Weg met het afval

Ik behoor tot de generatie die zich nog goed de stinkende vuilnisbelten kan herinneren, waar het afval van huishoudens en industrie werd gedumpt. Alles door elkaar: organisch en chemisch afval, papier etc. Maar het besef ontstond dat het afval ons boven het hoofd ging groeien. Het werd bovendien domweg te duur, zeker als je de bodem niet (verder) wilde vervuilen. Het afvalbeleid ontwikkelde zich, gebaseerd op de ‘ladder van Lansink’, met als preferentievolgorde: preventie, hergebruik, recyclen, verbranden, storten.

Storten gebeurt nauwelijks meer. Van huishoudelijk afval wordt ongeveer de helft verbrand, onder terugwinning van energie: een leuk begin, maar natuurlijk niet echt duurzaam. De andere helft wordt gerecycled. De industrie zette nog grotere stappen. Afval is big business geworden.

Het Planbureau voor de Leefomgeving schrijft dat het afvalbeleid zo’n beetje ‘klaar’ is. Nu de werkelijkheid nog. Voor een zero-waste-situatie moeten we naar het begin van de productketen: producten maken van hernieuwbare grondstoffen en fossiele brandstoffen in de grond laten.

De energietransitie staat hoog op de agenda. Bij de HAN doen we daar, in het kader van ons zwaartepunt Sustainable Energy & Environment (SEE), veel onderzoek naar. Maar wist u dat 8% van de fossiele brandstof wordt gebruikt als grondstof voor kunststoffen? Daar moeten we dus ook van af. De technologie kan ons daarbij helpen.

Het HAN BioCentre is gespecialiseerd in bioraffinage. Daarmee worden plantaardige en microbiële materialen gescheiden in hun afzonderlijke inhoudsstoffen. 
Een voorbeeld is het SEE-onderzoeksproject o.l.v. Karin Struijs om onder andere gras te scheiden in eiwitten, cellulose en moleculen zoals antioxidanten en vitamines. Eiwitten en vitamines vormen voedingsbronnen voor mens en dier. Van cellulose kan papier en karton gemaakt worden. Afval wordt grondstof; de cirkel is rond.

Technologie is een belangrijke motor op weg naar de circulaire economie. Maar of we daarmee alles oplossen? Op dit moment produceert iedere Nederlander 500 kilo afval per jaar. En dan hebben we het nog niet over het afval uit de productiesectoren dat eveneens tot onze voetafdruk behoort. Ik vrees dat we om de hoogste sport op de ladder te bereiken niet alleen moeten dòen, maar ook moeten làten. 
Dat is zo mogelijk nog moeilijker.

Meer weten? www.han.nl/zwaartepunten 

Janneke Hoekstra // Hogeschool van Arnhem en Nijmegen // www.han.nl

 

 

 

 

Onze partners