kwaliteit van diesel. Kies je altijd voor het goedkoopste product, dan kan dit risico’s inhouden, zeker op de lange duur.”

Problemen

En zo gaat het gesprek richting het elektrisch rijden, iets waar de deelnemers aan de tafel nog weinig heil in zien. Lolkje Galema van Jan Wijnsma Containertransport noemt als voorbeeld de hybride personenauto’s, waarvan er heel veel kapot gaan. “Tot 100.000 kilometer gaat het goed, maar daarna beginnen de problemen. Dat kunnen we in de transportsector natuurlijk niet gebruiken.”

Hennie Dijkstra ziet elektrisch rijden op dit moment niet zitten. “Met name vanuit praktisch oogpunt. Als je vanuit het noorden naar bijvoorbeeld Den Haag rijdt, is de accu leeg. Wij kunnen het ons niet permitteren om de auto vervolgens een paar uur aan de oplader te zetten. De techniek moet derhalve nog doorontwikkeld worden, voordat het voor onze sector echt interessant wordt.”

Elektrisch rijden in steden

Aldert Oosting vindt ook dat het elektrisch rijden nog geen vervanger is voor de traditionele brandstoffen. “ Je zit inderdaad met de afstanden, maar ik denk ook dat de elektromotoren nog niet zijn uit ontwikkelt. En hoe lang gaat een motor mee? Dat zijn vragen waar een transporteur antwoord op wil hebben. Wat mogelijk wel een succes kan worden is het elektrisch rijden in de steden. Maar, voordat het zover is moet er nog heel veel gebeuren. Natuurlijk willen we allemaal schoon rijden, maar dan moet de fabrikant daar wel een goed product voor leveren, die de kwaliteit die de transportsector wil bieden niet in gevaar brengt.”

Galema is er evenwel van overtuigd dat vroeg of laat het elektrisch rijden ook in de transportsector haar intrede gaat doen. “Fabrikanten trekken hun handen er niet meer vanaf. Veiligheid en milieu zijn onderwerpen die bij elke fabrikant hoog in het vaandel staan, daar moet de sector in mee. Of je nu wilt of niet.”

Tol en heffingen

Waar de transportsector ook niet onderuit kan, zijn de diverse heffingen in de verschillende landen van Europa. Tolheffing, kilometerheffing, tolvignet, milieustickers, zeker voor Europese transporteurs gelden er in bijna elk land andere regels. Nederland blijft vooralsnog buiten schot, hoewel Dijkstra denkt dat de kilometerheffing ook in ons land wordt ingevoerd. “Er lopen al proeven, ze zijn er dus al mee bezig.” Wel hoopt ze dat het dan beter geregeld wordt dan in België, waar de kastjes het regelmatig laten afweten, met hoge boetes als gevolg. “Wat dat betreft hebben ze het in Duitsland beter voor elkaar, want daar werkt het altijd. Op dit moment hebben we kastjes in de auto’s voor heel veel landen, dat is wel lastig.” In heel Europa hetzelfde tarief hanteren, zou volgens haar het mooiste zijn. “Maar, dat is een utopie.”

Feike Ewen is het daar mee eens. “Europa roept altijd dat we één interne markt hebben, waar de regels hetzelfde zijn, maar dat is echt niet zo. Kijk naar de verschillende heffingen, maar ik zie het ook in de wet- en regelgeving rondom de oliehandel en waar onze afnemers aan moeten voldoen. Nee, wat dat betreft bestaat één Europa niet.”

Nieuwe rijden

Galema stipt een andere ontwikkeling aan, wat bijvoorbeeld leidt tot zuiniger rijden en minder uitstoot van schadelijke gassen, namelijk het nieuwe rijden. “Dat zorgt voor meer bewustwording bij de chauffeurs, die hun rijstijl dan ook echt gaan aanpassen.” Wijnsma is het daar mee eens. “Wij hadden iemand binnen ons bedrijf die nog altijd op een oude auto reed. Vervolgens kreeg hij een Euro 6 auto, met de nieuwste snufjes. Aanvankelijk ging hij daar niet goed mee om, maar na een cursus realiseerde hij een rijprestatie die van 40 procent naar 85 procent ging. Dat is wel interessant natuurlijk.” “Wij registreren alle prestaties van onze chauffeurs”, geeft Niels Helbig aan. “Remmen, slijtage, verbruik, wekelijks volgt er een uitdraai, hierdoor maken we onze chauffeurs bewust.”

CO2-uitstoot

In feite moet met behulp van alle maatregelen de CO2-uitstoot fors terug gedrongen worden. Sterker nog, Transport en Logistiek Nederland, de overkoepelende organisatie, heeft gesteld dat de CO2-uitstoot in de sector in 2030 moet zijn gehalveerd. Jan Wijnsma denkt dat er dan nog heel veel moet gebeuren, in feite gelooft hij dat dit niet realiseerbaar is. “Ik ken een paar bedrijven die met auto’s op gas rijden, maar niet tevreden zijn. Zo ligt het onderhoud veel hoger en is de actieradius minder. Bovendien weten ze niet wat de inruilwaarde van dergelijke auto’s is. Kortom, het is omgeven met veel onzekerheden en daar zitten we in de branche niet op te wachten. Ook de betreffende chauffeurs hebben aangegeven moeite te hebben met deze auto’s.”

Feike Ewen ziet dat de ontwikkelingen wel snel gaan, maar dat de markt er nog niet rijp voor is. “Bovendien zijn de voorzieningen nog niet op orde. Maar ik denk wel dat de overheid straks gaat ingrijpen en met verplichtingen komt.”

Toename werkzaamheden

Investeren in nieuw milieu vriendelijk materiaal, waarvan de prestaties nog moeten worden bewezen, is extra lastig in een markt waarin een enorme toename van werkzaamheden wordt voorzien. Dijkstra: ”We blijven in gesprek met onze klanten om het voor iedereen zo goed mogelijk te organiseren. Dat lukt ons goed. Maar, de hausse in de markt moet nog beginnen.”

Er wordt in de transportsector dan ook een materiaal- en personeelstekort verwacht. “We schakelen nu al vaak charters in, om al het werk uit te kunnen voeren”, geeft Dijkstra aan. “En we werken in toenemende mate samen met andere transporteurs.” “Dat doen we in de bezorg- en distributiemarkt al jaren”, zegt Helbig. “We zoeken de samenwerking om zo efficiënt mogelijk te kunnen werken. Zo participeren we in meerdere, landelijk dekkende, netwerken.

Desondanks wordt het wel steeds lastiger voldoende mensen te vinden, met name in de bezorgsfeer: post en folderbezorgers. De economie trekt aan en dan stromen mensen gemakkelijker naar andere banen door. Dat zien we gelukkig iets minder bij de chauffeurs, maar ook hier maken we gebruik van een flexibele schil.” Ook bij Jan Wijnsma Containertransport is het lastig om aan voldoende chauffeurs te komen. “Tot nu toe redden we het wel, maar niet iedereen is geschikt voor de tak van sport waarin wij actief zijn. Maar, gelukkig hebben wij vrijwel geen verloop in ons personeel.”

“De loonschalen zijn overal hetzelfde, dus je moet je personeel op andere gebieden meer proberen te bieden”, voegt Dijkstra toe. “Ik ben open en eerlijk naar de mensen toe en toon interesse in wat de chauffeurs bezighoudt. En is er een probleem, dan probeer ik dat op te lossen.” “Een luisterend oor is belangrijk”, vindt Helbig. “Als je zelf ergens mee zit wil je toch ook gehoord worden?” Bij Neerland Lease zit men één keer per week om tafel voor overleg. Oosting:” En als er tussendoor iets is, dan hopen we dat men er ook mee komt. Wat dat betreft staat de deur altijd open en moet je willen luisteren.”

Grens

Het personeel tevreden houden is één, de eisen van klanten nemen ook steeds verder toe. In hoeverre moet je daarin meegaan? De Tafel vindt dat lastig. “In de transportsector heb je te maken met verplichte rij- en rusttijden, daar ontkom je niet aan”, zegt Dijkstra. “Wij profileren ons anders dan de grote jongens, die de boel op de kop zetten”, legt Helbig uit. “Dit betekent dat wij ook wel eens ‘nee’ verkopen, hoe vervelend we dat ook vinden. In de pakketten- en postmarkt heb je te maken met minimale marges en het moet zowel voor de klant als voor ons interessant blijven. We gaan dan ook niet altijd mee in de prijzenslag, we bepalen zelf de grens. Anders is het ook niet vol te houden. Ik ben echter van mening dat de bodem is bereikt, de prijzen zullen gaan stijgen.”

Ewen is het daar mee eens. “Als je binnen een uur niet op een mail reageert, heb je al een nieuwe mail, ik begrijp dat niet.” Oosting stelt dat dit te maken heeft met een bepaalt verwachtingspatroon. We verwachten van elkaar dat we overal direct op reageren, maar dat kan niet. Zeker niet in onze branche. Een aanvraag kost nu eenmaal tijd, maar mensen zijn ongeduldig geworden. We proberen onze klanten duidelijk te maken wat ze kunnen verwachten en ‘nee’ verkopen is ook een antwoord. ”

Nooit vanzelfsprekend

“Ik verkoop zelden ‘nee’”, reageert Ewen. “Wel gaven we vroeger meer service aan de klant, maar dat doen we nu minder. We proberen dat tegenwoordig op een andere manier. Kijk, wanneer je regelmatig bent geconfronteerd met het feit dat een klant voor één cent per liter goedkoper naar een ander gaat, wat heeft service dan nog voor zin. Wat dat betreft is het houden van je klanten nooit vanzelfsprekend, daar moet je elke dag keihard je best voor doen.”

Tekst: Henk Poker / Fotografie: Gerrit Boer

 

Onze partners