Gepubliceerd op 13 december 2018

Innoveren en ‘een leven lang leren’ gaan hand in hand

Innovatie is een voortdurend aandachtspunt voor bedrijven. Productvernieuwing en -verbetering is nodig om de concurrentie voor te blijven. Onderwijsinstituten zorgen voor ondersteuning en actuele kennis. Zes deskundigen gaven tijdens het tafelgesprek van Hét Ondernemersbelang aan hoe zij ‘een leven lang leren’ invullen.

John Schraven, innovatiemakelaar bij het Regionaal Centrum voor Technologie ziet in de praktijk dat bedrijven zich bewust zijn van de noodzaak tot continu leren. “Ze halen hun kennis niet meer alleen bij onderwijsinstituten maar ook in onderlinge relatienetwerken. Ze buigen zich bijvoorbeeld in een werkgroep over digitaal printen en schakelen studenten in om sub opdrachten uit te voeren.” John Schraven is betrokken bij onderzoek rond innovatiehubs. Dat zijn groepen studenten die vraagstukken oplossen uit het bedrijfsleven onder coördinatie van de Hub-manager.

Chantal Verburg is coördinator van HAN Employment, onderdeel van HAN Deeltijdstudies, het instituut voor mensen die hun studie combineren met een baan. Deeltijdstudenten zonder relevante werkplek zijn ook welkom op de HAN. HAN Employment ondersteunt hen bij het vinden van een relevante werkplek voor deze doelgroep. Voor 43 procent van de mensen die zich aanmelden, wordt die baan ook daadwerkelijk gevonden. Ze vertelt verder: “Wij organiseren daarnaast –kosteloze- seminars binnen de HAN. Daar komt het bedrijfsleven op af. Het vervolg kan zijn dat ze bij ons een post-hbo opleiding of training gaan volgen. Het onderwerp heeft bijvoorbeeld betrekking op E-Commerce en vervolgens zien we meer aanmeldingen voor E-Commerce opleidingen.”

Anouk Filé, projectleider deeltijd voor de faculteit techniek van de HAN: “In de technische sector zie ik dat nieuwe kennisgebieden common knowledge worden en dan rolt er –na ook gedegen marktonderzoek- een opleiding uit. Bij grote vraag is het voor diplomagericht onderwijs zinvol om studies op te zetten. Zo klopte de branchevereniging installatietechniek bij ons aan met vragen over verduurzaming en gasloos werken. Samen met het werkveld richten we de opleiding in. Dat is ook mijn stelling: Om een leven lang leren succesvol te maken is het werkveld een gelijkwaardige gesprekspartner over de inhoud van het onderwijs.” Het werkveld weet volgens Anouk Filé haarfijn wat het nodig heeft en dat vergemakkelijkt het samenstellen van een onderwijscurriculum.

Thirza Kros is adviseur bij Rijn IJssel Entree & Maatwerk en is goed bekend met het organiseren van trajecten op aanvraag van de omgeving: “Bijvoorbeeld ‘Arnhem gastvrij talent’; dat hebben we samen met UWV, gemeente en horecaondernemers opgezet.”

Thirza Kros is ook adviseur bij het Werkloket Midden-Gelderland een samenwerkingsverband van gemeente Arnhem en regiogemeenten, UWV en een opleider, in dit geval Rijn IJssel. “Wij hebben onlangs een middag georganiseerd voor mensen die geïnteresseerd zijn om in de bouw te gaan werken. Een groot bouwbedrijf verleende medewerking. Er kwam een grote groep geïnteresseerden op af die geen scherp beeld had van bouwwerkzaamheden. Uiteindelijk is er een opleiding op geschreven.”

Peter Broens is directeur van UPGRADE, onderdeel van de Christelijke Onderwijs Groep (COG) in De Vallei, Gelderland-midden. UPGRADE richt zich op volwassenen, werkend en niet-werkend. UPGRADE schoolt mensen om of bij, vertelt hij: “Neem bijvoorbeeld mensen die bij een bank weg moeten en inzien dat werken in de zorg ook zinnig is. Die mensen scholen wij om. Maar het kan ook gaan om lassers die naar een hoger niveau moeten omdat de laswerkzaamheden veranderen.” Uit het verhaal van Peter Broens wordt duidelijk dat het onderwijsveld af wil stemmen op de wensen uit het werkveld. Gemeenten, UWV en Werkgevers Service Punt geven de vraag aan. Flexibiliteit helpt volgens hem: “Zo konden statushouders maar niet aan het werk komen omdat ze het veiligheidscertificaat VCA voor de bouw niet haalden. We hebben een Arabisch sprekende docent geregeld, Arabisch lesmateriaal en een Arabisch examen. Het slagingspercentage ging van onder de tien procent naar boven de zeventig procent. Dan praat je over vijf avonden, waardoor mensen van een situatie van werkloosheid naar werk kunnen groeien.”

Al doende leren
John Schraven is ervan overtuigd dat mkb-bedrijven alleen succesvol zijn in deze tijd als ze in staat zijn om het kennisniveau in hun beroepspraktijk op peil te houden. “Daar hebben ze hun handen vol aan. Er wordt steeds meer al doende geleerd. Werk en schoolomgeving staan nu nog los van elkaar maar dat zal steeds verder geïntegreerd worden. Ik vraag me af of over een tijdje het schoolgebouw nog bestaat en hoe leren er uit komt te zien.”

Léon Lucas is rector van het Candea College Duiven. Hij meent dat John Schraven gelijk heeft: “Bedrijven hebben het al moeilijk om innovaties in het werkveld bij te houden, laat staan dat het onderwijs daar adequaat op kan inhaken. Daarom hebben we bedrijven heel hard nodig om samen met hen aan de slag te gaan. En we moeten leerlingen kennis laten maken met nieuwe toepassingsgebieden. Laat ze snuffelen.” Het Candea College is een school voor voortgezet onderwijs met ruim 2000 leerlingen. De school profileert zich sterk als een school met techniek. Alle opleidingen hebben technische keuzevakken. Daarbij wordt zo veel mogelijk gewerkt met modules bij bedrijven, zodat de leerlingen daadwerkelijk in aanraking komen met techniek. Léon Lucas: “Voor havo en vwo beschikken we over het Technasium. Leerlingen werken er aan opdrachten uit de praktijk. De opdrachtgever beoordeelt het resultaat. Voor een lakbedrijf hebben ze bijvoorbeeld een methode ontwikkeld om de gladheid van het oppervlak te meten. En voor het waterschap keken ze naar mogelijkheden om dijkdoorbraak rond de Rijn te voorkomen. Zo hopen we leerlingen te interesseren voor de praktijk. Ik ben ervan overtuigd dat bijna alle leerlingen die wij afleveren nog een paar keer van baan zullen veranderen en iets anders gaan doen, iets wat we nu nog niet kunnen bedenken. Dus we zullen nog heel veel moeten leren.”

Competenties
Chantal Verburg merkt dat de HAN bij het opleiden steeds meer nadruk legt op competenties en vaardigheden. “Vakvaardigheden blijven van belang, maar ook het vermogen om mee te gaan met veranderingen wordt steeds crucialer. De accountant van de toekomst wordt bijvoorbeeld meer getraind op communicatie. Want de cijfers worden nu al vaak in India ingeklopt en de accountant voert het gesprek met de klant.”

Anouk Filé: “Studenten kiezen misschien voor richting A maar willen ook kennis nemen van richting B. We zien steeds meer studenten die kriskras over al die opleidingsgrenzen heen waaieren. Dat vinden ze zelf interessant en dat vraagt hun werk van hen.”

John Schraven: “Bedrijven hebben studenten nodig om out of the box te kunnen denken. Om ze uit de waan van de dag te halen. Er is veel behoefte aan verjonging van geest in het bedrijfsleven om flexibel te blijven. Waar studenten vroeger volgend waren kunnen ze nu leidend zijn als ze de ruimte krijgen.”

Thirza Kros: “In de techniek zijn leerlingen continu bezig met de vraag ‘wat wil ik leren’. Sommige vakken zijn verplicht maar andere vakvaardigheden kunnen ze kiezen. Ze worden begeleid door coaches, die het hele traject samen met leerlingen volgen en vorm geven. Doen en ervaren. Het gaat om het doen.”

Léon Lucas: “Minstens 25 jaar geleden hebben we een groep docenten gevraagd de eigenschappen te noteren van een leerling waarvan ze dachten: die komt er wel. De kolom kennis bleef bijna leeg, die van vaardigheden was al voller en de meeste aantekeningen vielen onder ‘persoonlijke kwaliteiten’. Denk dan aan: creatief, kan goed formuleren, durft een standpunt in te nemen, kan feedback incasseren, teamwerker, in staat een project verder te brengen.”

Volgens Peter Broens gaat het om leren en minder om onderwijzen. Zijn stelling luidt: “In de toekomst is er géén gebrek aan banen, wél aan voldoende goed gekwalificeerde medewerkers. Door de vergrijzing in combinatie met economische groei zal de kwantitatieve behoefte aan personeel stijgen. Daarnaast krijgen we te maken met het korter worden van de productlevenscyclus van beroepen. Dat maakt dat mensen vaker bij- en omgeschoold moeten worden om in de vraag naar goed gekwalificeerd personeel te voldoen. De dynamiek neemt toe, bedrijfsleven, onderwijsveld en leerlingen moeten daarop geëquipeerd zijn.”

Werkzoekenden
Thirza Kros: “In de cadeautjesmaand december zou iedereen in zijn ‘werk’-schoen een scholingsvoucher moeten ontvangen. Ook mensen die thuis werkloos op de bank zitten. Ze zijn vaak onbereikbaar. Benader ze eens met een ontwikkelmogelijkheid. Waar ben je goed in, wat vind je leuk om te doen? Wat zijn de persoonlijke belemmeringen?” Volgens Thirza Kros staat Arnhem in de top 5 qua aantallen langdurig werklozen en daar moet nodig wat aan gebeuren.

Chantal Verburg: “Wij zien deze mensen op onze open avonden terugkomen. Ze zitten bijvoorbeeld drie jaar thuis, vinden hun oude beroep niet aantrekkelijk meer en willen zich middels een deeltijdopleiding omscholen.” Vluchtelingen met een verblijfsvergunning maken ook deel uit van de groep werkzoekenden. Sommigen kunnen diploma’s laten zien die naar Nederlandse maatstaven gewaardeerd moeten worden. Bij anderen moet naar hun competenties, kennis en kunde gekeken worden.

Het is vaak moeilijk om de werkzoekenden scherp in beeld te krijgen. Peter Broens: “Inzicht in de competenties die mensen in huis hebben is vaak beperkt bij de uitkerende instantie. Je moet toch aansluiting vinden bij de belangstelling van mensen om ze via een opleiding weer aan het werk te krijgen. En je zal met álle mensen aan de slag moeten want de vraag naar werknemers is groot. Wij worden dagelijks gebeld met de vraag om studenten. Met meer hengels in de vijver vissen helpt niet. Het helpt wel als je kijkt naar andere vijvers, naar nieuwe doelgroepen.”

Onze partners